Sinds zaterdagochtend beveiligen zowat 150 militairen een vijftiental gevoelige sites in Brussel en Antwerpen. Hun aantal wordt de komende dagen verder opgedreven.

 De militairen zijn afkomstig van het bataljon Ardense Jagers en het derde bataljon para's. Dat aantal militairen zal in de loop van volgende week verdubbelen, zo hebben de belangrijkste verantwoordelijken van het ministerie van Defensie zaterdag laten verstaan op een persconferentie in Brussel.

'We zijn gestart met 150 manschappen. Dat is het equivalent van een militaire compagnie. Dit aantal zal evolueren naar twee volledige compagnies', zo verklaarde minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA).

Deze militairen zijn belast met beschermings- en bewakingsopdrachten op een zeker aantal strategische plaatsen, zoals ambassades (onder meer van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Israël), installaties van de Belgische regering en joodse instellingen. De 150 manschappen namen posities in op een dozijn plaatsen in Brussel en aan zeven 'clusters' in Antwerpen, zoals de joodse wijk.
 
Voorbereidingen begonnen vrijdagochtend

'Onze mensen zijn getraind om gevoelige punten te beschermen', aldus generaal Gerard Van Caelenberge, de chef Defensie, die onder meer verwees naar voorbije en nog lopende missies in Afghanistan in Mali. 'Wat verschilt, is dat alles zeer snel is verlopen. De militairen opereren deze keer in een niet gebruikelijke omgeving - het Belgische grondgebied - en onder het bevel van de politie, dus in een commandoketen en onder een specifieke controle', aldus de militaire chef van het leger.
 
De voorbereidingen voor deze missie begonnen pas vrijdagochtend, met de aanduiding van de te mobiliseren eenheden en het aanvatten van gesprekken met de politie over de commandoketen en de controle. De militairen kregen een snelle vorming om de communicatiemiddelen van het Astrid-netwerk van de federale politie te gebruiken, om permanent in contact te blijven met de politieverantwoordelijken op het terrein, en onder het algemeen commando van een politie-officier.
Het betreft een gewapende, statische opdracht. De militairen dienen dus niet te patrouilleren. 'Dat kan gaan tot het gebruik van dodelijke macht, ook al is het gebruik van wapens enkel mogelijk in geval van legitieme verdediging of met naleving van de 'rules of engagement' omschreven door de missie', aldus luitenant-generaal Marc Compernol, de chef operaties en de nummer twee van het leger.

Leger neemt kosten op zich

Minister Vandeput benadrukte dat het een tijdelijke maatregel behelst die na een maand zal geëvalueerd worden. In een gemeenschappelijk persbericht met minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), stellen de twee verantwoordelijken nog dat het leger de vaste kosten, verbonden aan de reguliere werking van het nodige personeel, op zich neemt. De bijkomende variabele nettokosten worden gefactureerd aan de federale politie.
 
Het inzetten van het Belgische leger aan de zijde van de ordediensten is geen première. Tijdens de algemene staking van de winter 1960-61 werden al militairen gemobiliseerd. Daarbij werden toen zelfs vier manifestanten gedood bij een confrontatie. Ook in het begin van de jaren 1980 werd beroep gedaan op militairen na de reeks aanslagen van de CCC (Cellules Communistes Combattantes).

Niet alle steden staan, zoals Antwerpen, te springen om militairen in te zetten. In Mechelen ziet burgemeester Bart Somers (Open VLD) dat voorlopig niet zitten. “Hier zorgt de politie voor de veiligheid en ze doet dat goed.”

Bart De Wever vrijdagavond op ATV: