Leo Tindemans in quotes
Foto: BELGA

Leo Tindemans nam geen blad voor de mond en ook banaliteit was duidelijk niet aan hem besteed. De oud-premier in zeven quotes.

‘Ik erger mij als ik die nieuwe partijgenoten als Rik Torfs hoor. Hij zegt dat het wezen van de christelijke volkspartij erin bestaat dat wij per definitie naar het compromis zoeken. Ik zeg: pas op voor de politicus die alleen maar over een compromis spreekt. Dat is het teken dat hij aan het proberen is zijn opvattingen buiten te dragen.’

Als tachtiger blijft oud-premier Tindemans zijn mening geven over de gang van aken van CD&V (22 mei 2011, De Morgen).

‘De gedachte van de dood houdt andere mensen uit hun slaap. Ik ken dat gevoel niet, het laat me koud.’

Leo Tindemans laat in De Standaard in 2009 zijn licht schijnen op de dood.

'Politiek is voor mij geen loopbaan, geen beroep, en al evenmin een vrijetijdsbesteding. Politiek is mijn leven. Ik doe het vanuit mijn diepste overtuiging.'

Leo Tindemans over zijn politieke roeping (in Humo, 1994)

‘Geef me tien mannen met het nodige dynamisme en de nodige overtuiging, en ik herteken het politieke landschap.’

Ook na zijn leven in de Belgische politiek blijft Tindemans ambitieus (10 maart 1994, interview in Humo).

‘10 juli 1987: kabinetsraad. Vreselijk (...) Het komt tot een luide woordenwisseling tussen Dehaene en Verhofstadt. De eerste zegt: ‘Als gij beter uw bakkes zou houden... ‘ en de tweede: ‘Als uw studiedienst zijn bakkes zou houden... ‘ Ongelooflijk. Zoiets zou met Gaston Eyskens niet mogelijk zijn geweest.’

In zijn notities schuwt de oud-premier de kritiek op zijn collega’s niet.

‘Voor mij is de grondwet geen vodje papier. Ik wil niet hebben dat morgen avonturiers van links of rechts het beeld van Tindemans zouden inroepen om avonturen goed te praten in dit land. Daarmee rekening gehouden, na de scheldwoorden en beledigingen en aanvallen die ik de laatste dagen heb moeten incasseren, tot daareven nog de insinuaties hier op deze tribune, zeg ik: voor mij is er maar één conclusie, ik ga van deze tribune weg, ik ga naar de koning en ik bied het ontslag van de regering aan.’

Met die historische woorden blaast Tindemans in 1978 zijn regering op na onenigheid over het Egmontpact.

‘De Europese mens wordt in toenemende mate een eendimensionaal wezen dat in zijn materialistische roes geen andere norm meer erkent dan die van zijn autonomie... Zijn natuurlijke milieu: familie, woning, beroep, Kerk -- en de trouw en de offerzin die ze samenhielden -- heeft hij vaak lang opgegeven. Hij is de mens van de zijsprong, zonder plichten, mét rechten die hij tegen alles in opeist, de mens voor wie elke bijdrage aan de staat te veel is, maar die voor al zijn privé-belangen de bijstand van de staat als recht opeist... Ook katholieke kringen zijn niet vrij van dit nivellerende clichéleven, dat jammer genoeg ook door de massamedia tot op zekere hoogte overgedragen wordt.’

In september 1978 veroorzaakt Tindemans ophef door zijn toespraak op de katholiekendag van Freiburg, waarin hij zich erg gelovig opstelt.

‘Zo blijkt dat een louter theoretische benadering bij niet-economische geschoolde intellectuelen leidt tot een overwaardering van nieuwe economische orden die sterk op marxistische modellen geïnspireerd zijn en die systematisch doorgedacht leiden naar dwangeconomie en naar praktijken die ons doen terugdenken aan concentratiekampen.’

In oktober 1977 zet Tindemans progressief Vlaanderen met die uitspraak op zijn kop. Hij was toen premier van een regering met socialisten.

"Politiek is voor mij geen loopbaan, geen beroep, en al evenmin een vrijetijdsbesteding. Politiek is mijn leven. Ik doe het vanuit mijn diepste overtuiging", zei Tindemans ooit tegen het weekblad Humo.