Een kleine tuinvijver is een oase van leven: libellen, kikkers of bootsmannetjes, ze komen allemaal naar dit zwem- of drinkbadje. Zo maak je er zelf een.

Stap 1
Maak de teil, kuip of ton goed proper. Gebruik geen zepen, maar bijvoorbeeld water met azijn. 

Stap 2 
Vul de bodem met tien cm grind of lavakorrels. Dit is een ideale groeiplaats voor nuttige bacteriën en een schuilplaats voor waterdiertjes. Je kan hier ook je plantjes in vastzetten. 
 
Stap 3
Leg enkele bakstenen of klinkers aan de rand van je kuip. Zo creëer je diepteverschillen en kunnen ook moerasplanten (die liever niet te diep wortelen) in je vijver. 

Stap 4
Vul je vijver nu met water. Regenwater is de meest ecologische keuze,  maar niet alle planten verdragen de zuurtegraad. Het prachtige waterdrieblad en wateraardbei wel. Leidingwater bevat meestal voldoende kalk voor de meeste waterplanten. Laat het water enkele dagen op temperatuur komen. 

Stap 5
Plaats nu enkele waterplanten in de minivijver. Niet te veel, want ze groeien erg snel. Kies zonder uitzondering voor inheemse waterplanten. Uitheemse soorten als grote waternavel, parelvederkruid en waterteunisbloem zijn invasieve soorten in onze natuur en doen meer kwaad dan goed.

Er zijn drie groeiplaatsen voor waterplanten. 

  1. Drijfplanten leg je gewoon op het wateroppervlak. Ze zorgen voor wat schaduw zodat het water eronder niet te fel opwarmt. Kikkerbeet is een mooi voorbeeld. Die lijkt op mini waterlelie. Krabbescheer drijft deels onder en deels boven water.
  2. In het diepste deel van de vijver, plant je zuurstofplanten. Aarvederkruid (geen parelvederkruid of argentijns) of gedoornd hoornblad zijn hiervoor geschikt. Leg de wortelzone in de grind- of lavakorrels en fixeer ze eventueel met een steen.
  3. In de ondiepe delen die je hebt gecreëerd met klinkers of bakstenen plaats je moerasplanten.  Voorbeelden zijn  dotterbloem, watermunt, beekpunge, moeras-vergeet-me-nietje, waterdrieblad, wateraardbei… Je kan ze kopen in de tuincentra. Koop je ze als ‘plantmandje’ dan kan je ze meteen onderdompelen in je vijvertje. Losse planten kan je eerst in een jutten zakje of mandje zetten. . 

Geen tijd voor een vijvertje? Vang dan regenwater op in een regenton en gebruik het om de planten in je tuin te bewateren.

Dit heb je nodig:

•    Zinken teil, halve wijnton, cementkuip … 
•    Minimaal 50 liter inhoud, maar liever meer.  

Wanneer doe je het? Het hele jaar door 

Hoe lang duurt dit? Eén à twee uur

Waar? Liefst in de halfschaduw. Te veel zon warmt het water te snel op en zorgt voor algenbloei. 

Nu is het even wachten op de nieuwe bewoners: libellen, waterkevers… Hun larven eten muggenlarven, dus vrees niet als je eerst muggenlarven zit opduiken. Ze zijn de snack van de libellen en waterkevers! Zet er liefst geen vissen in. Die maken het water snel troebel.

Win een bijenhotel. Speel mee op www.standaard.be/bijenhotel