De dood op het ijs
Philip de Roo (l.) en Marc Cornelissen. Foto: Coldfacts

De Nederlandse poolreizigers Marc Cornelissen en Philip de Roo verdronken omdat het poolijs veel dunner was dan normaal. The Guardian blikt terug op hun engagement en het nut van samenwerking tussen wetenschappers, klimaatactivisten en poolreizigers.

In april van dit jaar vertrokken twee Nederlandse poolreizigers, Marc Cornelissen en Philip de Roo, uit Resolute Bay, in het Canadese poolgebied. Ze gingen op weg naar Bathurst Island, een tocht van 400 kilometer die ongeveer een maand zou duren. De expeditie was een onderdeel van de Last Ice Survey, een project van de York University in Ontario om gegevens te verzamelen over de dikte van de sneeuw en het ijs. De twee mannen zouden te voet en op ski’s de Last Ice Area doorkruisen, een gebied waar het ijs in de zomer het best bestand zou moeten zijn tegen de klimaatverandering.

Toen ze nog in Resolute Bay waren om zich voor te bereiden op de zware maand die hen wachtte, had Philip ontdekt dat een plaatselijke jager Marcs slee van een mislukte vorige expeditie gebruikte. In een van de vele korte stemopnamen die ze tijdens hun reis elke dag uploadden, vertelt Marc hoe bijzonder het voelde om weer in de streek te zijn en hoe blij hij was met Philip, een partner die hij kon vertrouwen. ‘De vorige expeditie ging fout en als het ons deze keer lukt, zal dat een mooi contrast zijn.’

In hun laatste stemopname, die op 28 april werd geüpload en sindsdien bijna 24.000 keer is beluisterd, zegt Marc dat het ongewoon warm is – ‘eigenlijk te warm’ – en dat ze binnen de zestig minuten na hun vertrek die dag in hun ondergoed skieden. ‘We denken dat er dun ijs voor ons ligt. Dat is interessant, we gaan het onderzoeken als dat kan.’

Op 29 april, ongeveer 200 kilometer ten zuiden van Bathurst Island, kwamen ze op zee-ijs dat zo onverwacht dun was dat het onder hun voeten begaf. Het ongeluk schokte de gemeenschap van de poolreizigers en onderzoekers.

Wetenschappers en avonturiers

‘De dood van Marc en Philip is een waarschuwing voor iedereen die in het gebied werkt’, zegt Dr. George Divoky, de directeur van Friends of Cooper Island, een non-profitorganisatie. ‘Het is een tragedie, maar ze heeft mij beter doen beseffen hoe belangrijk het is dat je op je hoede blijft op de Noordpool. In het volgende decennium zullen we nieuwe gevaren en dreigingen ontmoeten.’

Je zou kunnen denken dat het onverwacht dunne ijs het gevolg is van de opwarming van de planeet, maar de wetenschappers benadrukken dat het ongeluk die conclusie niet rechtvaardigt. Professor Appy Sluijs, een geoloog van de Universiteit van Utrecht, was een goede vriend van Marc en Philip. ‘Het gebied waar zij werkten, heeft voldoende zee-ijs en zou ook in de nabije toekomst veilig moeten zijn voor dit soort expedities. Een paar honderd meter verder was er veel minder gevaar geweest.’ Toch impliceren alle toekomstscenario’s een beduidende afname van het seizoengebonden en het meerjarige ijs van de Noordpool. Het veldwerk dat de twee mannen deden, zal waarschijnlijk voortdurend moeilijker worden, terwijl de gegevens die het oplevert aan belang winnen.

Ik heb Marc en Philip leren kennen in 2005, toen ik als studente deelnam aan het Climate Change College, een project van het WWF International en Ben and Jerry’s om jonge mensen op te voeden over het milieu. Het omvatte een intensieve opleiding van verscheidene maanden opleiding en eindigde met twee weken in Groenland, waar we op het zee-ijs kampeerden om veldwerk te doen.

Onder leiding van Marc en Philip voerden we metingen uit van het ijs en de sneeuw om de gegevens van CryoSat, de satelliet van het Europees Ruimteagentschap, te valideren. De wetenschappers weten al lang dat de ijskap van de Noordpool verandert, maar hebben weinig gegevens over de dikte van het ijs. Kampen op het terrein geven ons de kans om nauwkeurige metingen te doen en er zeker van te zijn dat de radar van CryoSat het ijs zelf in beeld brengt en niet alleen samengepakte sneeuw.

Peter Nienow, professor glaciologie aan de Universiteit van Edinburgh University en een van de wetenschappers met wie wij op Groenland werkten, legt uit hoe cruciaal het onderzoek op het terrein is. ‘De validatie is essentieel, omdat we accurate metingen nodig hebben om zeker te zijn van de trends in de verandering van het ijs. Een kleine fout in de schatting van de elevatie die je naar de volledige ijskap extrapoleert, kan de schattingen van de evolutie van de massa en dus de invloed op de zeespiegel ingrijpend verstoren.’

Allerlaatste expeditie

Marc zei vaak dat hij zelf geen wetenschapper was. Hij noemde zijn werkmodel ‘informatie verzamelen en naar buiten brengen’. Hij was aan de Technische Universiteit Delft opgeleid tot architect en besloot om na zijn afstuderen ‘een allerlaatste expeditie’ te ondernemen voor hij in de werkwereld stapte. Maar hij werd poolreiziger van beroep en heeft nooit als architect gewerkt. Na meer dan twintig poolreizen had hij een reputatie als een buitengewoon ervaren, bekwame expeditieleider verworven.

In 2011 stichtte Marc Cold Facts, een organisatie die de poolwetenschap steunt door onderzoekswerk van wetenschappers, ontdekkingsreizigers en de lokale bevolking te coördineren en de resultaten van die samenwerking bij een groter publiek te promoten. Daarnaast ontwikkelde hij uitrusting en protocollen die andere poolreizigers hielpen om eenvoudige metingen uit te voeren en hun bevindingen door te geven.

Marc werkte ook aan alarmsystemen met struikeldraden voor ijsberen en deelde ze met andere onderzoekers. Dr. Divoky: ‘Kort na onze ontmoeting in Barrow stuurde hij me vier van zijn alarmen. Ze hebben al meer dan eens ijsberen verjaagd en mij gewekt, want de toenemende inkrimping van het ijs brengt meer en meer beren naar het eiland. Marcs alarmsystemen horen nu bij mijn dagelijkse kampleven. Toen ik ze deze zomer gebruikte, was dat natuurlijk emotioneel.’

Voor hij in maart op de expeditie in de Last Ice Area vertrok, deelde Marc op Twitter een foto van zijn nieuwste alarm. ‘Het krijst als gek. Het beste tot nu toe. Ik weet niet of de buren het leuk vinden…’

Een tent in Groenland

De andere grote kracht van Marc en Philip was dat zij begrepen dat zelfs binnen de gemeenschap van de mensen die de polen willen beschermen, de motivaties sterk verschillen. In het Climate Change College spraken experts over allerhande onderwerpen, van biodiversiteit tot sociale rechtvaardigheid en economie. ‘Marc verstond de kunst om bedrijven bij zijn projecten te betrekken’, zegt Sluijs. ‘Dat is van cruciaal belang, omdat zij mogelijkheden kunnen scheppen die openbare partners niet hebben. Zowel Marc als Philip was in die zin een echte leider.’

Mijn ervaring met het Climate Change College leidde tot een voltijdse baan als campagnevoerder in Schotland. Ik belde vaak met Marc of Philip om raad te vragen. We bleven in contact en ik volgde hun onderzoek met veel belangstelling. Telkens als ze foto’s en verhalen van hun veldwerk met mij deelden, dacht ik terug aan de lange avonden, samen in een tent in Groenland, pratend en lachend, met rode wijn waar stukjes ijs in dreven. De geïsoleerde omgeving schiep een sterke band.

Als je mensen te vroeg en in moeilijke omstandigheden verliest, ben je soms geneigd om hun leven te romantiseren en hen tot helden te verheffen. Maar voor mij zijn Marc en Philip altijd helden geweest. Ze gingen regelmatig zowel lichamelijk als geestelijk tot het uiterste, omdat ze zoveel gaven om de Noordpool en vonden dat ze hem moesten beschermen.

‘Philip en ik zagen elkaar regelmatig in Utrecht, om een biertje te drinken en te overleggen hoe we elkaar konden helpen’, zegt Sluijs. ‘We schreven samen een voorstel en hoewel zijn bijdrage inhoudelijk uitstekend was, was de tekst bijna onleesbaar en krioelde hij van de spelfouten – Philip leed aan dyslexie. Hij deed altijd zijn best om dat probleem te overwinnen.. ‘Moe’ was een woord dat zelden in zijn woordenboek verscheen.’

Whisky en chocolademelk

Philip nog maar net 30 toen hij stierf. Tijdens die laatste expeditie vierde hij zijn verjaardag op het ijs en uploadde hij een vrolijke, lachende boodschap over wakker worden in een versierde tent, een verjaardagsliedje en geschenkjes die Marc had meegebracht. Als tiener had hij vrijwilligerswerk gedaan als Ranger voor het WWF en in 2000, op zijn vijftiende, mocht hij als beloning mee op Xpedition Cool, een onderzoeksproject van een maand in Antarctica. Het was op die reis dat hij Marc leerde kennen.

Marc en Philip waren geen sensatiezoekers maar ervaren ontdekkingsreizigers die de risico’s van een poolexpeditie heel goed kenden. In een TEDx lezing aan de Universiteit van Utrecht, in 2011, vertelde Marc hoe vervelend hij het vond om tijdens een expeditie open water te ontmoeten. Hij trok vol afkeer zijn neus op tijdens de inleiding van een video van een collega in een duikerpak die langzaam door het water kroop en met zijn ellebogen door het ijs zakte. Het zag er lelijk uit.

In de korte stemopnamen die Marc en Philip elke dag van de expeditie om de beurt uploadden, vertelden ze over het ijs en de weersomstandigheden, of over de problemen met hun hond Kimmik, die in het begin weigerde om zijn eigen slee te trekken. Maar ze praatten niet alleen over de uitdagingen maar ook over de leukere kanten van het leven op het ijs. Je hoort in hun stem de voldoening die ze voelden wanneer ze met een warm drankje in hun slaapzak zaten, of na een lange dag een kom warm voedsel konden eten. Ze gaven een heleboel kleine details die hun ervaringen toegankelijk en interessant maakten. En hoewel het lang niet hun eerste expeditie was, bleven ze allebei enthousiast over de schoonheid van het poollandschap. In bijna elke opname vertelden ze erover: de blauwe luchten, de prachtige zonsondergangen, de boeiende ijsformaties.

De dood van Marc en Philip heeft ironische trekjes. In een blog voor National Geographic, in maart, schreef Marc over het feit dat hij in dezelfde streek in 1996 aan een mislukte expeditie was begonnen. Hij was sindsdien bijna elk jaar teruggekeerd naar de Noordpool, maar het was die ervaring die hij zich herinnerde. ‘Die mislukte expeditie is de basis van alles wat ik later heb gedaan. En nu ben ik ongewild weer op hetzelfde ijs.’

Op 29 april ontving het Nederlandse basiskamp van de expeditie een noodsignaal van hun tracer. Het was een dringend verzoek om de mannen te komen ophalen, zonder meer details. Het weer was te slecht om een helikopter met een reddingsteam uit te sturen. Het duurde bijna een week voor plaatselijke vrijwilligers, gecoördineerd door de Canadese politie, het gebied op skimotoren konden bereiken en Marc lichaam vonden. Dat van Philip is nog altijd spoorloos.

Ik heb van hen geleerd dat wetenschap en campagne voeren – informatie verzamelen en naar buiten brengen – de twee zijden van dezelfde medaille zijn. De vooruitgang is vaak traag. Eén mens die een gat in het ijs graaft, heeft misschien niet het gevoel dat hij veel bereikt. Eén mens die een lezing houdt, heeft misschien niet het gevoel dat hij veel verandert. Maar als je die persoonlijke inspanning in de context van een collectieve actie ziet, lijkt de impact veel groter. Alles is makkelijker als je het met de glimlach doet, en de beste dagen eindigen altijd met warme chocolademelk en whisky.

© Courtesy of The Guardian

Keep it in the Ground: http://www.theguardian.com/environment/series/keep-it-in-the-ground