‘Wat ik gedaan heb, is niet meer mogelijk. De magie rond muziek is weg’
'Je bent niks zonder je onderwerp. Die mensen kunnen heel andere dingen doen met hun tijd, maar ze geven ’em aan mij. Te gek toch’ Foto: Stephan Vanfleteren
Anton Corbijn, straks 60, kijkt in Den Haag met een dubbelexpo terug op zijn eerste carrière. Zowel iconische als nooit eerder getoonde beelden. ‘Ik wou er gewoon bij horen, zo is het allemaal begonnen.’ dS Weekblad blikt samen met hem terug.

Ruim veertig jaar zit hij in de fotografie, eindelijk is het officieel: Corbijn is Kunst. Hij wordt al een tijdje vertegenwoordigd door Zeno X Gallery, waar ook Tuymans, Borremans, Dumas en Braeckman onder dak zijn. Toonaangevende musea organiseren soloshows, met nu dus een grote, tweeluikige retrospectieve in het Haagse Gemeentemuseum en het aanpalende Fotomuseum. Maar de weg was lang.

‘Met dit boek wil ik vieren, en me er niet voor te hoeven verontschuldigen’, schrijft hij in 1-2-3-4, een van de twee catalogi. Hoezo, verontschuldigen? ‘In kunstkringen was het heel lang van “ja, maar”, vanwege de onderwerpkeuze’, zegt Corbijn in dS Weekblad.

Die onderwerpen waren meestal muzikanten. 25.000 rolletjes schoot hij bijeen. Van Nick Cave en Tom Waits, Miles Davis en Bowie, Nirvana, Metallica en The Rolling Stones, Siouxsie Sioux en Courtney Love, en van U2 en Depeche Mode, wier imago hij zowat eigenhandig schiep.

Maar de weg naar deze dubbeltentoonstelling was lang en heftig. ‘Veel meer werk dan ik gedacht had. Sommige dagen kreeg ik een enorme boost, als ik een sterk beeld terugzag of op iets fantastisch botste dat ik totaal vergeten was. Tevreden dat ik dat kon delen. Maar vaak voelde ik me ook heel depressief. Ik heb zoveel slechte dingen gemaakt. Echt totaal. Als je dan foto’s ziet waarbij je denkt: ik kan gewoon niet fotograferen, ja, dan krijg je al eens het gevoel dat je je hele jeugd vergooid hebt omdat je alleen daarmee bezig bent geweest. Nu zou ik misschien wetenschapper worden of zo. Maar goed, het was wat ik moest doen, zo zat ik nu eenmaal in elkaar.'

Is Anton Corbijn de laatste grote muziekfotograaf? ‘Wat ik gedaan heb, is nu niet meer mogelijk. Het hoogtepunt van de populaire muziekcultuur ligt achter ons. Ik zeg niet dat er geen fantastische dingen meer gemaakt worden, alleen zijn ze veel minder belangrijk, ze hebben veel minder impact, omdat jongeren overal met een muisklik aan kunnen. De magie die in mijn jeugd rond muziek hing, is weg.’

Waarom Corbijn ooit is beginnen fotograferen, hoe hij snel zijn eigen stijl ontwikkelde en waarom Herman Brood de blauwdruk leverde voor zijn latere werk met U2 en Depeche Mode leest u zaterdag in dS Weekblad en op standaard.be.

De dubbelexpo 1-2-3-4 en Anton Corbijn-Hollands Deep loopt tot 21 juni in het Fotomuseum en in het Gemeentemuseum in Den Haag. Het boek bij 1-2-3-4 is een uitgave van Kannibaal, dat bij Hollands Deep verschijnt bij Schirmer-Mosel