Europese oliegiganten willen  CO<sub>2</sub>-heffing
Foto: REUTERS

De zes grote Europese olie- en gasbedrijven vragen dat er een wereldwijde heffing komt op de uitstoot van CO2. Daarmee geven ze aan dat zij de klimaatverandering echt ernstig nemen. Dat staat vanmorgen in De Standaard te lezen.

‘De klimaatverandering is een cruciale uitdaging voor onze wereld. We erkennen dat met de huidige uitstoot van broeikasgassen de temperatuur met meer dan 2 graden zal stijgen. We willen onze verantwoordelijkheid nemen.’

Zo beginnen de ceo’s van de zes grote Europese olie- en gasbedrijven (BP, Shell, BG, Eni, Total en Statoil) een gezamenlijk ondertekende brief. Die is gericht aan Christiana Figueres, het hoofd van het VN-klimaatpanel, en aan de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius. De twee organiseren eind dit jaar de belangrijke klimaattop van Parijs.

Gelijk

In hun opmerkelijke brief vragen de zes dat eindelijk werk wordt gemaakt van een ernstige belasting op de uitstoot van CO2. In dat systeem moeten bedrijven betalen voor elke ton broeikasgas dat ze uitstoten. Daardoor wordt het gebruik van olie, gas en kolen duurder en worden duurzame energiebronnen goedkoper.

De zes erkennen dat een stevige belasting op CO2 ook hen geld zal kosten, maar ‘een politiek met vaste CO2-prijs maakt dat bedrijven duidelijk weten waarin ze moeten investeren’. En, voegen ze eraan toe: het speelveld moet over de hele wereld gelijk worden.

Geen toeval

Dat de brief nu verschijnt, is niet toevallig. In Bonn wordt deze week opnieuw vergaderd over een tekst die eind dit jaar, op de klimaattop van Parijs, goedgekeurd moet worden. Tegelijk moeten alle landen op vrijwillige basis toezeggingen doen over hoeveel broeikasgassen ze minder gaan uitstoten. Fabius liet gisteren verstaan dat de toezeggingen die op tafel liggen, ‘ruimschoots onvoldoende’ zijn om de temperatuurstijging tegen het einde van de eeuw onder de 2 graden te houden.

De zes zetten extra druk op de ketel. Ze vragen ‘een directe dialoog’ met de politici ‘omdat ze vanuit hun kennis een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een benadering die zowel praktisch als haalbaar is’.