Weller scheurt door solomateriaal
Foto: rr
Paul Weller is 56, nog altijd even eigenzinnig en nog lang niet moe.

De nieuwe plaat Saturn's Pattern komt pas uit in mei, maar Paul Weller toert er al een paar weken mee; in Engeland heeft hij er een punt van gemaakt om op te treden in steden waar grote tournees meestal niet langskomen. Hij heeft een samenwerking aangekondigd met Jonny Marr, met wie hij ook net een benefiet heeft gespeeld ten voordele van het Britse kinderkankerfonds. En op recente optredens is Bruce Foxton van The Jam eens mee op het podium gesprongen. Om maar te zeggen: Weller is 56, maar doet tegenwoordig vooral wat hem leuk lijkt.

Op deze tournee is dat: nummers spelen van zijn soloplaten, zonder hits van The Jam of The Style Council, en zonder 'Wild wood', tot spijt van een paar koppels in de Cactus Club; met een stuk of vijf nog onbekende, nieuwe nummers, en met een vaart alsof hij weer terug moest zijn voor de babysitter naar huis ging: 23 songs op goed anderhalf uur, alstublieft! Hij was, mede dankzij een wat zompig geluid de eerste vijf minuten, aal aan de derde song bezig voor we beseften wat ons overkwam. Dat was een nieuwe , 'White sky', met psychedelische gitaren. 'Saturn's pattern' was dan weer een funky rocker die Weller met zijn beste soulstem song, terwijl het driestemmig geroepen 'Long time' aan niemand meer deed denken dan aan The Stooges. Hij heeft gezegd dat Saturn's Pattern zijn gevarieerdste plaat tot nu toe is, en op basis hiervan waren we geneigd dat te geloven.

Voor 'Saturn's Pattern' en 'You do something to me' ging Weller aan de piano zitten, maar verder was het gitaren troef, met flink veel gitaarduels tussen Weller en Steve Cradock van Ocean Colour Scene, die al enkele jaren zijn vaste gitarist is. Dat betekent: vettige rockers zoals 'Peacock suit' of 'The attic', maar ook bijna exotisch klinkende gitaartjes van Cradock in 'Empty ring'. En Weller die zich sméét alsof het zijn laatste concert was. Maar die al een plaat of drie alles verkent dat zijn nieuwsgierigheid prikkelt - folk, reggae, jazz en zelfs krautrock - en dat ook live deed: '7 & 3 is the striker's name' klonk veel minder trippy  dan op Wake up the nation, maar 'Porcelain gods', van Stanley Road uit 1995, klinkt tegenwoordig alsof het van een andere planeet kwam, met zijn dreigend suizende gitaren en die dissonante piano halverwege. Wat er ons aan doet denken: we hadden graag een pietsie meer van Andy Crofts gehoord, achter zijn ouderwetse bak van een orgel.

Maar we klagen niet. 'How lovely to be back in Bruges', kon er nog af tussen 'From the floorboards up' en 'Into tomorrow': het klonk gehaast, maar ook gemeend. De rest van de tijd mocht de muziek spreken. En zo was het goed. 

Gezien in Cactus Club, Brugge.

Paul Weller speelt zaterdag 18 april in de Ancienne Belgique.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in