‘Grote kledingmerken mee verantwoordelijk voor uitbuiting werksters’
Foto: Human Rights Watch/Samer Muscati

De rechten van werknemers in de Cambodjaanse textielfabrieken worden niet altijd gerespecteerd. Dat blijkt uit een rapport van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW).

De overheid is de eerste verantwoordelijke, maar HRW wijst ook de grote kledingmerken met de vinger. Zij kunnen meer doen om de werkomstandigheden van de textielarbeiders, meestal jonge vrouwen, te verbeteren. ‘Ook zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting van de werksters in Cambodja’, klinkt het.

Uitbuiting

HRW concludeert uit interviews met 340 mensen, onder wie arbeiders, vakbondsleiders, mensenrechtenactivisten en vertegenwoordigers van de overheid en de kledingfabrikanten, dat de textielarbeiders in Cambodja met discriminatie en uitbuiting te maken krijgen.

Zo krijgen ze contracten van korte duur zodat ze sneller aan de deur gezet kunnen worden, is de overheidscontrole onvoldoende en worden agressieve tactieken gebruikt om vakbonden te weren. Wie zwanger of langdurig ziek wordt, moet meteen vertrekken.

H&M, Adidas, Gap en Marks en Spencer

De Cambodjaanse overheid is de belangrijkste verantwoordelijke om respect voor internationale mensenrechten te laten respecteren, maar Human Rights Watch vindt dat ook de grote kledingmerken meer kunnen doen. Verschillende merken moeten transparanter zijn over hun leveranciersketen, luidt het. Daarnaast zouden ze klokkenluiders onder de werknemers beter moeten beschermen als zij wantoestanden via onderaannemers aan de kaak stellen.

Human Rights Watch voerde al intensieve gesprekken met H&M, Gap, Adidas, en Marks en Spencer. Enkel Adidas heeft een procedure opgestart om werksters die wantoestanden in hun fabriek aanklagen, te beschermen.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig