‘De olie heeft onze gemeenschap verdeeld’
Winning van teerzand in Fort McMurray. Foto: BelgaImage

In het Canadese Fort McKay zijn enkele mensen heel rijk geworden dankzij olie, maar de boringen hebben ook de rivier en het land enorm vervuild. Cece Fitzpatrick kwam in opstand tegen de olie-industrie en vecht voor het overleven van deze kleine indiaanse gemeenschap.

Te midden van de mijnen en oude fabrieken in de wildernis rond Alberta, is Fort McKay slechts een stip op de kaart. Toch wordt er in een straal van veertig kilometer rond dit stadje op maar liefst 21 locaties naar olie geboord. De totale productie bedraagt zo’n 3,3 miljoen vaten per dag. En volgens de lokale overheid van de inheemse bevolking, Fort McKay First Nation, worden er op nog eens twintig andere plaatsen voorbereidingen getroffen voor olieboringen, die de productie met 1,6 miljoen vaten per dag zou verhogen. De inwoners kunnen de gevolgen ervan in hun eigen woningen horen, ruiken, voelen en proeven. Op dagen dat de wind verkeerd staat, ruikt het er volgens lokaal politica Cece Fitzpatrick naar kattenpis.

Galblaaskanker

Fort McKay is een van de grootste bronnen van CO2-vervuiling. Ondanks de lage olieprijzen kent de Canadese olie-export dit jaar een record en de regering verwacht nog meer groei als ook de productie van teerzand goed op gang komt. De Canadese overheid is van plan die olievelden ten volle te exploiteren en de olie via een nog aan te leggen pijplijn of per trein te transporteren. Daarmee lijken de Canadezen zich neer te leggen bij het feit dat een catastrofale klimaatverandering in de toekomst onvermijdelijk is.

Hoewel sommige mensen hier rijk zijn geworden van olie, zorgt deze ook voor een enorme vervuiling van de rivier Athabasca. Onderzoekers bevestigden het hoge aantal gevallen van baarmoederhalskanker en een zeldzame vorm van galblaaskanker onder inwoners die regelmatig jagen of in de rivier vissen. Voor Cece Fitzpatrick waren die dramatische cijfers de aanleiding om zich kandidaat als burgemeester te stellen. Ze wil komaf maken met het beleid van de zittende burgemeesters, die de industrie sinds haar komst in 1986 nauwelijks een strobreed in de weg hebben gelegd.

‘Het moet afgelopen zijn’, zegt Fitzpatrick. ‘Wanneer gaan we nu eindelijk eens aan de toekomst van onze kinderen denken?.’

644.000 dollar

Volgens haar tegenstander, zetelend burgemeester Jim Boucher, was olie voor Fort McKay de enige manier om te ontsnappen aan de armoede waar andere inheemse First Nations-gemeenschappen nog altijd onder lijden. De vierhonderd inwoners, afstammelingen van de Cree- en Dene-indianen en van Schotse en Franse immigranten, claimen een gebied dat groter is dan Frankrijk. Daarbuiten wonen nog eens vierhonderd mensen.

‘Zonder olie was er hier geen economie, geen werk en geen bedrijvigheid’, zegt Boucher in zijn uit hout en glas opgetrokken kantoor. Het is het meest indrukwekkende gebouw in Fort McKay, waar verder weinig te beleven valt. De enige winkel, gevestigd in een oude oplegger, dient tegelijk als postkantoor, maar verkoopt geen groente of fruit.

Boucher genoot vorig jaar een salaris van 644.000 Canadese dollar (450.000 euro). Hij schaamt zich niet voor zijn riante inkomen. ‘Het is een teken dat het hier goed gaat.’

Sommige dorpsgenoten die voor de oliebedrijven en toeleveranciers werken, verdienen salarissen tot wel 100.000 dollar (70.000 euro). Zelfs Fitzpatrick werkte in het verleden als machinist voor Syncrude, een van de grootste bedrijven in Alberta die olie winnen uit teerzand. Ze voelde zich er altijd schuldig over. ‘Ik had het gevoel dat ik mezelf en mijn mensen heb verraden door te werken voor een industrie die ons land kapot maakt.’ Inmiddels werkt ze als planner bij een lokale aannemer.

Net als alle andere inwoners krijgt Fitzpatrick ook nog regelmatig een premie van het gemeentebestuur, dat beschikt over een reservefonds van 45 miljoen dollar (31 miljoen euro). In maart ontving ze nog een cheque van 1500 dollar (1047 euro).

Verkiezingscampagne

Aan een kant van het gehucht zijn de nieuwe woningen voorzien van nepstenen gevels en enorme balustrades. Vaak staan er campers, quads en boten op de oprit. Maar veel mensen wonen nog in de oude, kleine huizen uit de tijd voor de olie-industrie hier neerstreek. Zij zagen de bestbetaalde banen in de olie-industrie aan hun neus voorbijgegaan, terwijl in de andere activiteiten veel ontslagen vielen door de gedaalde olieprijzen. Veel van deze bewoners leven van een werkloosheidsuitkering.

‘De mensen die het meest profiteren van de olie-industrie komen meestal niet van hier’, zegt Fitzpatrick. ‘Van onze eigen mensen werken er slechts enkele voor oliebedrijven.’

Ze vindt dat Fort McKay tekort wordt gedaan. ‘Er zijn nog steeds geen fatsoenlijke wegen of trottoirs. We hebben zelfs geen park of groen in de straten. Vooral voor mijn kleinkinderen maak ik mij daar druk over.’

Fitzpatrick maakte een aantal jaren deel uit van het gemeentebestuur en ondernam een poging om Boucher af te zetten. Het belangrijkste punt op haar politieke agenda: meer banen voor lokale inwoners. Vier jaar geleden kwam ze bij de laatste verkiezingen één stem tekort om de macht over te nemen. Deze keer heeft Fitzpatrick verkiezingsposters laten drukken, plus een duidelijk overzicht van de salarissen van Boucher en de overige raadsleden. Het vormt de basis voor haar nieuwe verkiezingscampagne.

Pyrrusoverwinning

Het is ongeveer 70 kilometer rijden van Fort McKay naar Fort McMurray, het iets zuidelijker gelegen stadje dat zijn bestaan dankt aan de teerzanden. Zelfs nu de olieprijs historisch laag staat, rijden grote trucks af en aan. Maar in tegenstelling tot Fort McMurray, waar arbeiders worden ingevlogen, hun salaris verdienen en weer weggaan, kunnen de inwoners van Fort McKay nergens heen. Juist dat vindt Fitzpatrick onverteerbaar. ‘We zullen nooit meer van het land kunnen leven’, vertelt ze. “Ik weet zeker dat de mensen hier niets liever zouden willen dan werken en zichzelf onderhouden. Maar tegelijk hebben veel mensen het gevoel dat ze hier vastzitten.’

Boucher en Fitzpatrick zijn familie. Beide zijn 59 jaar oud en lid van de laatste generatie die zich de tijd zonder olie kan herinneren. Tot in de jaren zestig leefden de inwoners van Fort McKay van de jacht en de vangst. Ze verkochten de huiden van lynxen, bevers en marters. Bruggen en sneeuwscooters waren er nog niet. De enige manier om Fort McMurray te bereiken, was per boot in de zomer, of met de hondenslee in de winter.

Fitzpatrick kan zich herinneren dat ze als jong meisje vallen zette voor eekhoorns. En Boucher weet op zijn beurt te vertellen dat gesmolten sneeuw ooit zuiver genoeg was om te drinken. Toen Suncor Energy de eerste grote fabriek bouwde, kreeg de vader van Fitzpatrick – toen nog opperhoofd – er een baan als schoonmaker. ‘Vanaf toen verminderde de jacht en het leven van het land’, zegt ze. ‘Mijn vader schaamde zich daarvoor. Hij wilde niet dat zijn kinderen zouden zien hoe hij als opperhoofd kantoren moest schoonmaken.’

In de jaren tachtig kwam Fitzpatricks vader om het leven bij een ongeluk met een sneeuwscooter. Haar inmiddels overleden zus, Dorothy MacDonald, volgde hem op als opperhoofd. Onder haar leiding probeerden de inwoners van Fort McKay een blokkade op te werpen tegen de oliemaatschappijen. Boucher vertelt dat hij daarbij midden op de hoofdweg een tipi neerzette.

De gemeenschap won deze ronde en dwong de industrie tot betere financiële voorwaarden. Maar het was een pyrrusoverwinning, vindt Boucher: ‘Onze gemeenschap is erdoor verdeeld geraakt.’

In 1996 kozen de inwoners van Fort McKay eieren voor hun geld. Ze besloten tot samenwerking met de industrie en hun deel van de opbrengsten op te eisen.

Teerzand

Vanop de grond is het moeilijk om de enorme omvang van de teerzandvelden te vatten. De meeste sites liggen kilometers van begaanbare wegen af, middenin het bos of het moeras. Maar vanuit de lucht zie je enorme graafmachines de aarde open rijten. Daarboven hangt een kilometerslange giftige walm.

Volgens het provinciebestuur van Alberta vormen de teerzandvelden de op twee na grootste oliereserve ter wereld, met zo’n 168 miljard vaten. Alleen Saoedi-Arabië en Venezuela bezitten grotere reserves. Er is echter enorm veel energie nodig om het dikke, zwarte petroleum naar boven te halen, zodat bij de ontginning 3,2 tot 4,5 keer meer CO2 vrijkomt dan bij het winnen van conventionele olie. Bij de eerste projecten is bovendien zo’n 4.800 vierkante kilometer oerbos vernietigd, om de teer die dicht aan de oppervlakte ligt, te winnen.

Het grootste deel van de teerzanden, met een oppervlakte van 142.200 vierkante kilometer, ligt echter te diep voor klassieke ontginning. Daar zet de industrie noodgedwongen nog meer energieverslindende machines in, die het teerzand smelten om naar boven te kunnen pompen.

James Hansen, de klimaatwetenschapper van NASA die als eerste waarschuwde voor klimaatverandering, vertelde dat de ontginning van de teerzandvelden van Alberta ’game over’ zou betekenen voor het klimaat. Desondanks is de productie in de afgelopen vier jaar geëxplodeerd. Met iets minder dan 2 miljoen vaten per dag zijn de oorspronkelijke doelstellingen al ruimschoots overtroffen.

‘Zonder de enorme steun van de Canadese regering en de provinciebesturen zou de olie-industrie hier nooit zijn neergestreken’, vertelt Boucher. ‘Overheidssubsidie is de belangrijkste stimulans voor de bouw van Suncor en Syncrude geweest.’

Vergiftigd

Vijf jaar geleden stelde het Internationaal Energieagentschap dat de productie van teerzandolie tegen 2035 beperkt zou moeten blijven tot 3,3 miljoen vaten per dag, om binnen het CO2-budget te blijven – de limiet om een kritieke klimaatverandering te vermijden. Inmiddels heeft de Canadese overheid haar goedkeuring gegeven voor een productie van 5 miljoen vaten per dag.

‘In een wereld waarin iedereen zoekt naar alternatieven voor fossiele brandstoffen, vindt hier een grootschalige ontwikkeling plaats die geen rekening houdt met de opgebouwde wetenschap over klimaatverandering’, zegt Amin Asadollahi, programmadirecteur van het Pembina Instituut, een denktank die zich onder meer over teerzand buigt. ‘Canada beweegt met zijn energiebeleid in tegengestelde richting.’

Canada moest vorig jaar noodgedwongen toegeven dat het de voor 2020 gestelde emissie-eisen met 20% gaat overschrijden. In april liet premier Stephen Harper weten dat Canada na twintig jaar niet langer de klimaatdoelstellingen van de VS zou volgen. In plaats daarvan stelde hij voor 2020 de emissienormen naar beneden bij. De exacte nieuwe cijfers zijn nog niet bekend.

De weg naar Fort McKay biedt een trieste aanblik. Van de ooit zo prachtige bossen is weinig meer over. De ontginning van het land en de bouw van fabrieken heeft onvoldoende water overgelaten voor zwarte sparren, lariksen, berken en andere bomen.

De resterende bomen zijn bedekt onder een dikke laag stof en worden langzaam vergiftigd door zwavel en stikstofdioxide. Het gehalte van deze gassen in de lucht is twee tot drie keer hoger dan de wettelijke norm in Europa. Andere bomen staan zo schuin dat ze bijna omvallen. Men noemt ze hier dronken bomen, omdat hun wortels loskomen door de smeltende permafrost.

In Fort McKay gaat niemand nog op jacht, of vissen in de rivier. Zelfs de blauwe bessen en de geneeskrachtige kruiden zitten onder het stof. De meeste inwoners gebruiken water uit flessen, en de overheid adviseert om niet al te lang onder de douche te staan.

Van de bijna 85.000 hectare die sinds de jaren zestig zijn ontgonnen, is volgens het provinciebestuur van Alberta slechts 1% met succes teruggeëist door de lokale gemeenschap. Vorig jaar heeft Boucher de oliemaatschappijen zover gekregen om een buffer in stand te houden rond Moose Lake, een van de laatste restjes wildernis van Fort McKay en niet alleen een geliefde kampeerplek, maar ook een eeuwenoude begraafplaats. De regering in Alberta had dat verzoek eerder geweigerd.

Boucher denkt echter dat het ontginnen van de teerzandvelden pas stopt als er geen olie meer is. ‘Zolang er hier olie in de grond zit, zullen er bedrijven zijn die er geld aan willen verdienen.’

Verkiezingen

Tijdens de verkiezingscampagne raakte Fitzpatrick ervan overtuigd dat ze op een overwinning afstevende. Ze dacht dat het openbaren van het salaris van Boucher bij kiezers een gevoelige snaar raakten. Ze was er ook van overtuigd dat Fort McKay zonder olie beter af zou zijn. ‘In een ideale wereld zou men die olie gewoon laten rusten.’

Helaas leven we niet in een ideale wereld. Op de dag van de verkiezingen verloor Fitzpatrick met een verschil van 21 stemmen.

(c) Courtesy of The Guardian
Vertaling VoxEurope

The Guardian - Keep it in the ground

Klimaat: krantennetwerk