Er is misschien wel een eenvoudige verklaring waarom er binnen de N-VA, op een uitzondering als Jan Peumans na, amper kritiek komt op de uitgesproken rechtse visie bij de partijtoppers inzake de vluchtelingenkwestie (DS 9 september). Er zijn simpelweg weinig N-VA’ers die zichzelf links noemen.

Een bevraging bij 990 partijleden door professor Bram Wauters (UGent) uit 2012 toont aan dat het gros van de militanten (84 procent) zichzelf rechts van het politieke centrum plaatst. Amper 4,7 procent situeert zich in meer of mindere mate links van het centrum, 9,9 procent kampeert op dat centrum.

De resultaten van de enquête verschijnen volgend jaar in een studie naar het ledenprofiel van de Vlaamse partijen, maar Wauters loste gisteren al wat bevindingen via Twitter naar aanleiding van de kritiek van Peumans . ‘Het ledenaantal van de N-VA is sinds 2012 nog sterk gegroeid, maar ik betwijfel of die extra leden de linkervleugel hebben doen groeien’, stelt Wauters.

Open VLD

Uit zijn voorlopige bevindingen blijkt ook dat de N-VA van alle Vlaamse coalitiepartners duidelijk de meest rechtse leden heeft. 10 procent van de leden van Open VLD plaatst zich links van het centrum, ruim dubbel zoveel als bij de Vlaams-nationalisten.

CD&V

De linkervleugel van CD&V is opvallend genoeg niet veel groter dan die bij de liberalen, met 12,7 procent van de leden. Van alle Vlaamse meerderheidspartijen heeft CD&V het meeste leden die zich op het centrum plaatsen (23,2 procent) maar uiteindelijk is ook de christendemocratische basis centrumrechts, eerder dan links.

Buikgevoel

De cijfers bevestigen vooral het buikgevoel, maar verdienen ook nuance. ‘Iedereen mocht zichzelf positioneren op de links-rechtsas zonder dat wij vooropstelden wat links en rechts is’, licht Wauters toe. ‘Iemand van Groen kan de term links misschien anders invullen dan iemand bij de N-VA.’