INTERVIEW. ‘We mogen dit metier niet vergeten’
Drie blauwe jurken van Madame Grès uit 1945 die tot Ludots collectie behoren Foto: Sotheby's
Morgen komen meer dan honderdvijftig unieke haute couture ensembles opnieuw in omloop. Ze worden door Sotheby’s in Parijs geveild en komen uit de privéverzameling van Didier Ludot, ‘s werelds bekendste vintage-handelaar in haute couture. Veerle Windels kon hem strikken voor een interview, in één van zijn boetieks aan de Jardin du Palais Royal in Parijs.

Ze noemen hem wel eens de mode-antiquair, Didier Ludot. Grote man, wilde haardos, brede glimlach, grote gebaren, sterke opinies. Een praatje maken doet de man nooit zomaar. Ga je hem interviewen over zijn privéverzameling, dan begint hij graag over 'al die oude huizen en de vraag of je ze werkelijk een voor een nieuw leven in moet blazen? Vionnet? Draait voor geen meter. Worth? Schitterend huis maar het wil maar niet lukken om het opnieuw te lanceren. Ach, laat de doden waar ze zijn!'.

Ik heb hem een paar jaar geleden ook al eens geïnterviewd naar aanleiding van een samenwerking met Petit Bateau (voor wie hij een reeks zwarte jurkjes had ontworpen) en toen al was me zijn welsprekendheid én zijn kennis terzake opgevallen. Na veertig jaar in het vak weet hij uiteraard veel over de modebusiness, in het bijzonder die van het vintage-gebeuren. Wie ooit zijn vitrines aan de Jardin du Palais Royal in Parijs bezocht (of er aanbelde en binnen liep) weet dat Ludot een unieke verzameling heeft. En daar gaan er nu zo’n 150 stuks van onder de hamer.

De lijst klinkt indrukwekkend: van ensembles van Paul Poiret tot Madame Grès, van Dior tot Balenciaga, van Alaïa tot Jean-Charles de Castelbajac, van Comme des Garçons tot Galliano… stuk voor stuk gaat het om unieke creaties die Ludot 'nu wil delen met anderen, als een soort hommage aan zoveel bijzondere vrouwen die deze kleren gedragen hebben.' Ludot: 'Sommige stuks zaten al veertig jaar in dozen. Ik heb Schiaparelli jurken teruggevonden die ik in geen dertig jaar gezien had. Ik wist niet meer dat ik ze had. Ik was ze bijna vergeten. Terwijl we net dat niet mogen doen: dit metier vergeten.'

U wilt het publiek opvoeden.

'Wat ik doe, is ook een hommage aan een metier dat verloren gaat, aan vrouwen die een ongelooflijke manier van leven hadden. Vergeet niet dat haute couture klanten soms vijf keer per dag van kleren veranderden. Dat bestaat vandaag niet langer. Maar het is zelfs zo erg dat modejournalisten soms niks meer af weten van stoffen en materialen, of gewoon schrijven dat Rei Kawakubo een man is. Erg, toch?'

En toch is mode nog nooit zo vaak in musea beland en wordt ons vak steeds vaker heel erg serieus genomen.

'Ja, dat klopt. Er groeit een bewustwording rond mode als kunst, wat het in sommige gevallen ook heel zeker is. De Alexander McQueen expo, eerst in New York en nu in Londen, heeft ongelooflijk veel mensen op de been gebracht, die van Dries Van Noten hier in Parijs was een ongezien succes en ook Lanvin in Palais Galliéra behaalde mooie cijfers. Die ontplooiing rond mode is fijn. We mogen niet vergeten dat we verplicht zijn om ons modepatrimonium te behouden. Te koesteren.'

U voelt zich een redder van de kunst die mode soms is.

'We moeten die mooie stukken in elk geval bewaren of ze de plek geven die ze verdienen. Zelf ga ik al jaren langs bij families die me vragen om de kleerkast van een overledene te bekijken. Soms zitten daar pareltjes in. Nu worden die dingen bewaard, terwijl vroeger de Diors of de Balenciaga’s in de vuilbak belandden.'

In uw winkels in Parijs kopen gewone vrouwen maar even goed museumdirecteuren. Die verwacht u ook op de veiling.

'Ik denk van wel, ja. Kenneth (Ramaekers, van het Hasseltse Modemuseum) is al jaren een goeie klant van mij. Hij kocht Dior, Lanvin, Lelong zelfs. Hij heeft smaak.'

Op de veiling verkoopt u niet alleen de bekende couturenamen maar bijvoorbeeld ook Comme des Garçons…

'En de Castelbajac, omdat er ook wat humor mag tussen zitten.'

U verzamelt al veertig jaar en heeft de vintagerage zien toenemen.

'Ik ben begonnen in een winkelpandje van zes vierkante meter. Nadien kwam de winkel ernaast vrij en heb ik die erbij genomen. Ik was een van de eersten om vintage Hermès tassen te verkopen, iets waar ik nog steeds ontzettend veel vraag naar heb. Maar… ik heb altijd aangekocht wat ik zelf mooi vond. Nu moet vintage niet eens meer oud zijn om heel erg duur te zijn. De prijzen blijven stijgen. En iedereen blijft kopen. Zeker de Japanners.'

Waar haalt u die bijzondere smaak voor mooie dingen?

'Ik denk van bij mijn moeder, we leefden in de Provence. Ik herinner me haar kleerkast, en zo goed als alles wat ze ooit gedragen heeft.'

De veiling is geen stap naar een soort fin de carrière voor u.

'Neen, het voelt evenmin aan als een soort bilan opmaken van mijn carrière. Ik heb sowieso al verschillende expo’s georganiseerd, ik heb veel projecten gedaan en dit is er weer eentje. Bovendien: ik kan moeilijk stoppen. Ik koop nog dagelijks mooie stukken aan.'

Doet u soms nog ontdekkingen van illustere onbekenden die ooit het verschil maakten maar de modegeschiedenis nauwelijks haalden?

'Uiteraard. Check eens Louis O’Rossen. Dat was een Brit die op de Place Vendôme een couturehuis had. Doen!'

Meer informatie over de veiling vindt u op de website van Sothebhy's.