Mark van de Voorde: ‘Rome wil snel verandering in België’
Foto: BDW

Rome wil dat de Kerk in ons land snel een ander beleid gaat voeren. Dat leidt ex-hoofdredacteur van Kerk en Leven Mark Van de Voorde af uit het snelle ontslag van aartsbisschop Léonard.

‘Het is geen wonder dat het ontslag van aartsbisschop Léonard, aangeboden op 6 mei op zijn 75ste verjaardag, al na nauwelijks drie weken is aanvaard. En het is toch ook veelzeggend dat de paus Léonard niet vraagt om nog een tijdje aan te blijven. Dat wijst erop dat Rome aandringt op een verandering in het kerkelijke beleid in de Belgische kerkprovincie’, zegt Van de Voorde.

‘Léonard zat helemaal op de lijn van de vorige paus, Benedictus XVI, en zijn aanpak kan moeilijk geslaagd genoemd worden. Léonard stond met zijn strakke leer ook wat geïsoleerd in de Bisschoppenconferentie’, vervolgt Van de Voorde. ‘Ik denk dus dat Rome heeft geredeneerd: willen we een goed draaiende Bischoppenconferentie in België, dan moeten we Léonard vervangen door íemand met minder uitgesproken ideeën.’

Gefaald

Volgens Van de Voorde wilde Léonard met zijn strenge aanpak de roomse kerk in ons land opnieuw dynamiseren, maar heeft hij daarmee gefaald. ‘Léonard, die overigens als mens een zeer beminnelijk man is, dacht de kerk op het rechte pad te zetten door strenge leerstelligheid, maar dat heeft niet gewerkt. De nieuwe paus, Franciscus, daarentegen is meer de man van de diversiteit, is iemand met een milder oordeel en is eerder pastoraal gericht, terwijl Léonard toch meer een man van de juridische aanpak was.’

Over de toekomstkansen van de kandidaten die nu naar voren worden geschoven als mogelijke opvolgers van Léonard, is Van de Voorde erg kort. ‘Daar kun je niets zinnigs over zeggen. Integendeel, door iemand nadrukkelijk als een goede kandidaat-opvolger aan te prijzen, zou je zijn kansen zelfs kunnen kelderen. Laten we er dus maar van uitgaan dat de opvolger van Léonard iemand zal zijn die heel anders is als Léonard. Als dat niet zo was, zouden ze Léonard wel gevraagd hebben om nog een tijdje aan te blijven als aartsbisschop.’