VIER VRAGEN. Wat u moet weten over de vermogens(winst)belasting
Foto: shutterstock
De PS legt een voorstel op tafel voor een vermogensbelasting. Dat is niet hetzelfde als een vermogenswinstbelasting, maar wat is nu weer het verschil? Welke voorstellen liggen op tafel en wat moet dat opbrengen? De vermogens(winst)belasting in vier vragen.

1. Bestaan er nu al belastingen op vermogens(winst)?

Ja, er wordt vandaag niet alleen op inkomen en consumptie, maar ook op vermogens(winst) belast. De roerende voorheffing van 25 procent, die u betaalt op bijvoorbeeld de interesten van obligaties of dividenden van aandelen, is de meest bekende vermogenswinstbelasting die we kennen. 

Succiessierechten zijn dan weer een duidelijk voorbeeld van een vermogensbelasting.

2. Wat is het verschil tussen een vermogen- en vermogenswinstbelasting?

Een vermogenswinstbelasting is een heffing op de aangroei van het vermogen. Wie zijn vermogen – via rente, dividend of koersstijgingen – in een jaar ziet aangroeien van 10.000 euro naar 11.000 euro, zal belast worden op die 1.000 euro vermogenswinst.

Een vermogensbelasting is eigenlijk een jaarlijkse belasting op alles wat iemand bezit. Dat kan gaan over het roerend vermogen, maar evengoed over vastgoed of kunstwerken. Zo’n vermogensbelasting kan perfect progressief gemaakt worden: naarmate het vermogen groter is, wordt een hoger belastingpercentage toegepast. 

3. Welke voorstellen liggen nu op tafel?

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) werkt momenteel aan een voorstel voor een tax shift, een verschuiving van de belastingdruk op arbeidsinkomen naar consumptie en/of vermogens(winst). Ondertussen kwam de PS, vlak voor de kerstvakantie, met een eigen voorstel voor een vermogensbelasting. Al wie meer dan 1,25 miljoen euro aan vermogen heeft, komt in het vizier. Het eigen huis en beroepsmatige eigendommen blijven buiten beschouwing en zijn dus geen onderwerp van de vermogensbelasting. Alles tot 1,25 miljoen euro wordt belast aan 0,4 procent. Dat percentage stijgt tot 1,5 procent voor alles boven de 5 miljoen euro. 

Groen stelde in 2014 ook een eigen vermogensrendementsheffing voor. Alle bestaande vermogens(winst)belastingen worden in dat voorstel afgeschaft. In de plaats komt een volledig nieuwe belasting, van toepassing op alle huishoudens met een netto vermogen groter dan het mediaan vermogen. Er wordt een rendement op dat vermogen verondersteld van 2,75 procent. Daarop moet dan een belasting van 25 tot 50 procent betaald worden. 

Ook PVDA en SP.A deden in het verleden al voorstellen. 

4. Symbool of goudmijn?

De grote kritiek van onder meer Open VLD op een vermogens(winst)belasting is dat de middenklasse getroffen zou worden. Berekeningen van Van Overtveldt moeten daar duidelijkheid over brengen. Veel hangt mogelijk af van de beoogde opbrengst. Als het doel van die belasting is om het rechtvaardigheidsgevoel te herstellen, moet die niet per se zoveel opbrengen en wordt ze eerder symbolisch. ‘Het budgettair element is belangrijk, maar de vermogenswinstbelasting moet vooral een antwoord bieden op het onrechtvaardigheidsgevoel’, zei CD&V-kamerlid Eric Van Rompuy eerder in De Standaard.

Het voorstel van de PS zou volgens de partij jaarlijks 600 tot 700 miljoen euro opbrengen. Groen denkt met het eigen voorstel veel meer op te halen: 7,5 miljard euro per jaar. Toch zou volgens Groen alleen de rijkste 15 procent van de gezinnen meer moeten betalen dan vandaag. 

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig