De boel bij elkaar houden
Thomas Reif. Foto: photo news
Toch wel wennen, zo’n Elisabethwedstrijd zonder kamermuziek in de finale. Met enkel nog concertante muziek op het examen schikt het concours zich voortaan naar de internationale toetssteen. Ook Sibelius-, Wieniawski-, Tsjajkovski- en Paganiniwedstrijden laten hun finalisten voorbij paraderen in een stoet van concerto’s. Ergens klopt het wel. Het woord ‘concerto’ zou afkomstig zijn uit het Italiaanse ‘concertare’, wat zoveel betekent als wedijveren. Al zou het ook kunnen dat de term uit het Latijn stamt, waar ‘concertare’ dan weer wijst op overeenkomen. Niemand die het weet.

Maar of ‘concerto’ nu krachtmeting of akkoord betekent, het gaat ‘m natuurlijk over het samenspel tussen solist en orkest. Hoe komt die voor zichzelf op? Is het een aansteller of een twijfelaar? Dient het orkest als vangnet of als dwaaltuin? Is er naast avontuur ook ruimte voor affectie? Als de tweede finaleavond van de Elisabethwedstrijd iets liet horen, dan was het wel dat er maar één de held kan zijn in een concerto: de solist die met stalen zenuwen de boel bij elkaar houdt.

Thomas Reif: schools en nerveus

Aan Thomas Reif de onzalige klus om daags na de topprestatie van zijn landgenoot Tobias Feldmann aan te treden. Nochtans lagen de kaarten goed: in de halve finale had Reif laten horen thuis te zijn in hedendaagse muziek. Maar in het plichtstuk van Jarrell kwam hij toch wat nerveus en onbeholpen over. De energieke notenpirouettes waarmee het werk begon, werden weinig verzorgd afgehaspeld. Reif zette een slordige boog over de muzikale grammatica en holde soms ietsje achter het orkest aan. Ook in het glaciale middendeel slipten de vele fluittonen hem als kille ijspegels uit de hand.

Wellicht wilde Reif energie sparen voor het fysiek veeleisende vioolconcerto van Tsjajkovski, een werk dat de solist met James Bondachtige charme laat stunten in vuurgevecht, straatrace en beddenlaken. Maar zoals Reif het speelde, viel vooral op hoe gevaarlijk steil de cliffhangers waren. Al van bij de aanvang gleed hij onder de toon, om daar ook lang te blijven. Tal van nootjes werden ingeslikt, niet elk trekje kwam even helder uit de verf en soms kamde hij al eens een extra snaar mee. Ook al kon Reif zich steeds opnieuw herpakken, zijn nogal obligate vertolking kon niet boeien. Het leek er sterk op dat hij vooral dat deed wat zijn docent hem noest ingepeperd had. Jammer, want dat achter de schoolse aanpak een interessante musicus schuilt, geloven we graag.

Fumika Mohri: beproefd vioolspel

De Japanse violiste Fumika Mohri behaalde eerder dit jaar een tweede prijs op het gerenommeerde Paganiniconcours in Genua, wat haar een fraaie geloofsbrief oplevert. In de halve finale liet ze horen een modelmuzikante te zijn die punten scoort met uiterlijk vlekkeloos en inhoudelijk clean vioolspel. Iets daarvan schemerde door in haar vertolking van het plichtwerk, al was het moeilijk daar precies de vinger op te leggen. Mohri speelde zo timide, zo broos en zo onverschillig dat je ze haast alleen opmerkte wanneer de orkestbegeleiding wegviel. Beproefd vioolspel, daar niet van, maar te karakterloos om op te vallen.

Zo schuchter als ze haar plichtwerk afwikkelde, zo gedecideerd zette Mohri haar Sibeliusconcerto in. Met trefzekere, mooi slepende boogstreken zette ze de eerste hoge melodie neer om meteen daarna te counteren met kruidig lage tonen. Wat volgde, was een prachtvolle uitvoering die alleen in het slotdeel ontsierd werd door enkele concentratiefoutjes. Haar Sibelius was er een volgens het boekje: totaal berekend, een tikje koel misschien, maar vol stralende kleuren en loepzuivere tonen.

Eén minpuntje. Als de term ‘concerto’ voor Reif vooral strijden en afzien betekende, dan betekende die voor Mohri beslist ook geen dialoog. Om maar te zeggen: deze muzikante heeft een fenomenaal besef van haar eigen partij, maar mist de ervaring en bereidwilligheid om zich warmpjes te laten induffelen door een strijkersdeken. Of om eens familiair te doen met die verdwaalde fagot. Maar concertkwaliteit van dat slag mag je eigenlijk niet eens verwachten op een concours. Als het assertieve, meer theatrale vioolspel van Tobias Feldmann te vrijmoedig zou zijn voor sommige juryleden, kan dat Mohri wel eens hoog naar boven duwen in de mathematische rangschikking. Het is haar graag gegund.