Rouwen kan je relatie schaden
James McAvoy en Jessica Chastain verliezen hun kind in ‘The disappearance of Eleanor Rigby’. En botsen vervolgens op een muur als ze troost willen zoeken bij elkaar. Foto: rr

Het recente ‘The disappearance of Eleanor Rigby’ is een hartverscheurende film over het allerergste wat je als koppel kan overkomen: je kind verliezen. En of dat nog niet erg genoeg is, kan het verlies van een kind ook tot het verlies van je partner leiden. ‘Veel leed zou bespaard blijven als we wisten hoe verschillend rouwend kan zijn.’

‘Hij stopte de babyspullen in de kast en bestelde Chinees’, vertelt Eleanor vol ongeloof. Lees: hoe kun je zoiets banaals doen als Chinees bestellen, of überhaupt iets door je strot krijgen, nadat je de spullen van je overleden kind hebt opgeruimd? Regisseur Ned Benson laat in zijn regiedebuut The disappearance of Eleanor Rigby zien wat zoveel misverstanden uit de wereld zou kunnen helpen: een relatieprobleem zowel vanuit zíjn als vanuit háár standpunt bekijken. Benson maakte twee films: in Him volgen we Conor (James McAvoy), het vervolg Her geeft een inkijk in de belevingswereld van Eleanor (Jessica Chastain). In beide films zien we dat zowel Conor als Eleanor kapot zijn van verdriet, maar dat ze er allebei totaal anders mee omgaan. Eleanor raakt eerst niet uit bed, later besluit ze om alles achter zich te laten om opnieuw te beginnen. Conor stort zich op zijn werk, vermijdt het gespreksonderwerp, wil doorgaan met leven.

Mannelijke vs. vrouwelijke rouw

Dat een film met zo’n premisse hartverscheurend is, hoeven we u vast niet te vertellen. Films als Nanni Moretti’s La stanza del figlio uit 2001 en Felix Van Groeningens The broken circle breakdown uit 2012, gaan ook over het verlies van een kind. En net als in die films focust Benson op wat het verlies van je kind doet met je relatie. Kun je zoiets afschuwelijks ooit samen te boven komen? En hoe doe je dat, samen rouwen?

Om alvast in te gaan op die eerste vraag: het verlies van een kind is een onbeschrijflijke aanslag op een relatie. Maar al is het hondsmoeilijk, het betekent niet dat het per se moet uitdraaien op een ondergang. De tweede vraag is lastiger te beantwoorden.

Geert Hulselmans, rouwtherapeut, begeleider van praatgroepen bij de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK) én ervaringsdeskundige – hij verloor zijn tweejarige zoon twintig jaar geleden – vindt de reacties van Eleanor en Conor erg realistisch.‘Ik zie die verschillende manier van rouwen vaak in mijn praktijk. Er is niet per se een verschil tussen vrouwen en mannen in de manier waarop ze rouwen,’ zegt hij, ‘maar er is wel een verschil in een vrouwelijke en een mannelijke manier van rouwen. Het vrouwelijke rouwen typeert zich door de wens om vaker en langer over het verlies te praten. Door de pijn ook vaker te gaan opzoeken. Terwijl het mannelijke rouwen zich uit in doen, bezig zijn, zich op het werk storten.’ Rouwdeskundige en professor Manu Keirse, die verschillende boeken over het thema schreef, benoemt het verschil tussen mannelijk en vrouwelijke rouw als ‘een intuïtieve versus een instrumentele manier van rouwen’. Het probleem met die tweespalt is dat het mannelijk rouwen minder zichtbaar is. En dat lijkt heel erg op onverschilligheid.

‘Tien jaar als vreemden bij elkaar’

Sophie* (48) herkent dat verhaal maar al te goed. Zestien jaar geleden verloren zij en haar ex onverwacht hun zesjarige dochtertje. Wellicht ten gevolge van complicaties tijdens de geboorte, maar zeker weten de artsen het niet. ‘De eerste twee jaar na haar dood heb ik in een soort waas geleefd’, vertelt Sophie. ‘Het is pas daarna dat ik wakker werd, zo leek het. De pijn werd nog sterker omdat niemand uit mijn omgeving er nog over sprak. Alsof het niet gebeurd was. Ook mijn man kon er niet meer over spreken, of toch niet met mij. Ik had geen enkel klankbord. Ik voelde me ontzettend eenzaam. Van in het begin al was mijn man er zwijgzamer over, stortte zich volledig op het werk en op sporten. Ik wilde ook regelmatig naar het kerkhof, hij niet. Ik zette een taart met kaarsjes op tafel op haar verjaardag, hij was dan weg.’

Dat ook mannen op die ‘vrouwelijke’ manier kunnen lijden, bewijst Bert* (43). Hij en zijn ex verloren hun zoontje twee dagen na de geboorte na een slecht behandelde zwangerschapsvergiftiging. ‘Wat dat doet met je relatie? Je komt in de hel, en dat maal tien’, vertelt hij. ‘Zeker in het begin hadden we ontzettend veel aan elkaar. We wisten van elkaar hoe verdrietig we waren, dat gaf steun. Toch rouwden we ieder op onze eigen manier. Ik had er veel behoefte aan om er met anderen over te spreken, zij werd daar kwaad van’, vertelt Bert. ‘Zij vond dat we het alleen met ons tweeën moesten verwerken. Zij kon kijken naar de foto die genomen werd vlak nadat hij overleden was, ik kon dat absoluut niet aan.’ Bert en zijn vrouw kregen nog twee zonen, maar gingen zeven jaar daarna alsnog uit elkaar. Sophie en haar man bleven nog tien jaar samen, om uiteindelijk toch te scheiden. ‘We zijn tien jaar als vreemden bij elkaar gebleven’, zegt Sophie daarover.

Wenen in jezelf

Hulselmans weet uit zijn praktijk dat wanneer koppels uit elkaar gaan na het verlies van een kind, dat zelden met slaande deuren gebeurt. ‘Meestal is het een kwestie van: “dit kunnen we niet”. Niemand heeft immers ooit geleerd hoe het is om een kind te verliezen, dat kan ook niet. Wanneer je te maken krijgt met zo’n immens verdriet, komen er delen van jezelf en van je partner naar boven die je totaal nog niet kende. Het is het alsof je een nieuwe partner krijgt.’ Keirse zegt daarover: ‘Er zou zo veel leed bespaard kunnen worden als mensen zouden begrijpen dat rouwen heel verschillend kan zijn. Het gebeurt vaak dat mensen zich na een gesprek met mij weer “normaal” voelen. Gewoon omdat ze leren dat niet huilen of niet praten, niet betekent dat er geen pijn is. Het is nodig dat ieder de ruimte krijgt om te wenen in zichzelf. Het gebeurt ook dat partners van elkaar weglopen juist omdat ze zich zo verbonden met elkaar voelen. Dat ze zich de pijn van de ander zo erg aantrekken dat het te zwaar om te dragen wordt.’

‘Toen ik enkele jaren geleden naar een gespreksgroep ging van OVOK (ouders van een overleden kind), ben ik aan de praat geraakt met een vader’, vertelt Sophie. ‘Die man heeft mijn ogen geopend, al was het te laat voor mij en mijn man. Door zijn ervaring te horen, besefte ik dat veel mannen vooruit willen, dat ze minder behoefte voelen om er eindeloos over te spreken... Ik dacht dat het kwade wil was van mijn man. Daar heb ik nu ontzettend veel spijt van, dat we niet meer begrip konden hebben voor elkaars lijden.’

Bert: ‘Later, veel jaren daarna, heeft mijn ex me nog gezegd: “Ik heb meer pijn gehad dan jij”. Terwijl je verdriet eigenlijk niet kunt vergelijken. Je kunt alleen je eigen verdriet voelen.’

Geert Hulselmans en zijn vrouw zijn nog steeds samen: ‘We hebben het geluk gehad dat we elkaars manier van rouwen konden respecteren. Maar het is niet zo dat het voorbij is, op dit moment is het verlies van onze zoon onverwacht weer erg op de voorgrond gekomen. En opnieuw is het worstelen met die nieuwe opstoot van rouw. Niets is nog vanzelfsprekend als je een kind verliest.’

*Bert en Sophie zijn fictieve namen.

De getuigen en specialisten die aan het woord komen, wijzen op het belang van praatgroepen als ‘Met lege handen’, ‘Ouders van een overleden kind (OVOK)’ en ‘Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK)’. Ook de boeken van Manu Keirse werden door alle getuigen als een enorme hulp ervaren. Ze werden uitgegeven bij Lannoo.