Bestaat het cordon médiatique nog?
Tom Naegels

Wie in de krant wordt bekritiseerd, mag daar in principe op antwoorden. Geldt dat ook voor een partij als Vlaams Belang, die de grenzen van het democratische debat opzoekt? Tom Naegels zegt niet a priori neen.

Het cordon médiatique, da’s een term die ik lang niet gehoord heb. Afgelopen weekend dook hij op in het artikel over de zeventigste verjaardag van ’t Pallieterke: ‘In de jaren negentig vervelde ’t Pallieterke helemaal tot spreekbuis van het Vlaams Blok.... Het zogeheten cordon médiatique versterkte de evolutie’ (DS 23 mei) .

Maar bestaat dat cordon – meer een praktijk dan een officiële overeenkomst – eigenlijk nog? Ik kreeg de vraag na een opiniestuk van Groen-politici Bruno De Lille en Petra De Sutter (‘Trots zijn op je homo’s’, DS 4 mei ), waarin die zowel CD&V als Vlaams Belang een dubbelzinnige houding inzake homorechten verweten. Twee dagen later verscheen er een reactie van CD&V’ster Bianca De­baets (‘Diversiteit is een werkwoord’, DS 6 mei ). Van Vlaams Belang verscheen er geen.

Die was nochtans ook aangeboden. Dat die niet verscheen, botst met het principe dat wie wordt bekritiseerd in de krant daar ook op mag antwoorden. Een lezer die bij mij protesteerde tegen deze gang van zaken (het opiniestuk verscheen herwerkt op Doorbraak, met de melding erbij dat ‘de vroegere AVV-VVK-krant weigerde’ om het te publiceren), stuurde een fragmentje uit een interview uit een Humo van 2006 alweer, waarin toenmalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch het cordon médiatique afzwoer: ‘Ik ben zelfs geneigd nog méér opiniestukken van VB’ers te publiceren.’ Er is inderdaad in die tijd onduidelijkheid geweest over de koers van de krant, maar officieel uitgeklaard is die volgens mij nooit, en toen het VB inboette aan politieke relevantie, verdween de discussie over ‘een forum bieden aan extreemrechts’ mee naar de achtergrond. Maar wat is nu de lijn van de krant?

‘Opiniestukken doen we de facto niet’, zegt hoofdredacteur Karel Verhoeven. ‘We zwijgen hen niet principieel dood. We publiceren interviews, we maken reportages en analyses. Op onze opiniepagina’s maken wij een selectie van clevere, goed geschreven teksten, die aanzetten tot denken. We trachten die selectie zo breed mogelijk te maken, omdat we die vier pagina’s per dag zien als een arena voor het democratische debat. Maar de basisvoorwaarde is dat alle deelnemers respect tonen voor andere meningen. En dat is naar ons gevoel niet het geval bij Vlaams Belang. Hun finaliteit is het om een bepaalde visie uit het debat te bannen. Dus denken we dat wij het debat niet op een integere manier zouden voeden, mochten we hen vrijuit aan het woord laten.’

Ook niet als ze door anderen bekritiseerd worden? ‘Dat is moeilijk, omdat het botst met de journalistieke praktijk, dat besef ik. Maar anderzijds moet het wel nog mogelijk zijn om over hen te praten.’

Oké: de lijn is dus niet veranderd. Dat is wel zo duidelijk, al was het mijns inziens dan beter meteen zo gemeld aan Vlaams Belang.

Inhoudelijk vind ik de lijn moeilijker te verdedigen dan het in de jaren 1990 was, al heeft dat meer met de veranderde context te maken dan met het VB zelf. Een mainstream krant gaat uit van een consensus over de grenzen van het democratische debat. De scheidingslijn ligt tussen ‘verfrissend’ en ‘ongezond’ radicaal, tussen een radicalisme dat de democratie opschudt, en een dat ze omver dreigt te werpen. De mediaconsensus over het VB was (en is, dus) dat zijn rauwe stijl en racistische houding tegenover moslims hen vér over die grens plaatsten. Dat is niet zo vreemd: in 2014 nog koos de partij opnieuw voor een zeer agressieve campagne, met de ‘minder-minder-minder’-webgame van Filip Dewinter als orgelpunt. Ik neem aan dat het bewust de bedoeling was om daarmee het afgrijzen van de goegemeente op te wekken, om vervolgens tegen de achterban te kunnen zeggen: ‘Kijk eens hoe de elite ons haat. Wij zijn de enige echte anti-establishment partij.’ Als dat de strategie is, fair enough, maar dan hoeft men ook niet verbaasd te zijn als een mainstream krant oordeelt dat die partij zichzelf ermee diskwalificeert.

De consensus is zoek

Anderzijds is het debat over diversiteit en de islam zo geëvolueerd, dat stellingen die vroeger alleen door extreemrechts verdedigd werden, nu door tal van schrijvers, filosofen en andere intellectuelen uitgedragen worden. De grenzen van het democratische debat zijn poreus geworden. De consensus erover is zoek, zoals recent nog bleek uit de ruzie binnen het internationale PEN, toen dat zijn prijs voor de vrije meningsuiting aan Charlie Hebdo toekende. Wat voor de een racisme is, en dus een aanslag op de open samenleving, is voor een ander net het rücksichtslos verdedigen van de principes van diezelfde open samenleving. Het verschil tussen het VB en ‘geaccepteerde’ islamcritici lijkt soms enkel nog een kwestie van stijl, en mogelijk van ‘finaliteit’, al vind ik dat laatste altijd moeilijk in te schatten.

In zo’n context vind ik het zelf moeilijk te beargumenteren voor een krant om de politieke vertegenwoordiger van een van de dominante posities in dat debat, a priori geen opiniestukken toe te staan.

Zeker als het gaat om een eenvoudige reactie op kritiek. Zelfs al krijgt het VB voor de rest geen vrije baan, dan nog is het een faire praktijk om hen dat tenminste toe te staan.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)