De burger als plantrekker: ‘Het is te makkelijk om je paraplu open te trekken: zo is de maatschappij nu eenmaal'
Eigenwijze Bedding, de thuisschool van Lieve Melis Foto: Jimmy Kets
Of het nu om de organisatie van crèches, onderwijs of woonprojecten gaat, Belgen nemen steeds vaker zelf het heft in handen. dS Weekblad sprak met ouders die zelf kinderopvang of onderwijs organiseren, burgers die een cohousingproject opstarten. ‘Ik dacht: ik blijf niet meer wachten tot er iets verandert. Ik doe het zélf.’

Lieve Melis nam drie jaar geleden het heft in eigen handen. Ze richtte in Kortrijk de Eigenwijze Bedding op, thuisonderwijs dat een alternatief wil zijn, in de eerste plaats voor wie in het gewone schoolsysteem uit de boot valt. ‘Ik ben ermee begonnen nadat de schoolcarrière van mijn oudste zoon faliekant was afgelopen en het met zijn jongere broer Aran, 16 intussen, dezelfde kant leek op te gaan’, zegt Lieve. ‘Hij zat in het eerste middelbaar, stuurde me voortdurend sms’jes als “ik voel me niet goed, kom me aub halen” en ik dacht: hier gaan we niet nóg eens door.’ 

Intussen telt de school, behalve Aran, nog vier leerlingen tussen 14 en 17, die op een doordeweekse ochtend één voor één langs de garage de living van Lieve komen binnengewaaid. Ze mogen tussen 9 uur en 9.30 uur arriveren, ‘op het ritme van pubers’. Lieve laat de dag langzaam op gang komen: Niels (15) en Kilian (15) werken op de laptop, Raven (17) leest in de zetel een boek, Julie (15) doorploegt op haar Ipad een bundel taaie documenten. ‘De Europese richtlijnen voor dierenwelzijn’, legt ze uit. ‘De taal is nogal juridisch, maar ik vind het thema erg interessant.’

Julie zit al twee jaar op de Eigenwijze Bedding. ‘Ik kon niet om met de stress in een “klassieke” school. Elke schooldag was een berg die voor me opdoemde. Hier ben ik tot rust gekomen, maar ik heb er wel een jaar voor nodig gehad.’

Lieve: ‘Voor mij is dat de essentie: een kind dat niet goed in zijn vel zit, kan niet leren. Het is altijd de eerste vraag die ik krijg, ook van ouders: en wat later? Je hebt geen diploma als je hier buiten komt, tenzij je voor de middenjury examen doet. Maar sowieso zitten hier vaak erg ontgoochelde jongeren. Ik probeer met hen uit te zoeken waar ze goed in zijn. Julie zie ik later bijvoorbeeld in een dierencentrum werken, Niels zal zeker iets met taal doen. Willen ze op termijn toch hun diploma halen, dan kan dat vrij gemakkelijk in het volwassenenonderwijs. Intussen probeer ik hen impulsen aan te reiken.’

Dat doet ze niet alleen, zegt Lieve met klem. Zonder haar brede netwerk geen school. Ze doet bijvoorbeeld met de leerlingen aan letsen, een almaar populairder ruilsysteem waarbij je een klus voor een ander doet en met de letsen die je verdient op jouw beurt van een dienst kunt gebruikmaken. ‘Toen de mobilette van een van de jongens kapot was, kwam een mecanicien hen leren hoe die te herstellen. En omgekeerd gingen Julie, Niels en Kilian twee dagen geleden een kamer schilderen bij een andere letser.’

Maar help je pubers wel als je voor hen een vrijhaven creëert? Hoort onderwijs hen niet net voor te bereiden op een maatschappij die vaak hard is? 'Dat is wat wij van jongeren verwachten: dat ze zich in allerlei bochten wringen tot ze passen in die mal. Er wordt zo snel gezegd dat er met kinderen en jongeren iets mis is. Ik draai het om: zelfdoding is doodsoorzaak nummer één bij jongeren, veel kinderen kunnen de druk niet aan – er is iets mis met onze maatschappij. Ik werd laatst zélf door het CLB gebeld met de vraag of ik een jongere kon helpen. Maar een kind in het “gewoon” onderwijs kost de staat 16.000 euro per jaar, wij krijgen niets: geen subsidies, geen tips, geen logistieke steun, zelfs geen studiebeurzen.’

‘Het is makkelijk om je paraplu open te trekken: zo is de maatschappij nu eenmaal. Wíj maken die maatschappij. 10 procent van de actieve bevolking wordt getroffen door een burn-out. We moeten dat patroon durven te doorbreken.’

Meer getuigenissen van doe-het-zelvers en toelichting van socioloog-merituus Mark Elchardus (VUB) en professor Koen Hermans van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek aan de KUL, leest u zaterdag in dS Weekblad.