Museum van Bagdad heropent twaalf jaar na plundering
Het Nationaal Museum van Irak in Bagdad. Foto: AFP

Het Nationaal Museum van Irak heeft zaterdag officieel zijn deuren heropend na twaalf jaar van volgehouden inspanningen waarin bijna een derde van de 15.000 gestolen stukken gerecupereerd werden. De heropening werd versneld als reactie op de vernieling van onschatbare pre-islamitische beeldhouwwerken donderdag in Mosoel, in het noorden van Irak, door jihadisten van IS (Islamitische Staat).

'We waren de heropening sinds verscheidene maanden aan het voorbereiden. Het museum moet voor iedereen open zijn', zei de Iraakse viceminister van Toerisme en Antiquiteiten, Qais Hussein Rashid.

'De gebeurtenissen in Mosoel hebben ons ertoe aangezet vaart te zetten achter ons werk en we wilden vanaf vandaag open zijn als reactie op wat de misdadigers van Daesh gedaan hebben', voegde hij eraan toe. Daesh is het Arabische acroniem van Islamitische Staat. Die heeft sinds juni 2014 de controle over de Iraakse stad Mosoel en zette donderdag een video online waarin jihadisten antieke sculpturen aan diggelen slaan met een hamer. De vernielingen lokten wereldwijd een golf van verontwaardiging uit.

De ravage in Mosoel is de ergste die het Iraakse erfgoed ondergaat sinds de plundering van het nationaal archeologisch museum in Bagdad in april 2003, enkele dagen na de val van Saddam Hoessein. Criminele netwerken hadden van de Amerikaanse interventie en de chaos gebruikgemaakt om de Iraakse musea te plunderen, waaronder het museum in Bagdad.