De Brusselse regering neemt voorlopig geen bijkomende maatregelen naar aanleiding van de recent vastgestelde daling in de aanwezigheid in de derde kleuterklas. Guy Vanhengel (Open VLD), collegevoorzitter bevoegd voor Onderwijs, blijft wel voorstander van een verlaging van het begin van de leerplicht. Dat bleek uit zijn antwoord op een vraag van Bruno De Lille (Groen) in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) vrijdag.

Terwijl in het schooljaar 2011-2012 slechts 3,5 procent van de kleuters in de derde klas van het Nederlandstalige kleuteronderwijs in Brussel onvoldoende aanwezig was, was dat vorig schooljaar (2013-2014) 6,6 procent. Onvoldoende betekent dat het kind geen 220 halve dagen op school was. Wie wel voldoende aanwezig is, krijgt voorrang bij de inschrijving in het drukbezette lager onderwijs.

‘Het gaat om een relatief beperkte groep van 300 kinderen’, zegt raadslid Bruno De Lille. ‘Zij lopen een serieuze achterstand op ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Het is aan de VGC om de redenen van die afwezigheid te bestuderen en gepaste maatregelen te nemen. Vinden de ouders het niet nodig? Of zijn er teveel problemen thuis? Blijkbaar hebben de huidige campagnes onvoldoende effect.’

Volgens minister Vanhengel, die opmerkt dat de cijfers ook in Vlaanderen dalen, is het nog te vroeg om van een trend te spreken. ‘Dat is pas het geval als de cijfers voor de volgende jaren ook negatief zijn. De VGC houdt hier uiteraard een vinger aan de pols’, aldus Vanhengel, die tegelijk stelt dat ook het College voorstander is van een verlaging van het begin van de leerplicht, momenteel vastgelegd op 6 jaar. ‘Het uitbreiden van de leerplicht heeft wel grote financiële consequenties voor alle overheden, zowel op het vlak van de inzet van personeel als op het vlak van werkingsmiddelen en infrastructuur’, voegt hij eraan toe.