Onder professoren – of toch niet?
Tom Naegels

Gaf deze krant te veel gewicht aan een open brief van zeven ondertekenaars gericht tegen klimatoloog Jean-Pascal van Ypersele? Tom Naegels vindt van wel.

Wanneer zijn mensen collega’s van elkaar? Een lezer maakte bezwaar tegen het paginagrote artikel ‘Collega’s dwarsbomen klimatoloog Van Ypersele’ (DS 30 januari) . Dat deed verslag van het feit dat zeven ‘onderzoekers’, zeven ‘wetenschappers’ ‘uit “eigen” academische hoek’ een open brief aan de regering hadden geschreven, waarin ze opriepen om de kandidatuur van Jean-Pascal van Ypersele als nieuwe voorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change niet te steunen.

Het feit dat de zeven zelf academici waren, had veel belang voor het artikel: dat gaf hun kritiek op Van Ypersele immers gewicht. Maar daarmee misleidde de krant haar lezers, vond de man die mij contacteerde. Ten eerste werken ze lang niet alle zeven als academisch onderzoeker: slechts twee zijn op dit moment nog actief aan een universiteit, twee andere zijn met emeritaat, en de drie laatste hebben nooit als onderzoeker gewerkt. Bovendien zijn ze geen van allen klimaatwetenschappers. Het gaat om een filosoof, een econoom, een geoloog, twee chemici en twee ingenieurs. Dat zijn dus geen collega’s, schreef de lezer me. Tenzij je vindt dat Van Ypersele ook zijn expertenmening mag geven over de radicalisering van jonge moslims, omdat hij een doctoraat heeft en dus ‘collega’ is van Marion van San.

Meer fundamenteel vond de lezer dat De Standaard met open ogen in de val was gelopen van de ‘handelaars in twijfel’, die dezelfde strategie toepassen als de tabakslobby, toen die zich verzette tegen de groeiende wetenschappelijke consensus dat roken kanker veroorzaakt: mensen met ronkende titels op gezette tijden een publiek initiatief laten nemen, in de hoop dat het opgepikt wordt door de reguliere media, zodat er twijfel zou ontstaan bij het grote publiek, waardoor de noodzakelijke politieke maatregelen nog iets langer uitgesteld worden.

Pensée unique

‘Ik denk dat de lezer die strategie juist inschat’, zegt Dominique Minten, die over de klimaatverandering bericht voor De Standaard en ook het stuk van afgelopen vrijdag schreef. ‘Klimaatsceptici zoeken inderdaad de media op in de hoop twijfel te zaaien. Normaal geven we hen dus nauwelijks aandacht. Maar je kan niet negeren dat ze in het gepolariseerde politieke debat internationaal nog altijd wel een factor van betekenis zijn, dus vind ik het ook niet fair om ze helemaal te negeren. In dit geval wilde ik eigenlijk in de eerste plaats het nieuws brengen dat Van Ypersele kandidaat was voor de post van voorzitter van het IPCC. Het gaat om een hoge internationale functie, waar een landgenoot grote kans op maakt: dat is nieuws. Ik hoop ook dat hij ze krijgt, dat mag je gerust schrijven. Maar ik vond wel dat de zeven ondertekenaars een punt hadden, als ze Van Ypersele verwijten dat hij niet meer met hen in debat wil gaan. Als je kandidaat bent voor een topfunctie, moet je dat durven. Het IPCC zélf heeft onlangs gesteld dat het in gesprek moet blijven gaan met mensen die de consensus niet accepteren. Verder heb ik duidelijk gekaderd in welke hoek we de critici moeten situeren, en heb ik Van Ypersele zelf en Peter Wittoeck, de Belgische delegatieleider op VN-klimaatconferenties, om een reactie gevraagd.’

Ik ben het met Dominique Minten eens dat klimaatsceptici (af en toe) hun plaats in de krant mogen krijgen, omdat ze dan misschien geen rol spelen in het wetenschappelijke, maar wel in het politieke en maatschappelijke debat, en ook daar bericht een krant over. Bovendien staan veel lezers wantrouwig tegenover het pensée unique-gehalte van het klimaatverhaal. Zonder daarom onzin voor waarheid te verkopen om een vals gevoel van evenwicht te creëren, mogen hun sceptische vragen best open besproken worden in de kolommen van De Standaard. Maar in dit geval vond ik dat er te weinig duiding was. De kritiek op Van Ypersele wordt opgesomd zonder dat ik leer wat er van aan is: gaat hij met níémand in debat of gewoon niet met die econoom of die geoloog, en is dat omdat hij dictatoriaal is of omdat hij uit ervaring weet dat het een dovemansgesprek wordt?

Suggestie

Bovendien ben ik het met de lezer eens dat het belang van de open brief en zijn ondertekenaars sterk overdreven is. Je kan niet over ‘zeven wetenschappers’ of ‘zeven onderzoekers’ spreken als ze dat niet alle zeven zijn. En als de ene een gepensioneerd econoom is, de andere een burgerlijk ingenieur en nog een andere een filosoof, dan maakt dat verschil. De titel ‘Collega’s dwarsbomen klimatoloog Van Ypersele’ wekt daarbij de indruk dat ze geslaagd zijn in hun opzet. Terwijl ik me zelf, tijdens het lezen van het stuk, net afvroeg of die open brief, met ocharme zeven ondertekenaars, ook maar énig publiek gewicht heeft. Zonder De Standaard had ik er nooit van gehoord, de kans dat de regering er rekening mee houdt is klein. Aan het einde lees ik: ‘Of de zeven Van Yperseles kandidatuur echt schade kunnen toebrengen, is twijfelachtig, maar helpen doet dit natuurlijk ook niet.’ Dat vond ik, in al zijn vanzelfsprekendheid, vreemd suggestief.

Een analyse van Van Yperseles sterktes en zwaktes als kandidaat-voorzitter van het IPCC had ik graag gelezen. Ook zijn omgang met critici had daar zeker een plaats in gehad. Zoals het nu is aangepakt, vond ik het een verwarrend artikel, dat het sterk van suggestie moest hebben.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)