De strafzaak over het ongeval met een Belgische bus in het Zwitserse Sierre is definitief geseponeerd. Maar advocaat Job Knoester, die een aantal nabestaanden vertegenwoordigt, overweegt een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Knoester noemt de beslissing van het Zwitserse Hooggerechtshof om de zaak-Sierre te seponeren teleurstellend.

‘Het is de ouders er niet om te doen een strafzaak te openen’, aldus Knoester. ‘Dat is een misverstand dat in de media ten onrechte in stand wordt gehouden. De ouders willen alleen duidelijkheid krijgen over de doodsoorzaak van hun kinderen.’

Zo kunnen ze volgens hem aan hun rouwproces beginnen.

Antidepressiva

Knoester vindt het ongehoord dat het Zwitserse gerecht niet eens het effect van de antidepressiva die de chauffeur slikte, heeft willen onderzoeken en ook niet van een reconstructie van het verkeersongeval wilde weten.

‘Je kunt beslissen dat de medicatie er voor niets tussen zit, als je dat tenminste onderzocht hebt’, zegt Knoester. ‘Maar hier wordt een stelling al meteen afgewimpeld nog voor ze degelijk onderzocht is, en dat kan niet.’

Geseponeerd

Het Hooggerechtshof van Zwitserland bevestigde vrijdag de beslissing van de rechtbank van het kanton Wallis, die had geoordeeld dat de seponering gerechtvaardigd is vanwege het overlijden van de buschauffeur bij de ramp. Een inbeschuldigingstelling is daardoor onmogelijk, zo klinkt het.

De advocaat heeft zes maanden de tijd om een procedure bij het Hof voor Mensenrechten in Straatsburg te starten.

De busramp gebeurde op 13 maart 2012 en eiste 28 dodelijke slachtoffers, onder wie 22 schoolkinderen die op wintersportvakantie waren in Zwitserland. De kinderen waren afkomstig uit scholen in Lommel en Heverlee.