Zal Vlaanderen de boot missen voor een nodig biodiversiteitsbeleid?
De Vlaamse minister van Natuur Joke Schauvliege (CD&V) moet nog voor de zomervakantie belangrijke knopen doorhakken inzake het Vlaamse natuurbeleid. Foto: Dieter Telemans

Vlaams minister Joke Schauvliege en de Vlaamse Regering willen de investeringen in milieu en natuur verminderen en talmen o.a. met de bescherming van historisch permanente poldergraslanden. Onbegrijpelijk, vinden 43 bezorgde experts. Natuur speelt een groeiende maatschappelijke en economische rol, zo toont recent wetenschappelijk onderzoek

Internationale, Europese en Vlaamse regelgeving voor milieu en natuur heeft geleid tot verbetering van de milieukwaliteit en tot het beperkt herstel van een aantal dier- en plantensoorten en hun leefgebieden. Maar de weg is nog lang. Milieuproblemen leiden nog steeds tot honderdduizenden vroegtijdige sterfgevallen in de EU. In Vlaanderen is de helft van de 2.400 onderzochte soorten bedreigd en bevindt driekwart van de Europees belangrijke leefgebieden zich in een ongunstige staat van instandhouding.

Verlies aan biodiversiteit leidt tot steeds grotere economische schade. Voorbeelden zijn oprukkende plagen, onzekere insectenbestuiving bij landbouwgewassen en toenemende menselijke en materiële schade door overstromingen wegens het ontbreken van natuurlijke overstromingsgebieden.

Afbouw van natuurgebieden

Het huidige beleid, onder druk van de economische crisis, lijkt de oude tegenstelling tussen ecologie en economie, waarbij milieuregelgeving de economische heropleving in de weg zou staan, weer te doen opflakkeren. Zo overweegt de Europese Commissie een afzwakking van de Habitat- en Vogelrichtlijn en in Vlaanderen voorzien de ontwerpteksten voor de uitvoeringsbesluiten van het Decreet natuurbehoud een significante afbouw voor het aanduiden, aankopen en beheren van natuurgebieden. Illustratief is het uitblijven van de erkenning van historisch permanente poldergraslanden. Dit staat haaks op de internationale doelstelling van de Verenigde Naties en de EU om het verlies van biodiversiteit tegen 2020 te stoppen en dié milieukwaliteit te bereiken die geen schadelijke gevolgen heeft voor mens en natuur. Deze doelstellingen zijn zelfs met de huidige beleidsinspanningen niet haalbaar.

Het maatschappelijk en economisch belang van biodiversiteit kent nochtans groeiende erkenning. Het Global Risk Report 2015 van het World Economic Forum vermeldt het verlies aan biodiversiteit en ecosystemen als een van de belangrijkste risico’s voor de economie: ‘Increasingly, decision-makers are realizing that biodiversity loss is not a second-order issue but is intricately linked to economic development, food challenges and water security.’

Natuurbeleid kan tot 84 miljoen euro opbrengen

Dit is mee het gevolg van een groeiend inzicht in het concept van ecosysteemdiensten, de directe en indirecte bijdragen van natuur aan het menselijk welzijn. Goed functionerende ecosystemen leveren niet alleen voedsel, vezels en andere grondstoffen, maar spelen een cruciale rol in het reguleren van de waterhuishouding, het beheersen van de nutriëntenstromen, bodemvorming, bestuiving, regulering van het klimaat, zuivering van de lucht, en zo meer. Daarnaast hebben ecosystemen een erg belangrijke recreatieve, culturele, spirituele en educatieve waarde. Daarover werd ook in Vlaanderen de jongste jaren toonaangevend onderzoek gedaan. Ecosysteemdiensten vertegenwoordigen een monetaire waarde die ongeveer tweemaal zo groot is als het bruto mondiaal product. De meerwaarde van het realiseren van de doelstellingen van het Europees natuurbeleid in Vlaanderen wordt geschat op 13 tot 84 miljoen euro per jaar. Uiteraard heeft biodiversiteit ook een intrinsieke waarde.

In het kader van de wereldwijde ontwikkeling van kennis en inzichten inzake het belang van biodiversiteit is het onbegrijpelijk dat Vlaanderen de investeringen in natuur en milieu wil afbouwen. In een dichtbevolkte regio is de behoefte aan functionele natuur uitermate groot. Vele milieuproblemen hangen samen met het verlies van ecosysteemdiensten. Het oude conflictmodel ecologie versus economie is contraproductief en erg passé voor regio’s die innovatie hoog in het vaandel hebben.

In dit kader, vormt de erkenning van de historisch permanente poldergraslanden, gekenmerkt door een grote biodiversiteit, een belangrijke stap. Dit mag geen bedreiging zijn voor de landbouw maar zou juist een impuls moeten geven aan toekomstgerichte samenwerkingsverbanden. Een veel lonender strategie dan een stellingenoorlog tussen landbouw en natuurbehoud. Natuur en landbouw zijn juist de meest evidente bondgenoten om in een verstedelijkt Vlaanderen samen de open ruimte te vrijwaren.

Nood aan belevingsnatuur

Wat opgaat voor de poldergraslanden gaat in algemene zin ook op voor de natuur in heel Vlaanderen. De honderdduizenden bezoekers die op mooie dagen natuurgebieden bezoeken bewijzen de maatschappelijke behoefte aan natuur. De nood aan en het belang van belevingsnatuur werd meermaals aangetoond. Het is dan ook moeilijk te bevatten dat het Vlaamse beleid alleen nog wil instaan voor de natuur die aan Europese normen voldoet. Ook de kleinere natuur- en groengebieden, vaak dicht bij woonkernen, verdienen erkenning en ondersteuning. Een toekomstgericht Vlaanderen heeft er veel maatschappelijk en economisch belang bij om juist te investeren in zijn natuurlijk kapitaal en niet in de verdere afbouw. De huidige voorstellen van uitvoeringsbesluiten van het Decreet natuurbehoud kiezen impliciet voor afbouw. Toch zijn er leerrijke voorbeelden in Vlaanderen die tonen hoe het wel kan. Het nationaal park Hoge Kempen is een belangrijke stimulus voor de omgeving en geniet grote steun van de lokale burgemeesters. Het Sigmaplan combineert veiligheid met natuur, de regionale landschappen mikken op duurzaam gebruik van aantrekkelijke groene regio’s door diverse vormen van recreatie.

De Vlaamse Regering en minister van Natuur Joke Schauvliege (CD&V) moeten nog voor de zomervakantie belangrijke knopen doorhakken inzake het Vlaamse natuurbeleid. Een regio als Vlaanderen waar grijze hersencellen de belangrijkste grondstof zijn, dient expliciet te kiezen voor een slim beleid dat leefmilieu en biodiversiteit niet opnieuw stiefmoederlijk behandelt. Het is de hoogste tijd voor een volwaardig biodiversiteitsbeleid. Ofwel zet de regering de weg van het natuurherstel verder, ofwel draait ze de klok decennia terug. Een snelle beslissing rond de historische poldergraslanden wordt een eerste testcase.

De ondertekenaars:

UAntwerpen

Patrick Meire, Ivan Janssens, Ivan Nijs, Herwig Leirs, Erik Matthysen, Roeland Samson, Stijn Temmerman, Rudy Van Diggelen, Lieven Bervoets, Ronny Blust, Peter Aerts

UGent

An Cliquet, Tom Moens, Magda Vincx, Marc Espeel, Kris Verheyen, Dries Bonte, Luc Lens, Ann Vanreusel, Koen Sabbe, Geert Van Hoorick, Olivier De Clerck, Wim Vyverman, Mieke Verbeken

VUB

Nico Koedam, Harry Olde Venterink, Ludwig Triest, Bram Vanschoenwinkel, Marc Kochzius, Kim Roelants

KU Leuven

Luc De Meester, Luc Brendonck, Martin Hermy, Robby Stoks, Filip Volckaert, Olivier Honnay, Hans Jacqemyn

UHasselt

Jaco Vangronsveld, Jan Colpaert, Tom Artois, François Rineau

UCL

Hans Van Dyck