Van den Bergh: ‘Kwart NMBS-materiaal in werkplaatsen: dat is te veel’
Jef van den Bergh. Foto: BELGA

De kamercommissie Infrastructuur legt NMBS-baas Jo Cornu vandaag de vele klachten over het nieuwe vervoersplan voor. Jef Van den Bergh (CD&V) noemde in De Ochtend op Radio 1 aanpassingen nodig. Zo zou een reorganisatie van de werkplaatsen meer wagons op drukke lijnen moeten krijgen.

Vandaag wordt Jo Cornu in de kamercommissie Infrastructuur uitgenodigd om er uitleg te komen geven over de problemen met het nieuwe vervoersplan. ‘Ik kan mijn hoofd niet buiten steken of ik krijg er klachten over’, aldus commissielid Jef Van den Bergh, die naar eigen zeggen van plan is ‘de stem van de reizigers te laten horen’.

‘Het is voor het eerst sinds 1998 dat er een nieuwe dienstregeling gebruikt wordt, en dat vraagt een aanpassingstijd’, beseft ook Van den Bergh. ‘Maar de NMBS kan daarom niet doen alsof er niets aan de hand is. Aanpassingen hier en daar om aan de ergste klachten tegemoet te komen, zijn op hun plaats. Vooral over de overvolle treinen maak ik me zorgen.’

Die drukte komt er vooral doordat het aantal wagons op het terrein niet overeenkomt met het aantal dat voorzien werd in het plan. ‘Een kwart van het materiaal staat in de werkplaatsen’, onthult Van den Bergh. ‘Dat is te hoog. Bovendien is het overgrote deel van de vertragingsminuten te wijten aan problemen met dat materiaal. Als die wagons weer op het spoor komen, zijn ze dus vaak nog niet betrouwbaar.’

Om daar iets aan te doen, stelt Van den Bergh voor de werkplaatsen anders te organiseren. ‘Er zou ook ’s nachts en in het weekend materieel hersteld kunnen worden, en niet enkel op drukke momenten. Daarover moet gepraat worden met de vakbonden.’

‘Vanuit de perifere gebieden komen er enorm veel klachten over slechte verbindingen en aansluitingen’, erkent Van den Bergh een ander pijnpunt. Daarvoor kan een gedeeltelijke privatisering volgens hem een oplossing bieden. ‘Op die e perifere kleinere lijnen kunnen we via een openbare aanbesteding andere operatoren toelaten.’