Minimaal zes op tien kinderen wonen in gezin waar beide ouders werken
Foto: Shutterstock

Minimaal 63,8 procent van de kinderen woonde eind 2012 in een gezin waar beide ouders werken. En 91,3 procent van de kinderen jonger dan 12 jaar komt uit een gezin waar minstens één ouder werkt. Dat blijkt uit het jaarverslag ‘Het kind in Vlaanderen’ dat Kind en Gezin woensdag heeft voorgesteld.

Volgens Kind en Gezin gaat het om nieuwe cijfers die een beeld schetsen van de socio-economische omgeving waarin kinderen in Vlaanderen opgroeien.

'De arbeidssituatie en het inkomen in het gezin bepalen mee de kansen en de leefsituatie van kinderen en beïnvloeden ook het gebruik van kinderopvang. Omdat de Vlaamse overheid door de zesde staatshervorming meer bevoegdheden voor het gezinsbeleid verwierf, werd in deze editie expliciet bijzondere aandacht besteed aan cijfers over gezinnen, relaties, het gezinsinkomen en over de arbeidssituatie van vaders en moeders', zegt Leen Du Bois van Kind en Gezin.

Antwerpen

De organisatie merkt 'aanzienlijke provinciale verschillen'. In West-Vlaanderen woonde minstens 80 procent van de kinderen in een gezin van tweeverdieners, in Antwerpen ging het om minstens 65 procent. Ook het aandeel jonge kinderen (0-3 jaar) met een werkende moeder verschilt duidelijk tussen provincies. 'Deze verschillen zijn van belang, want we weten dat de behoefte aan kinderopvang onder meer sterk samenhangt met de werksituatie van de moeder', aldus Du Bois.

Zo'n 30 procent van de kinderen uit een eenoudergezin heeft een deeltijds werkende ouder. Van de kinderen uit een tweeoudergezin leeft 38,9 procent bij een gezin waar één ouder voltijds werkt en de andere deeltijds en 3,7 procent in een gezin waar beide ouders deeltijds werken.

Werkintensiteit

Kind en Gezin onderzocht ook de werkintensiteit, de mate waarin over een periode van een heel jaar door ouders gewerkt werd, zowel qua aantal maanden, als qua arbeidsregime. Over heel 2012 bekeken stelt de organisatie vast dat 54,5 procent van de kinderen onder de 12 jaar leefde in een gezin met een werkintensiteit van minstens 75 procent.

'Deze cijfers over de werkintensiteit in eenoudergezinnen tonen aan dat bijna 1 op de 3 kinderen in een eenoudergezin leefde met een werkintensiteit van minder dan 25 procent. Bij kinderen uit een tweeoudergezin gaat het om slechts 8,2 procent.'

Nieuw in dit rapport is de informatie met als teleenheid het gezin of de ouder(s) van jonge kinderen. 'Die cijfers zijn namelijk relevant in het kader van een breder gezinsbeleid. Zo gingen we na in welke mate de werksituatie van vaders en moeders verschilt en of deze beïnvloed wordt door de leeftijd en het aantal jonge kinderen in het gezin', legt Du Bois uit.

Vaders vs. moeders

Kind en Gezin stelt verschillen vast in de werksituatie bij vaders en moeders met jonge kinderen (0-12 jaar). Zo blijkt dat vaders met jonge kinderen (jonger dan 12 jaar) vaker aan het werk zijn dan moeders met jonge kinderen. Ongeveer 90 procent van de vaders met kinderen van 0 tot 12 jaar werkt. Voor de moeders gaat het om 75,5 procent.

'Dat betekent niet dat vrouwen met jonge kinderen vaker werkzoekend zijn, maar wel dat vrouwen vaker een 'andere' arbeidssituatie hebben, bijvoorbeeld huisvrouw of student, en dat vrouwen met kinderen vaker niet-beroepsactief zijn', aldus Du Bois.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig