Uitstrijkje hoeft maar om de vijf jaar
Foto: Frank Muller/Hollandse Hoogte/Hollandse Hoogte

Vrouwen hoeven niet meer om de drie jaar voor een uitstrijkje naar de dokter. Om de vijf jaar is goed genoeg, zegt het KCE.

Baarmoederhalskanker wordt nu preventief opgespoord door na te gaan of er in een vaginaal uitstrijkje al microscopisch kleine kankercellen te vinden zijn. Dat gebeurt met de klassieke ‘Pap-test’, die driejaarlijks wordt terugbetaald.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelt vast dat het beter is om een uitstrijkje te screenen op het humaan papillomavirus (HPV), dat seksueel wordt overgedragen. Er is een rechtstreeks verband tussen de aanwezigheid van dat virus en baarmoederhalskanker.

Op 100.000 geteste vrouwen kunnen zo 240 gevallen van baarmoederhalskanker en 96 overlijdens vermeden worden.

Het bijkomende voordeel is dat met de HPV-test de duur tussen twee onderzoeken in alle veiligheid kan verlengd worden van drie tot vijf jaar. Over een levensduur van 100.000 vrouwen kan de overheid 15 miljoen euro besparen: omdat er minder vaak gescreend moet worden en er meer kankers vermeden worden.

Jonge vrouwen

De HPV-screeningtest is niet bestemd voor vrouwen jonger dan 30 jaar, want bij hen komen HPV-infecties zeer vaak voor, zegt het KCE. Meestal zijn die van voorbijgaande aard. Bijgevolg zouden jonge vrouwen te vaak verontrust worden. Zij moeten verder gescreend worden met de driejaarlijkse Pap-test.

De HPV-test is wel geschikt voor vrouwen vanaf 30 jaar, omdat de blijvende aanwezigheid van het virus verontrustend kan zijn.

Belangrijk is dat alle vrouwen tussen 25 en 64 jaar zich laten screenen, ook zij die gevaccineerd zijn tegen het HPV-virus. Het vaccin beschermt niet tegen alle sub­types.