Een onzichtbare minderheid
Tom Naegels

Mensen met een beperking vinden dat ze in de media te weinig en te stereotiep aan bod komen. Je kan niet zeggen dat deze krant geen inspanningen doet voor hen, vindt Tom Naegels, maar in de reguliere berichtgeving kan het beter.

Opmerkelijk, vond ik. Mensen met een handicap komen veel, maar dan echt véél vaker voor in de berichtgeving van de populaire pers in Vlaanderen dan in die van de kwaliteitskranten. Dat staat in het onderzoek van orthopedagoge Tina Goethals, die werkt voor de universiteiten van Gent en Antwerpen en voor het Steunpunt Gelijkekansenbeleid. Voor haar doctoraat onderzocht ze meer dan veertienduizend (!) artikels uit de periode 2003-2012, waarin op de een of de andere manier melding werd gemaakt van mensen met een beperking. Het verschil is spectaculair: 35 procent van de vermeldingen gebeurde in populaire kranten, nog eens 27,27 procent in lifestyle magazines, bijna 16 procent in society-magazines, en helemaal onderaan, met slechts 4,87 procent, bengelden de kranten De Morgen, De Tijd en De Standaard.

‘Het verraste mij ook’, zegt Goethals als ik haar erover bel. ‘Een mogelijke verklaring is dat mensen met een beperking disproportioneel vaak lager opgeleid zijn. Ze maken zelden deel uit van de politieke, economische of culturele elite, waar de kwaliteitsmedia meer over berichten. Populaire kranten maken meer ruimte vrij voor opvallende verhalen van alledaagse mensen. Ze hebben ook een meer uitgebreide regionale berichtgeving. Bovendien leent een handicap zich goed voor sentimentele of melodramatische verslaggeving. Toch zou je zo’n grote kloof niet verwachten, omdat kwaliteitsmedia wel veel aandacht hebben voor ongelijkheid en gelijke kansen.’

Ik ontmoette Goethals vorige week op de voorstelling van een online tool van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs, die studenten journalistiek bewust moet maken van hun eigen vooroordelen tegenover mensen met een handicap. Zoals de meeste minderheden zijn die immers ongelukkig over de manier waarop ze in het nieuws komen: veel te weinig, in stereotiepe rollen, en impliciet altijd in contrast met ‘de norm’.

De beperking als onderwerp

Zo duiken er in mannenbladen, met hun grote aandacht voor fysieke kracht en schoonheid, opmerkelijk vaak artikels op over mannen met een fysieke beperking – als contrast. In lifestylebladen duiken dan weer vooral vrouwen met een chronische aandoening op – opnieuw, als contrast. En als kinderen in de media komen, dan hebben ze in meerderheid een beperking die het hen moeilijk maakt om te leren: ze hebben een verstandelijke beperking, of gedragsproblemen, of leerproblemen, of autisme. Maar vooral, zegt Goethals: ‘Ik heb in al die artikels die ik onderzocht heb, er eigenlijk geen enkel gevonden waar de beperking niet het voornaamste onderwerp was. Ze duiken nooit op in gewone rollen.’ Dat wekt de indruk dat mensen met een handicap niet hetzelfde kunnen meemaken als andere mensen. Ze brengen hun kinderen niet naar school, ze stemmen niet, ze zijn niet gestrand op Zaventem, etc. Ze worden gedefinieerd door wat ze niet kunnen.

Het is een vaak voorkomende klacht, die ik van veel ‘doelgroepen’ hoor: mensen in armoede, mensen met psychische problemen, oude mensen, transgenders, moslims, joden, Roma en Rom, Afrikanen, en in veel mindere mate bij momenten ook nog de ‘pioniers’, de homo’s en vrouwen. Allemaal ergeren ze zich aan de manier waarop ze in de mainstream media ‘herleid’ worden tot wat hen ‘anders’ maakt.

Het probleem voor mensen met een beperking echter is dat zij in tegenstelling tot sommige anderen een onzichtbare minderheid zijn. Of beter: hun minderheid-zijn is niet gepolitiseerd, er wordt geen actie rond gevoerd, zoals dat met vrouwen, homo’s, joden en moslims wel gebeurt. Als in een interview met sportpsychologe Eva Maenhout wordt gevraagd wat ze zou doen mocht ze verliefd worden op een van de spelers van AA Gent, dan krijg ik meteen mails: wat is me dat voor een seksistische vraag? (DS 28 mei) Als bij een artikel over huiselijk geweld een foto van een gesluierde vrouw wordt geplaatst, idem: wat is me dat voor een racistische fotokeuze? Die druk maakt dat zowel journalisten als hun lezers zich er op zijn minst van bewust zijn dat het uitmaakt hoe je vrouwen, homo’s, joden of moslims in de krant zet. ‘Maar een beperking wordt nog vaak gezien als enkel een persoonlijke kwestie, niet als een politiek verhaal’, zegt Goethals.

Hart voor Handicap

Nu, van De Standaard kan moeilijk gezegd worden dat ze handicap niet beschouwt als een maatschappelijk issue – anders zou de krant zich niet ieder jaar achter Hart voor Handicap scharen. Als ik in het archief kijk, dan merk ik dat de papieren krant in 2015 gemiddeld twee à drie artikels per maand, vaak grote, publiceerde over het onderwerp. Het gaat dan meestal over de sociale, politieke of ethische kant: over de toegankelijkheid van scholen of handelszaken (DS 27 maart en 13 maart), over de streefcijfers bij de Vlaamse administratie (DS 26 februari), over het effect van het wegvallen van de belbus op de zelfstandigheid van mensen met een beperking (DS 17 maart), of de wenselijkheid van de NIP-test tijdens de zwangerschap in de correspondent-reeks ‘het perfecte kind’ (DS 3 maart). In die stukken komen wel zelden mensen met een beperking zelf aan het woord – en in de reguliere berichtgeving over andere onderwerpen zie je ze inderdaad haast nooit. Zeker wat dat laatste betreft, kan de krant nog grote stappen zetten naar een meer inclusieve berichtgeving.

Voor meer info over de tool: breedbeeld.siho.be

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)