Schauvliege heeft plan klaar voor Vlaamse woonreservegebieden
Vlaams Minister van Omgeving Joke Schauvliege. Foto: BELGA

Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) heeft een plan klaar voor de aanpak van de woonreservegebieden in Vlaanderen. Bedoeling is af te lijnen welke niet-bebouwde reservegebieden kunnen aangesneden worden om te wonen. Schauvliege wil vanaf 2016 werken met een positieve en negatieve lijst. Op de negatieve lijst komen bijvoorbeeld gebieden die liggen op plaatsen met overstromingsrisico.

Vlaanderen telt vandaag 13.748 hectare niet-bebouwd reservegebied voor wonen. Om tegen 2020 93.000 extra woningen te realiseren - dat is de ambitie van de Vlaamse regering - wil Vlaams minister van Omgeving er toe bijdragen dat er voldoende kavels op de markt komen. Anderzijds wil ze dat Vlaanderen niet op een onverantwoorde manier wordt volgebouwd. Zo heeft het geen zin om extra percelen vrij te maken in overstromingsgevoelige gebieden.

Minister Schauvliege wil werken met een positieve en een negatieve lijst. ‘De positieve lijst kan snel worden aangesneden, zonder ruimtelijk uitvoeringsplan, indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan’, aldus Schauvliege. De positieve lijst zal bestaan uit een paar duizend hectare onbebouwd gebied. Schauvliege verwijst naar gronden met een ‘kernvesterkend effect’. Ze wil ook het verder aansnijden van open ruimte beperken. De klemtoon komt te liggen op ‘ruimtelijk rendement’. ‘Meer doen met minder ruimte’, is de leuze.

De negatieve lijst bevat gronden met een overstromingsrisico, gronden die niet palen aan een ander woongebied, kustduinen, of gronden gelegen in een speciale habitat- of vogelbeschermingszone. ‘Zij krijgen een nieuwe planologische bestemming. Die lijst omvat een paar honderd hectare onbebouwd reservegebied’, aldus de CD&V-minister.

Over een groot deel van de onbebouwde reservegebieden wordt nog geen definitieve uitspraak gedaan. Daarvoor wordt gewacht op de krijtlijnen van het geplande Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat de bedoeling heeft het beleidskader te creëren voor ‘ruimte voor wonen’ tot 2050.