Op zoek naar de waarheid achter de tragische cijfers over doden in Qatar

Waarschijnlijk zag u bovenstaande grafiek al ergens opduiken op Facebook of Twitter. Hij moet in één oogopslag duidelijk maken wat de schrijnende gevolgen zijn van de lamentabele werkomstandigheden bij de bouwwerken voor de Wereldbeker van 2022 in Qatar. Maar kloppen de cijfers wel?

De grafiek van de Washington Post maakt indruk: het verschil tussen het handvol slachtoffers van werkongevallen bij de Wereldbekers in Zuid-Afrika en Brazilië en de Olympische Spelen in Peking en Londen en de vele honderden doden in Qatar is schrijnend. Er werden in Qatar sinds 2010 al 1.200 doden geteld en naar alle waarschijnlijkheid loopt dat op tot 4.000 doden voor de eerste bal getrapt wordt in 2022. Een grotere tol dan de aanslagen van 9/11 om maar iets te zeggen. Een schande voor het land, voor de Fifa en voor iedereen die betrokken is bij de Wereldbeker in Qatar klinkt het en het beeld wordt dan ook druk gedeeld op allerlei sociale media.

Maar kloppen die cijfers wel? Rohan Venkataramakrishnan van Scroll.in plaatst er in ieder geval enkele kanttekeningen bij. De cijfers komen uit een rapport van de International Trade Union Confederation (ITUC), een wereldwijd verbond van vakbonden. Dat rapport was niet mals voor Qatar: ‘een land zonder geweten’, klonk het.

Zonder de gebeurtenissen in Qatar ook maar enigszins te willen goedpraten, nam Venkataramakrishnan de cijfers onder de loep om toch een paar nuances aan te brengen. Zo is het niet duidelijk of die doden allemaal betrokken waren bij werken die verband houden met de Wereldbeker - iets wat hoogstwaarschijnlijk wel het geval was bij de (lage) cijfers van de andere Wereldbekers die aangehaald worden. Er zouden de voorbije 4 jaar bijvoorbeeld 800 Indiërs om het leven gekomen zijn. Op een populatie van om en bij het half miljoen Indiërs - van wie lang niet iedereen voor de Wereldbeker werkt en waar ook kinderen en ouderen bijhoren - betekent dat 0,4 doden per 1.000 (per jaar), wat beduidend minder is dan de 7,4 per 1.000 in India zelf, berekende Venkataramakrishnan.

De Washington Post geeft zelf ook toe dat de cijfers met de nodige omzichtigheid moeten behandeld worden: ‘De schattingen van Qatar houden rekening met alle overlijdens van gastarbeiders sinds de toewijzing van de Wereldbeker in 2010, terwijl de cijfers van de andere landen betrekking hebben op overlijdens die rechtstreeks te maken hebben met de bouw van stadions.’

Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken moet er ook rekening mee gehouden worden dat er ook bij de cijfers van de Winterspelen in Sotsji of de Spelen in Peking enig voorbehoud moet gemaakt worden: het is best mogelijk dat die ‘officiële’ cijfers een onderschatting zijn.

Dat wil uiteraard allesbehalve zeggen dat het allemaal rozengeur en maneschijn is in Qatar. Dat de cijfers niet helemaal zijn wat ze op het eerste zicht lijken, betekent immers geenszins dat er niets aan de hand is. Dat er uit Qatar geen reactie komt, kan in die optiek bijvoorbeeld eerder beschouwd worden als een indicatie dat er wel degelijk problemen zijn.

Maar zoals Vani Saraswathi, een Indische schrijver en journalist die al 16 jaar in Qatar woont, aangeeft: als ze inderdaad niet accuraat zijn, is het misschien niet de beste manier om de betrokken werkkrachten te helpen.