Aanschuiven bij de masterclass van Karl Lagerfeld
Foto: chanel

Het modefestival in het Zuid-Franse Hyères is van vele markten thuis. De 30ste editie viert net als de vorige jaren creativiteit en talent, maar nooit tevoren is de aandacht voor het festival zo groot. Dat komt onder meer door de aanwezigheid van Karl Lagerfeld, creatief directeur van Chanel. Een reportage.

Schrijden is een woord dat we nog maar weinig gebruiken, maar in het geval van Karl Lagerfeld kan het wel. Heel langzaam komt hij het terras van de Villa Noailles in Hyères op, waar Godfrey Deeny, editor at large van Le Figaro, hem en plein public zal interviewen. Het onderwerp laat zich raden: het belang van modefestivals, fotografie, architectuur.

Eerst even situeren: Dertig jaar geleden had Jean-Pierre Blanc een groots idee. Een modefestival organiseren, maar niet in Parijs, wel te midden de Var, in het zuiden van Frankrijk. De beginjaren waren verre van evident, maar steeds meer mensen gaven het festival een kans, van juryleden tot jonge talenten kwamen op Le Festival d’Hyères af. De jury van deze editie kan tellen: van prinses Caroline van Monaco tot Anthony Vaccarello (zelf laureaat van het festival), van Virginie Viard, directrice van de studio van Chanel, tot documentairemaker Loïc Prigent.

La Villa Noailles

Het festival vindt plaats in een van de mooiste domeinen ter wereld: La Villa Noailles, een modernistisch pareltje van Robert Mallet-Stevens. Gebouwd in opdracht van Marie-Laure en Charles Noailles, die het gebruikten als residentie tijdens de Kerstvakantie (de rest van het jaar woonden ze in een ‘hotel particulier’ in Parijs). Festivaldirecteur Blanc ijverde voor een renovatie en die kwam er ook. Zo komt het dat we op het terras van de Villa zitten, met Lagerfeld, Deeny en enkele genodigden. En daar dit toch wel boeiende gesprek mogen meemaken tussen een man die geen grenzen kent en een bijwijlen hilarische interviewer.

Deeny: ‘We zitten in de tuin van een van de mooiste architecturale plekken ter wereld. Wie zijn uw favoriete architecten?’

Lagerfeld: ‘Ik hou van Gropius en het Bauhaus, Tadao Ando maar evengoed Zaha Hadid. Akkoord, die twee laatste hebben twee tegengestelde visies op architectuur, maar ze voeden elkaar. Ik heb zelf met Ando willen bouwen maar dat is drie keer op rij niet gelukt. Ik heb drie keer een terrein gekocht en drie keer werd me geen kans gegeven om het project door te zetten. Een keer dachten ze dat het het hoofdkwartier van een sekte zou worden. Geloof me, het is mijn grootste frustratie.’

D: ‘Deze bouwheren waren moderne mensen. In dit huis was een projectiekamer, een zwembad en een gym. Ze hadden ook een personal trainer die iedere dag langskwam. En dat in de jaren twintig van vorige eeuw...’

L: ‘Ja alles wat ze deden was modern. Dit was ook een plek waar je modern kon zijn. Toch moet je het verhaal in zijn tijd zien.’

D: Sport u wel eens?

L: ‘Excuseer?’ (Fijn glimlachje)

D: ‘Was Marie-Laure de Noailles een vriendin van Coco Chanel? Ze frequenteerden wel hetzelfde milieu.’

L: ‘Vriendinnen zal een groot woord zijn, maar Marie-Laure droeg wel dikwijls Chanel, ja.’

D: ‘Er zijn veel modeprijzen vandaag de dag. Zelf begon uw carrière met het winnen van de Woolmark prijs in de jaren 1950. Hoe ging dat?’

L: ‘Om te beginnen mocht heel de wereld meedoen aan die prijs. Iedereen die nog niet professioneel bezig was in de mode, kon schetsen binnensturen. Ik heb dat gedaan en ben de wedstrijd nadien compleet vergeten. Zes maand later kreeg ik een telegram - ja, ik leefde al toen er telegrams verstuurd werden - en bleek ik de winnaar. Ik kreeg een geldprijs van 350.000 Franse frank, wat toen, in 1954, al een fortuin was. Ik ben met die centen meteen kleren gaan kopen in een winkel op de Champs-Élysées.’

Credit foto's: Anne Combaz

D: ‘Wat voor advies zou u aan jonge designers willen meegeven?’

L: (beetje smalend) ‘Kunnen we dat woord jong misschien niet meer gebruiken, laten we spreken van goede en slechte designers.’ (Lagerfeld wordt dit jaar 78, maar wil daar liever niet op gewezen worden, red.)

D: ‘U begrijpt wat ik bedoel. Nieuwe designers die zich willen lanceren in de business.’

L: ‘Iedere designer is anders. Ieder verhaal is verschillend. Je moet weten wat je wil en voor wie je wil werken. Je moet ook weten wat je aan kan. Er is geen vaststaande formule. Er zijn geen regels.’

D: ‘U bent niet alleen modeontwerper maar ook fotograaf. U fotografeert onder meer de Chanel campagnes. Hoe is dat begonnen en wat trekt u aan in fotografie?’

L: ‘We zijn allemaal in de ban van beelden. We zijn er zelfs slachtoffers van. Een foto zorgt ervoor dat we vastleggen waar we mee bezig zijn. Het zorgt voor een geheugen, een herinnering die op papier of op een drager staat. Zelf omarm ik nu het digitale. We moeten daarin meegaan. Ik heb zelf de camera ter hand genomen nadat ik eens niet blij was met bepaalde foto’s die voor het huis Chanel genomen waren. Ik dacht: ik probeer het zelf eens. Ik ben niet meer gestopt.’

D: ‘U schetst jurken vooraleer ze gemaakt worden, maar hoe is het ontwerpproces bij uw fotografie?’

L: ‘Ik schets twintig jurken vooraleer ik er eentje behoud. Ik denk er niet te veel over na, dat kan ook niet, met de vele collecties die ik moet tekenen. Mijn schetsen zijn met de jaren verbeterd. Met mijn fotografie gaat het net zo. Het gebeurt vanuit mijn intuïtie. Ik hou er wel van om alleen beelden te maken. Foto’s waarbij ik niemand nodig heb. Zoals van deze villa bijvoorbeeld.’

Het werk van Lagerfeld wordt ook tentoongesteld op een expo in Hyères

D: ‘Heeft u favoriete fotografen?’

L: ‘Steichen en Stieglitz maar ook Baron de Meyer. Evengoed Steven Meisel. Er zijn vandaag wel veel klonen van Guy Bourdin of Helmut Newton.’

D: ‘Verzamelt u nog fotografie?’

L: ‘Ik heb veel verzamelingen gehad maar vandaag verzamel ik alleen nog boeken. Ik heb er ontzettend veel. Thuis val ik er soms over. Ik weet ook dat fotografie momenteel dikwijls in de buurt komt van kunst, dat zouden de fotografen en bij uitbreiding ook heel ontwerpers wel willen... Maar (schakelt in hogere versnelling) ik vind dat gevaarlijk. Wil je artiest worden, word dan artiest. Mode is in elk geval geen kunst op zich, het is een toegepaste kunst.’

D: ‘Dus is mode een business... U verkoopt kleren.’

Lagerfeld onderbreekt de interviewer.

‘Ik verkoop niks. Ik ben daar nooit goed in geweest. U moet de vraag stellen aan Bruno Pavlovsky (baas van Chanel, red.)...’

D: ‘Beschouwt u zichzelf als een icoon? U bent toch een icoon in de mode.’

L: ‘Een icoon... Tja. Vroeger was ik in elk geval een stuk pretentieuzer, met de jaren is ook enige bescheidenheid gearriveerd. Jonge designers zijn in elk geval een stuk aangenamer dan wij vroeger.’ (Het publiek zet het op een lachen)

En daarmee wordt het interview afgesloten. Lagerfeld verdwijnt niet veel later in zijn Rolls-Royce met nummerplaat uit Monaco. Diezelfde avond maakt hij net als wij het optreden mee van Christoff (die u kent van de hit Aline) en eet hij dezelfde exquise hapjes als wij. Lagerfeld is ook maar een mens... Met talent. Veel talent welteverstaan.