Vlaamse peuters eten te veel zout
Foto: Liesbeth Gaethofs
Vlaamse peuters eten te veel zout. Dat blijkt uit een rondvraag die voedingsdeskundige Eva Decock deed voor haar bachelorproef aan de Hogeschool Gent. De oorzaak daarvan blijkt vooral de gebrekkige kennis van (onthaal)ouders en medewerkers van kinderdagverblijven over het zoutgehalte van voedingsproducten en over de aanbevolen zoutinname.

Voor haar bachelorproef vroeg Decock aan 831 ouders, onthaalouders en medewerkers van kinderdagverblijven wat ze peuters zoal te eten geven en of ze weten hoeveel zout een peuter gemiddeld mag innemen. Ze vroeg ook of ze zich bewust zijn van de gevaren die schuil gaan achter een te hoge zoutinname. Ze keek daarbij vooral naar het gebruik van en de kennis over brood, kaas, smeer- en bereidingsvet en vleeswaren, wat behoorlijk zoutrijke voedingsmiddelen zijn.

Uit haar rondvraag bleek dat peuters alleen al door het eten van deze vijf voedingsmiddelen gemiddeld 657 mg natrium per dag binnenspelen, wat 31 procent meer is dan de aanbeveling van 500 mg die geldt voor peuters. De grootste zoutinname bleek afkomstig te zijn van brood.

Verpakking 

Voorts blijkt ook dat de ondervraagden niet veel weten over de hoeveelheid zout in producten en over zoutinname. Ze scoorden slechts 48 procent wanneer gevraagd werd naar de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid van deze vijf zoutrijke voedingsproducten voor een peuter. Vooral de kennis over kaas bleek ondermaats. Amper een derde wist hoeveel zout een peuter dagelijks mag innemen.

De recente wetgeving dat er op de verpakking van producten moet vermeld staan hoeveel zout erin verwerkt is, is volgens Decock een goede stap in de richting van meer kennis over zout, maar ze besluit in haar bachelorproef dat producenten ook alternatieven moeten zoeken voor zout en dat de overheid mensen beter moet informeren over de gevaren van een te hoge zoutinname, zoals hart- en vaatziekten en bepaalde kankers.

U kan de scriptie raadplegen op www.scriptiebank.be.