Wanhopige ijsberen breiden menukaart uit
Omdat het zee-ijs smelt, verdwijnt het jachtgebied van ijsberen. Foto: wwf

Door het smelten van het zee-ijs vinden ijsberen nog moeilijk voedsel. Dat dwingt ze ertoe te jagen op dieren die vroeger niet op hun menu stonden. Soms gaan ze zelfs op strooptocht in de kleine steden van het noordpoolgebied.

Voor de Noorse bioloog Jon Aars was het business as usual. Hij bracht een routinebezoek aan de Svalbard-archipel (Spitsbergen) om te zien hoe het met de ijsberen was gesteld. ‘Een ijsbeer stond over iets heen gebogen. We dachten dat het een zeehond was. Toen we dichterbij kwamen, zagen we dat het een dolfijn was’, vertelt hij.

De bioloog van het Noorse Polair Instituut en zijn collega’s waren getuige van een nieuw hoofdstuk in het gedrag van het grootste landroofdier. IJsberen raken nog moeilijk aan zeehonden, hun belangrijkste bron van voedsel. Omdat het zee-ijs smelt, verdwijnt het jachtgebied van de ijsberen. Maar dat één ton zware lichaam heeft energie nodig. Daarom breiden ze hun menukaart uit met bessen, zeewier of vogeleieren, en nu dus ook dolfijnen.

De ijsberen van Groenland en Canada trekken ook naar de steden: ze zoeken er naar fastfood op vuilnisbelten of ze doden er sledehonden. De jachtopzieners proberen de indringers weg te jagen met licht- of rubberkogels.

Volgens verschillende biologen toont dit dat de ijsbeer een opportunist is, die zich goed aan nieuwe situaties kan aanpassen. Tegelijk wordt duidelijk hoe wanhopig de soort is. Net als veel andere dier- en plantensoorten in het noordpoolgebied ondervindt de ijsbeer de gevolgen van de opwarming van de aarde aan den lijve. De veranderingen gaan zo snel dat zelfs een van ’s werelds gevaarlijkste roofdieren niet meer aan voedsel komt.

Uit een onlangs gepubliceerd rapport van de Amerikaanse regering blijkt hoe ernstig de situatie is. In de volgende decennia dreigt de ijsbeer als soort volledig uit te sterven. ‘Alleen door op kordate wijze de opwarming van de aarde in het noordpoolgebied in te dijken, kan de ijsbeer worden gered’, schrijft de U.S. Fish and Wildlife Service. Die organisatie signaleerde al in 2008 dat het roofdier wordt bedreigd. ‘Als er niks wordt ondernomen tegen het verdwijnen van het zee-ijs, is het onwaarschijnlijk dat de ijsberen het redden.’

Bij de meeste mensen wekt een ijsbeer meer angst op dan medelijden. Hij is een van de weinige roofdieren die mensenvlees lusten. Maar voor biologen is de beer veel meer dan een beroepsmoordenaar. Hij is een belangrijk onderdeel van het ecosysteem in het noordpoolgebied. Nergens ter wereld warmt de aarde zo snel op als daar. Daarom is het alarmerend dat de beer zijn gedrag zo vlug verandert.

Twintig kilo eieren

Enkele maanden geleden rapporteerden Noorse onderzoekers dat ze de ijsberen van Spitsbergen eieren hadden zien stelen. Ze eten de eieren van eidereenden, brandganzen of grote burgemeesters (meeuwen). Een dozijn volstaat niet; een volwassen ijsbeer heeft zijn buik pas vol met twintig kilo eieren.

‘De ijsbeer is altijd opportunistisch geweest. Vijfhonderd jaar geleden hebben de beren waarschijnlijk ook al vogeleieren gegeten, als ze de kans kregen. Maar de laatste tien, twintig jaar doen ze dat steeds vaker.’ Er zijn zeevogels genoeg op Spitsbergen, de wetenschappers maken zich nog geen zorgen over de bestanden. Wat hen wel verontrust, is dat de ijsberen noodgedwongen eieren moeten eten.

Er waren nog meer verrassingen op Spitsbergen. Vanop afstand konden de biologen een mannelijke beer zien. Hij keek naar hen, terwijl hij de wacht hield bij het lijk van een witsnuitdolfijn, een soort die onder meer voorkomt voor de Deense kust. De beer had zijn prooi voor de helft bedekt met sneeuw. Naast het lijk van de dolfijn was het enige gat in het ijs. ‘De ijsbeer had staan wachten bij het wak en toegeslagen toen de dolfijn zijn hoofd omhoogstak om te ademen’, zegt Jon Aars.

Toen de biologen de ijsbeer beter bekeken, zagen ze een paradox: hij was zo dun dat aan zijn zijkant zijn ribben duidelijk uitstaken, maar zijn buik was opgeblazen. Na verder onderzoek van het gebied vonden ze de verklaring. Ze stootten op het lijk van een andere dolfijn, die al helemaal verslonden was. De beer was voldaan en probeerde de dolfijn te verstoppen in de natuurlijke koelkast door hem te bedekken met sneeuw.

Afschieten

Als het zee-ijs verdwijnt, wordt de dolfijnenvangst helemaal onmogelijk. Dan moeten de ijsberen elders op zoek naar eten, bijvoorbeeld bij de mens. Erling Madsen knikt bevestigend. Als jachtopziener in het kleine stadje Ittoqqortoormiit aan de Groenlandse oostkust is het een van zijn belangrijkste taken om de ijsberen weg te jagen. Zij komen er op de stortplaats naar resten zeehond of muskusos zoeken.

‘Vooral tijdens de zomer zakken ze af naar de stad. Eind juli drijft het pakijs weg. We krijgen elk jaar bezoek van tien tot vijftien ijsberen’, zegt Madsen in een rapport van WWF Denemarken.

De gemakkelijkste oplossing zou zijn om ze neer te schieten, maar dat kan alleen in noodgevallen. Net als andere landen beschouwt Groenland de bedreigde ijsberenpopulatie als een ernstig probleem. Als de geringe jachtquota in het begin van het jaar al bereikt zijn, wil men vermijden de beren te doden. Maar dat is niet altijd makkelijk.

‘Soms hebben we drie tot vier dagen nodig om ze uit de stad te verdrijven, want ze keren vaak terug’, zegt Erling Madsen. ‘Helaas zit er soms niks anders op dan een ijsbeer te doden. De inwoners worden bang als ze een beer zien terugkeren.’

Volgens John Nordbo, noordpoolspecialist bij het WWF, is die angst begrijpelijk. ‘Ouders willen dat hun kinderen veilig naar school kunnen zonder onderweg een ijsbeer tegen het lijf te lopen. Ook de mensen die naar hun werk gaan, dragen niet meteen een geweer over hun schouder.’

In Groenland worden steeds meer ijsberen neergeschoten uit zelfverdediging. Het WWF schat het aantal tussen 2007 en 2012 rond de zes beren per jaar. In 2014 waren het er 14. Het WWF probeert de mensen in het noordpool­gebied bij te staan met goede raad, bijvoorbeeld door te informeren over hoe je de ijsberen kunt wegjagen zonder ze te doden. Zo zijn lichtkogels erg efficiënt, maar ook heel duur. Rubberkogels worden in Ittoqqortoormiit nog niet gebruikt, maar de interesse bij de bevolking is groot.

Iconische diersoort

Maar zelfs rubberkogels volstaan niet altijd. Dat blijkt uit de ervaringen in een andere stad, waar ze nog meer last hebben van de ijsberen dan in Groenland. Arviat ligt in de Canadese provincie Nunavut. De Inuit die hier wonen, krijgen bijna elke dag met ijsberen te maken. Dat blijkt uit het dagboek dat Erling Madsens collega, jachtopziener Leo Ikakhik, voor het WWF heeft geschreven.

Op 15 november werd Ikakhik al om 14 uur ’s middags opgebeld, wat ongewoon vroeg is. Een moeder en haar welp waren in de stad gesignaleerd. Toen hij aankwam, stonden de twee vlees te eten.

‘Mijn eerste schot was een rubberkogel. De berenmoeder reageerde niet. Zo uitgehongerd waren ze. Ik bleef rubberkogels en losse patronen afvuren, maar ze negeerden ze’, schrijft de jachtopziener.

Terwijl hij nieuwe munitie ging halen, ging een plaatselijke bewoner naar zijn sledehonden kijken. De ijsberen waren teruggekeerd en hadden één van zijn honden gedood en twee andere verwond.

‘De man had geen andere keuze dan de moeder neer te schieten. Toen ik terugkeerde, was ik gedwongen om ook de welp te doden’, schrijft Ikakhik. De jachtopziener is duidelijk aangedaan dat voor het eerst in drie jaar een beer moest worden gedood. Maar, zoals hij noteert, anders had het een mens kunnen zijn.

Stephen DeVincent, die de bijnaam ‘IJsbeerman’ kreeg toen hij voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte, stelt dat de ijsberen twee keer getroffen worden. Ze verliezen niet alleen hun leefgebied, ze lopen ook het risico om te worden gedood als ze naar de steden trekken. Hij ziet maar één positief effect van het ijsberenprobleem: het maakt de klimaatverandering concreet. IJsberen grijpen de mens, zowel volwassenen als kinderen, meer aan dan foto’s van smeltende gletsjers of landkaarten met zee-ijs. Ze wakkeren de verontwaardiging aan.

Daarom zullen de ijsberen voor klimaatactivisten altijd een belangrijk symbool zijn, zegt DeVincent: ‘Er zijn nog veel andere Arctische soorten die worden bedreigd. In een perfecte wereld zouden we ze allemaal moeten redden, maar het ligt in de aard van de mens dat hij zich vooral voor iconische diersoorten interesseert.’

Lees al onze artikels over klimaatverandering in de reeks ‘Olie loont niet meer’ op www.standaard.be/klimaat.