Tienduizenden mensen kwamen zaterdag op straat om te protesteren tegen de hopen vuilnis die de wegen van de Libanese hoofdstad ontsieren. ‘Het is een eerste stap in de goede richting, maar Beiroet heeft nog een lange weg te gaan. Want het is niet alleen het vuilnis waar de Libanezen zich dood aan ergeren’, zegt onze correspondent in Libanon, Jorn De Cock.

Hij woont zelf in het centrum van Beiroet en moest de afgelopen weken heel wat geurhinder verdragen, maar buitenlandcorrespondent Jorn De Cock is vooral enthousiast over de protesten van zaterdag: ‘De vorige betoging was uit de hand gelopen: er zat enkel frustratie en geen organisatie in. Nu ze gisteren een georganiseerd protest op de been hebben kunnen brengen, was er heel weinig geweld. En er was vooral heel veel volk. De beweging lijkt echt op gang te komen nu.’

Wordt het vuilnis intussen al opgehaald?

‘Ja en nee. De grootste afvalcrisis was eind juli tot begin augustus. Toen bleef het meer dan tien dagen staan omdat mensen die in de dorpen rond de stortplaats van Beiroet wonen, de weg hadden afgesloten. De regering heeft toen beloofd om te zoeken naar andere stortplaatsen, maar dat is niet gelukt.’

‘Bovendien liep deze zomer ook nog eens het contract af met het bedrijf dat het afval ophaalt. Daardoor is er nog altijd geen echte oplossing voor het probleem. De ene week worden de vuilniszakken wel opgehaald, maar de andere blijven ze weer drie à vier dagen staan.’

Waar gaat het opgehaalde vuilnis nu naartoe?

‘Omdat ze nog geen nieuwe stortplaats hebben gevonden, wordt het veelal geloosd in valleien en in havens. Maar dat kan natuurlijk niet blijven duren. Dat er een andere stortplaats moet gevonden worden, is onvermijdelijk nu de inwoners van de omliggende dorpen het geld dat de regering hen toestopt voor de overlast, niet meer willen aannemen.’

‘De woede die nu opborrelt is het topje van de ijsberg. Het toont aan hoe disfunctioneel de Libanese staat wel niets is en hoeveel praktische problemen dat met zich meebrengt.’

Zoals?

‘Ik woon in het centrum van Beiroet. Toch hebben wij op sommige dagen 12 uur per dag geen elektriciteit. Buiten Beiroet zitten mensen zelfs geregeld twee of drie dagen zonder. De regering ging dat probleem jarenlang geleden oplossen, maar er komt niets van in huis. Politici gooien het op een akkoordje met de producenten van generatoren, waardoor Libanezen daar steeds afhankelijker worden.’

‘Hetzelfde voor water. De waterleidingen zijn hier zo lek als een mandje. Heel Beiroet rijdt vol met tankwagens met water om de reservoirs die zich op de daken van de Libanezen bevinden, te vullen. En als je als Libanees handenvol extra geld moet geven aan water en aan benzine voor de generator én je moet dan vaststellen dat je vuilnis ook nog eens niet wordt opgehaald: ze hebben hier soms het gevoel dat ze in een derdewereldland leven, wat hen uiteraard mateloos irriteert.’

Als deze situatie al jarenlang aanhoudt, waarom komen mensen dan nu pas op straat om te protesteren?

‘Libanezen zijn een heel ijdel volk dat aan zijn imago denkt. Dat het land de “Koning van de plastische chirurgie” genoemd wordt, is geen toeval. Politici hebben het trouwens helemaal niet graag dat mensen nu op straat komen en aan de wereld gaan verkondigen dat hun politiek “stinkt”. Bovendien zijn Libanezen eerder op zichzelf en vrezen ze al snel voor burgeroorlog wanneer er wordt geprotesteerd in het openbaar. Daarom dat deze #YouStink-vuilnisprotesten zo bijzonder zijn. Ze zijn het hier écht wel beu, die corrupte en inefficiënte politiek.’

Gaan deze protesten nu echt iets veranderen voor de Libanezen?

‘We zitten al 15 maanden zonder president, het parlement - dat in 2013 herverkozen moest worden - heeft zelf zijn ambtstermijn verlengd tot 2017, de partijen binnen de huidige interimregering ruziën zich te pletter. De boodschap van de mensen op straat is “Politici, doé iets”, maar ik weet niet of dat voor morgen zal zijn. Gaat die beweging #YouStink blijven groeien? Geen idee.’

‘Het is een eerste stap in de goede richting, die beweging, maar Beiroet heeft nog een lange weg te gaan. Want het niet alleen het vuilnis waar de Libanezen zich dood aan ergeren. Water, elektriciteit, corruptie, geen president: het zijn allemaal problemen die structureel moeten worden opgelost. En dat zou wel eens een werk van lange adem kunnen zijn. Maar dat de Libanezen gisteren zo massaal en vreedzaam de straat op zijn getrokken, dat is een zeldzaam en sterk signaal. Laat ons hopen dat het ergens toe leidt.’