Ook raken aan vastgoed is taboe voor N-VA
Foto: Photo News

Behalve de fiscale aftrek van de bedrijfswagens heeft N-VA nog een ander taboe bij de discussie over de taxshift: 'Als men de baksteen van de Vlaming wil raken, dan haken wij af. Daar doen wij niet aan mee', zegt partijvoorzitter Bart De Wever in een weekendinterview met De Tijd, waarvan de krant vrijdag al een en ander publiceert.

Premier Charles Michel heeft al langer de ambitie uitgesproken om voor het zomerreces een politieke doorbraak te bereiken in de discussie over de taxshift - de verschuiving van de lasten op arbeid naar andere inkomsten. Dat een aantal maatregelen na de zomer dan nog verder moet worden verfijnd, is daarbij zeker niet uitgesloten.

Zowel vanuit de oppositie als de meerderheid werden al verschillende ballonnen opgelaten - en weer afgeschoten - over hoe die taxshift gestalte moet krijgen. In interviews met Het Laatste Nieuws en De Tijd schetst N-VA-voorzitter De Wever eind deze week zijn krijtlijnen. Zo zegt hij in die eerste krant dat niet kan worden geraakt aan de fiscale aftrek van bedrijfswagens. ‘Puur rationeel moet je daar inderdaad iets aan doen, maar ik kies voor stabiliteit. De regering-Di Rupo heeft de spelregels en cours de route gewijzigd, ik wil de mensen geen tweede keer foppen’, luidt het.

In een interview met De Tijd zet De Wever zich ook af tegen hogere belastingen op woningen en verhuren. ‘Je komt snel uit bij vastgoedbelastingen, als je op zoek bent naar substantiële bedragen. Maar voor mij is het dan neen. Want je dreigt dan een heuse vastgoedcrisis te gaan veroorzaken, die heel de economie zou treffen. We hebben dat in Nederland gezien. Als we iets kunnen missen als kiespijn, is het dat wel’, legt hij uit.

De taxshift mag voor de N-VA-voorzitter overigens niet enkel niet neerkomen op een taxlift, maar moet zelf een taxcut worden - een lastenverlaging. ’We moeten meer teruggeven aan de mensen dat we nemen’, vindt De Wever. ‘De dag dat we beslissen de btw te verhogen, dan zullen de kranten op hun voorpagina’s winkelkarretjes zetten, met allemaal zaken die meer zullen kosten. Als we tegenover die plusjes geen minnetjes kunnen zetten die groter zijn, dan moet je er volgens mij zelfs niet aan beginnen.’