In welke mate mag de wetenschap het diep verlangen naar een baby inlossen bij mensen die er van nature geen kunnen krijgen? En de baby’s op maat, die ze wellicht morgen kan maken, willen we die wel? Veerle Beel buigt zich over vier vragen zonder antwoord.

1. Hoeveel mag een ‘besteld’ kind kosten?

Ouders uit Middelkerke die vijf jaar geleden een zoon kregen bij een draagmoeder, zijn dit jaar vrijgesproken in beroep. Ze waren al eens vrijgesproken in eerste aanleg, maar het parket van Brugge vond het ‘mensonterend’ dat ze 12.800 euro hadden betaald aan de draagmoeder en tekende beroep aan. De rechter in beroep noemde dat bedrag echter aanvaardbaar als kostenvergoeding.

Twee jaar geleden werden de Nederlandse ouders van baby D. en haar Belgische draagmoeder voor hetzelfde hof van beroep in Gent veroordeeld, omdat het kind voor 12.000 werd ‘verkocht’. De rechter oordeelde dat de draagmoeder en haar partner ‘duidelijk uit waren op geldgewin en het kind op internet aan de meest biedende aanboden’.

Deze zaak is veel ingewikkelder dan de eerste. Toch rijst de vraag: waarom is 12.000 euro voor een kind in het ene geval aanvaardbaar en in het andere niet?

De Senaat buigt zich al een paar maanden over draagmoederschap. Alle partijen lijken het erover eens dat commercieel draagmoederschap niet wenselijk is. Maar je kan ook niet verwachten dat een draagmoeder alle kosten en risico’s van de zwangerschap zelf draagt. Op welk bedrag kloppen we af?

De Amerikaanse draagmoederbeurs in Brussel, in mei van dit jaar, stelde de zaken op scherp: in de VS kan je een kind op bestelling kopen voor ongeveer 100.000 euro. Er zijn Europese mannen die daar leningen voor aangaan, zo groot is hun kinderwens. En natuurlijk zitten in dat grote bedrag ook andere zaken vervat, zoals de medische kosten van de fertiliteitsbehandelingen.

Die behandelingen betalen wij hier aan almaar meer mensen terug, tot zes keer toe. Wij, als samenleving, vinden het dus aanvaardbaar dat er een prijskaartje aan kinderen hangt.

Er is overigens nog een categorie kinderen die niet gratis komen. Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V) sloeg alarm omdat herkomstlanden almaar grotere bedragen vragen per adoptiekind: tot 3.000 euro en meer. En dan moeten de werkingskosten in ons land nog worden betaald (ook 3.000 euro), en de vliegtuigreis en de legalisering van de adoptie in het herkomstland. Reken maar uit, en prijs u gelukkig als u uw kinderen vanzelf ‘gekregen’ hebt.

2. Hoeveel hoop mag de wetenschap geven?

Voor de vruchtbaarheidsartsen is het plaatje helder: als de ene behandeling niet werkt, stapt u over op de volgende. Lukt ivf niet? Probeer het eens met een eicel van een ander. Omdat er in België niet voor donaties van lichaamseigen materiaal mag worden betaald, staan de kandidaat-donoren niet aan te schuiven. In Spanje doen ze daar minder moeilijk over. Daar hebben ze eiceldonoren in overvloed, wat een stroom aan fertiliteitstoerisme naar dat land op gang heeft gebracht.

Hetzelfde gebeurt bij ons om andere redenen: Belgische centra helpen Nederlandse wensouders die een anonieme donor willen, en uit Frankrijk komen lesbische stellen en alleenstaande vrouwen omdat ze in eigen land niet geholpen worden. Uit Frankrijk komen ook wensouders en kandidaat-draagmoeders naar Brussel. Want het is niet omdat draagmoederschap nog niet geregeld is, dat het in ons land niet gebeurt. De politiek loopt mijlenver achter op de praktijk.

De wetenschap stuwt de praktijk vooruit. Nu kan je als jonge vrouw al eicellen invriezen voor later. Straks kan je misschien hetzelfde doen met eierstokweefsel, waardoor je ontelbaar veel eicellen in reserve houdt. Het is wachten op de dag dat er geen eicellen en sperma meer nodig zijn voor de voortplanting, maar dat gewone menselijke cellen daarvoor volstaan.

Allemaal razend interessant. Voor de wetenschap. Maar wat doet het met de vrouwen en mannen die in deze rollercoaster terechtkomen? Altijd weer proberen, altijd weer hoop koesteren, in een aantal gevallen ook altijd weer ontgoocheld zijn. Voor sommigen een emotionele uitputtingsslag die een half mensenleven aansleept.

3. Is kinderloosheid een ramp?

Vroeger was het een kruis om te dragen. Sinds de moderne anticonceptie kunnen mannen en vrouwen er bewust voor kiezen. Maar als je erg naar een kind verlangt, en het lukt niet? ‘Wees blij’, zeggen wij, die kinderen hebben. ‘Jullie kunnen tenminste overal naartoe. Jullie hoeven je geen zorgen te maken.’ Maar dat is precies wat wensouders zonder kinderen willen: ’s avonds thuis moeten blijven, meezingen met kinderliedjes, ’s zomers een plonsbadje in de tuin, inclusief de zorgen wanneer het minder goed gaat.

‘Wensouders zonder kinderen’: is dat geen foutje? Wie geen kind heeft, is immers geen ouder? Rouwexpert Manu Keirse vindt de term zeer zinvol: ‘Wensouders rouwen om het kind van hun dromen. Hun verdriet is onzichtbaar, maar het is reëel. Over de jaren neemt het gemis toe, omdat de samenleving erg georiënteerd is op gezinnen met kinderen. Waar wordt tijdens de lunchpauze op het werk over gepraat? De eerste schooldag, de examens van de kinderen, hun eerste lief.’

Kortom, bewust kinderloze volwassenen mogen nog honderd keer zeggen dat je het leven op vele andere manieren zin kunt geven, wie een kind wil, is tot veel bereid. Wie er ondanks alle moderne mogelijkheden geen kan krijgen, lijdt dieper. Uit Europees onderzoek in meer dan 25 landen blijkt overigens dat ouders gelukkiger zijn dan niet-ouders. De conclusie gaat over de hele lijn op voor vaders. Voor moeders is het plaatje iets ingewikkelder: die zijn alleen gelukkiger in landen waar er voldoende kinderopvang en andere sociale voorzieningen voorhanden zijn.

4. Mag je (niet) screenen tijdens de zwangerschap?

Vorig jaar werden in ons land 12.000 NIP-tests uitgevoerd (NIPT staat voor ‘niet-invasieve prenatale test’). Dit jaar zullen het er meer zijn. Nochtans niet goedkoop, zo’n test, maar hij bepaalt vrijwel zeker of een ongeboren kind downsyndroom heeft. Experts waarschuwden voor klassengeneeskunde. De federale minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) werkt aan terugbetaling. Niet voor alle zwangeren ineens, maar voor hen die een verhoogd risico hebben.

Ons land heeft een traditie van screenen tijdens de zwangerschap. Wie zich niet laat testen, op welke wijze ook, is vandaag een uitzondering. Artsen en zeker specialisten zijn opgeleid om te zoeken naar wat kan mis gaan. Daardoor vergeten we dat het meestal gewoon goed gaat. Het Kenniscentrum voor de gezondheid wil daar verandering in brengen. Artsen zouden terughoudender moeten omspringen met prenatale tests, omdat die soms niet eens zekerheid brengen, maar enkel angst zaaien. Bovenal moeten zwangere vrouwen en hun partners beter geïnformeerd worden, zodat ze zelf kunnen beslissen of ze het willen doen. In ons omringende landen is dat de gangbare praktijk.

Met de NIPT is het moeilijk: enerzijds geeft hij uitsluitsel over het syndroom. Anderzijds zegt hij niets over wat je kind met Down wel of niet zou kunnen, of hoeveel liefde er tussen dit kind en zijn ouders zal omgaan – of niet. Een zwangerschap afbreken blijft dus een persoonlijke keuze. Het is niet ondenkbaar dat dit onder druk komt te staan. Nu al moeten ouders van kinderen met Down vaak antwoorden op de vraag: heb je het misschien niet geweten? In een samenleving die alleen perfecte kinderen welkom heet, dreigt de solidariteit met niet-perfecte kinderen verloren te gaan.

En straks kan je via deze bloedtest het hele genoom van je kind, met al zijn pluspunten en defecten, in kaart brengen. Aan de KU Leuven heeft men via de NIPT ook al kanker opgespoord bij drie zwangere vrouwen. Wat zullen we nog allemaal te weten komen zonder dat we ernaar op zoek waren? En wíllen we het ook weten? Dat debat moet nog beginnen.