Goedele Devroy: 'Je móét als ouder van een zwaar gehandicapt kind door tot je erbij neervalt, en zelfs dán'
Foto: Wouter Van Vaerenbergh

Kroniek van een aangekondigde burn-out, zo laat het afgelopen jaar van Goedele Devroy zich lezen. De eerste tekenen waren er twee jaar geleden al: altijd moe, ook als ze tien uur geslapen had. ‘Ik zat op een voortrazende trein en kon er niet af. Pas met die tinnitus viel alles stil.’ In dS Weekblad praat ze openhartig over haar burn-out en haar zwaar gehandicapte zoon.

Het was de dag van de Septemberverklaring van Geert Bourgeois, haalt ze aan in dS Weekblad – ‘waarmee ik de Vlaamse regering nergens van beschuldig’. (lacht) Erg druk alweer, na een hectische formatiezomer, ze was net verkouden geweest, en plots was hij daar: een hoge pieptoon, in beide oren. Eerst nog vrij stil, daarna steeds luider, tot hij na vijf dagen niet meer te harden was.

Devroy is Wetstraatjournalist, maar ook mantelzorger voor een zwaar gehandicapte zoon, Quinten. Kort na de geboorte bleek dat hij een chromosomale afwijking heeft, die uniek is. Een klein stukje van chromosoom 11 heeft Quinten drie keer.

‘Quinten kan niet praten, stappen gaat zeer moeizaam, hij is niet zindelijk, zijn zicht is niet zo goed. En toch is hij meestal vrolijk en gelukkig. Het is heerlijk om hem ’s morgens uit bed te halen, zo enthousiast over de nieuwe dag als hij is. Maar hem gelukkig hóúden vraagt erg veel werk.’

Een gehandicapt kind weegt zwaar op een relatie, te zwaar soms. ‘Studies wijzen uit dat er meer scheidingen zijn bij koppels met een gehandicapt kind’, zegt Devroy. ‘Er is geen hoop op beterschap voor je kind en praten is vaak te pijnlijk – je wilt elkaar beschermen, het niet nog erger maken. Ik heb het er ook heel moeilijk mee gehad dat de oorzaak in míjn genen lag. Was mijn ex-man met iemand anders getrouwd, dan had hij dit niet voorgehad – ik vond dat bijzonder erg voor hem.’

Wetstraat

‘Met een nine-to-five-job zou het minder moeilijk zijn, dat klopt. Maar die job is zowat het enige wat ik voor mezelf heb kunnen vrijwaren', licht ze toe in dS Weekblad. 'Ja, ik had een burn-out kunnen vermijden, door een rustig baantje aan te nemen, halftijds te gaan werken, met weinig inkomen tevreden te zijn en mij professioneel niet te willen uitleven. Maar ik heb voor Quinten al zoveel opofferingen gedaan, dat werk wou en wil ik houden.’

Toch zorgde datzelfde werk er ook voor dat Devroy er vorig jaar onderdoor ging. ‘Mijn burn-out heeft evenveel met mijn job als met de zorg voor Quinten te maken. Door de aard van het werk, maar ook door de druk: we zijn niet bepaald overbemand op de nieuwsdienst, en al zeker niet bij het Journaal. Twee Wetstraatjournalisten om zeven dagen per week, het hele jaar door, het politieke nieuws te verslaan: dat is in zware periodes als campagnes en formaties onhaalbaar. Ik ben in 2004 in de Wetstraat begonnen, ik heb zeven verkiezingen in tien jaar meegemaakt en de langste formaties uit de geschiedenis. Ik heb mijn tijd op de stoep wel gehad.’

‘Ik heb hard geknokt om mijn plek in de Wetstraat te veroveren, gunsten vanwege mijn tweede job als mantelzorger heb ik nooit gevraagd of gekregen’, zegt ze nog in het interview. ‘In de Wetstraat kan ik de macho in mij loslaten, ben ik helemaal anders dan de zorgende moeder die ik thuis ben. Een vrouw die midden in de samenleving staat, en naar wie geluisterd wordt.’

Het volledige interview met Goedele Devroy leest u zaterdag in dS Weekblad en op standaard.be

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in