INTERVIEW. Wie is de vrouw achter Patrizia Pepe
Foto: patrizia pepe

Veel interviews met Patrizia Bambi lezen we niet. Toch is zij de creatieve ziel achter de succesvolle collectie Patrizia Pepe. Het label werd in 1993 opgericht in Firenze en gaat de voorbije jaren, ook in ons land, in stijgende lijn. Tijdens de modeweek trok Veerle Windels naar de presentatie van hun komende wintercollectie en kon ze de échte Patrizia Pepe even spreken.

De jaren zeventig zijn heel erg aanwezig op de catwalks van komende winter. Wat was bij u de trigger om er ook iets mee te gaan doen?

Bambi: ‘Ik vond in onze archieven een interessante foto van Jimi Hendrix, die me compleet naar dat tijdperk terug katapulteerde. Ik zat meteen in de sfeer van die kleuren van toen, het vele leder ook, het spelen met patchwork. Toch wou ik dat mixen met een moderne mood. Technologische materialen, nepbont en goose friendly down (dons dat niet van levende ganzen werd geplukt, red.), alternatieven die tegenwoordig kunnen en die wij bij Patrizia Pepe helemaal omarmen.’

Wat betekenen de seventies voor u persoonlijk?

‘De muziek van toen. En de culturele beweging die daar toen rond ontstond. Mensen waren geëngageerd en muziek was daar een hefboom bij. Die atmosfeer van toen boeit me enorm. Ik denk aan performers als David Bowie en bands als Led Zeppelin. Dat betekent niet dat ik daar ben blijven steken, hoor, ik hou ook van hedendaagse bands als The Black Keys en Kasabian. Muziek is voor mij altijd een inspiratiebron geweest.’

Patrizia Pepe bestaat intussen meer dan twintig jaar. Heeft dat veel veranderd in uw manier van werken?

‘Ik voel geen druk, als het dat is wat u bedoelt. Mijn job geeft me veel voldoening. Ik ben trots op wat we verwezenlijkt hebben (ze runt het merk samen met Claudio Orrea, red.), en op de erkenning voor mijn werk. Vandaag werk ik in het designteam met een pak mensen rond me heen, maar ik doe nog ontzettend veel zelf. Ook al omdat ik het heel graag blijf doen.’

U runt het bedrijft vanuit Firenze, waar het ook opgestart werd in de schoot van een maakatelier. Was dat een voordeel?

‘Het is absoluut een kans geweest om het label tussen textielsteden als Firenze en Prato te ontwikkelen en het is nog gelukt ook. We hebben op die twee decennia een stijl kunnen neerzetten die heel veel vrouwen appreciëren. Ik krijgt zelf ontzettend veel feedback terug van mijn klanten. Ze lezen in de kleren wie ik ben en waar ik naartoe wil. En ze blijven me volgen.’

Zou u de jeugd vandaag aanraden om modeontwerper te worden?

‘Het is nog steeds de moeite om in de mode te werken. Mijn ervaring tot vandaag is alleen maar positief. Heb je een passie, volg ze dan. Altijd.’

Ze eindigt het gesprek met de vraag of ik in Antwerpen woon. Meteen volgen de bekende namen. ‘Ik was aan het studeren toen Ann Demeulemeester en Dries Van Noten aan hun carrière begonnen. Ik ben fan gebleven. Ook zij hebben me altijd geïnspireerd. Ja, schrijf het maar op. Je ziet het niet altijd in wat ik doe, maar diep van binnen voel ik me verbonden met hun werk.’