Leonard Nolens krijgt grootste werkbeurs van VFL
Leonard Nolens. Foto: Bieke Depoorter

Het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) heeft dit jaar aan 112 auteurs werkbeurzen gegeven voor een totaalbedrag van 962.500 euro. Gemiddeld krijgt elke auteur 8.595 euro. Het VFL kreeg eind vorig jaar ook besparingen opgelegd, maar die zijn in de beurzen niet te voelen.

Jaarlijks kent het VFL werkbeurzen toe aan auteurs, zodat die de tijd en financiële ondersteuning hebben om te schrijven. Behalve auteurs van literair proza, poëzie, essay, theater en kinder- en jeugdliteratuur kunnen ook illustratoren van prentenboeken en stripauteurs een beurs aanvragen. ‘We hebben ook besparingen (7,5 procent, red) opgelegd gekregen van de Vlaamse Overheid’, aldus directeur Koen Van Bockstal. ‘Maar die hebben we, zoals eerder al aangekondigd, niet doorgevoerd in de werkbeurzen.’

Dit jaar dienden 145 auteurs een ontvankelijke aanvraag voor een werkbeurs in, 77 procent kreeg dus een beurs. ‘Het belangrijkste beoordelingscriterium voor de toekenning van een beurs is de literaire kwaliteit van het recente gepubliceerde werk van de auteur’, klinkt het bij het VFL.

Leonard Nolens

De beurzen bestaan uit werkeenheden van 2.500 euro. Het minimumaantal is één, Leonard Nolens krijgt er als enige acht, goed voor 20.000 euro. Van Bockstal: ‘Of ze hun beurzen effectief krijgen, hangt af van de belastingbrief van vorig jaar, die ze bij ons moeten indienen. Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen die het financieel comfortabel genoeg hebben, meer krijgen dan wie het meer nodig heeft.’

Debutanten staan niet in de lijst, auteurs kunnen de beurs pas aanvragen als zij minimaal twee literaire werken in boekvorm hebben gepubliceerd bij een professionele uitgeverij. ‘Al zijn er natuurlijk wel nieuwe schrijvers, die nog nooit eerder een beurs kregen’, aldus Van Bockstal. ‘Zo zijn er ook opvallende afwezigen dit jaar, zoals Bart Moeyaert of Carll Cneut. Beiden hebben het zeer druk, Moeyaert als intendant voor de Frankfurter Buchmesse van 2016 en Cneut met zijn tentoonstelling. Wellicht hebben ze daarom geen beurs aangevraagd.’