Beroepskosten: wel of niet bewijzen?
Foto: photo news
Een van de grootste klusjes bij het invullen van de belastingaangifte is het bewijzen van de beroepskosten. Het bijeenbrengen van alle gemaakte uitgaven is een werk dat stevig wat tijd in beslag kan nemen, maar wel de moeite kan lonen. Anderzijds: soms bewijst u beter géén kosten.

Eigenlijk is het al bij al eenvoudig: u kunt er zelf voor kiezen om uw kosten te bewijzen, en dat geeft recht op een korting op uw belastingaangifte. Als u niets bewijst, dan gaat de fiscus er van uit dat uw beroepsinkomsten toch kosten met zich meebregen, en maakt hiervan een schatting op basis van percentages.

Het is aan u om te zien wat u wil. Kort samengevat: als u kunt aantonen dat uw kosten hoger zijn dan het wettellijk forfait, dan bewijst u die best. Is het forfait hoger dan de aantoonbare kosten, dan neemt u beter genoegen met het forfait. 

Hoe hoog is het forfait?

In elk geval moet u weten hoe hoog de forfait is die de fiscus voor u bepaalt. Die hangt af van uw statuut (werknemer/bedrijfsleider/vrij beroep/werkloze) én van de hoogte van uw inkomsten. Op de eerste 8.620 euro inkomsten als werknemer ziet de fiscus 30 procent kosten. Dat neemt daarna in trappen af, tot er een maximaal forfait is van 4.320 euro. Voor de andere beroepsgroepen verloopt de berekening op gelijkaardige wijze. Het is vrij ingewikkelde berekening, maar met de (anonieme) module van De Standaard weet u in luttele seconden waar u aan toe bent.

Hoeveel kosten kan ik bewijzen?

Denkt u dat u meer kosten hebt gemaakt, dan neemt u best alles bij de hand: informatie over woon-werkverkeer en alle andere beroepskosten: verplaatsingen in opdracht van de baas maar met je privévoertuig, gegevens over de ruimte waar je van thuis uit werkt, de apparatuur die je daarvoor gebruikt...

Als werknemer moet je enkel het totale bedrag invullen, maar een grondige toelichting van de ingebrachte kosten, vergezeld van bewijsstukken en berekeningswijzen, is aangewezen om problemen bij de controle te vermijden.