Japan en Zuid-Korea raken het eens over controversieel erfgoed
Toeristen bezoeken ‘battleship island’, een eiland met een koolmijn en nu erkend als Unesco-werelderfgoed. Foto: AFP

De erkenning van een aantal Japanse industriële installaties als Unesco-werelderfgoed gebeurde niet zonder slag of stoot. Zuid-Korea protesteerde, maar het diplomatieke conflict is bijgelegd.

De VN-organisatie voor Cultuur heeft zondag tijdens de vergadering in het Duitse Bonn, een verzameling van 23 industriële monumenten uit de Meijiperiode (1868-1912) op de lijst van het Unesco-Werelderfgoed geplaatst.

Zuid-Korea had daar aanvankelijk tegen geprotesteerd, omdat in de jaren veertig duizenden Koreanen onder erbarmelijke omstandigheden in de erkende sites, waaronder koolmijnen, tot dwangarbeid werden gedwongen. In een compromis verklaarde Japan zich bereid in informatiecentra ook dit deel van de geschiedenis te belichten.

De Zuid-Koreaanse minister van Buitenlandse Zaken Yun Byung Se zei volgens het persbureau Kyodo, dat hij gelukkig is met de beslissing, die rekening houdt met de legitieme bezorgdheid van zijn land.

De Japanse premier Shinzo Abe is op zijn beurt ‘opgelucht en blij’. ‘We zijn vastbesloten om deze prachtige sites, die getuige zijn van het talent van onze voorvaderen, te bewaren en aan de komende generaties door te geven.’

De sites omvatten industriële installaties voor de ijzer- en staalindustrie, de scheepsbouw en de mijnbouw uit de periode van de vroege Japanse industrialisering in de 19e eeuw.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig