De witte koningin
Marc Reynebeau. Foto: Marc Reynebeau
'Le roi, c'est la reine', en dat was niets overdreven. Marc Reynebeau over het leven van Fabiola.

Vrijwel niemand kende de 32-jarige Spaanse aristocrate dona Fabiola de Mora y Aragon, toen het Koninklijk Paleis in Brussel op 16 september 1960 aankondigde dat koning Boudewijn zich met haar had verloofd. Boudewijn, toen 30, regeerde net tien jaar.

Over de Belgische dynastie lag al twee decennia de schaduw van een diepe politieke controverse, die Boudewijns vader Leopold III in 1950 had gedwongen om de troon over te laten aan diens oudste, maar nog niet eens meerderjarige zoon. Pas na zijn huwelijk, op 15 december 1960, kwam Boudewijn uit de schaduw van zijn vader.

De meteen erg populaire koningin Fabiola bracht stabiliteit in Boudewijns bestaan en maakte hem tot een zelfstandige persoonlijkheid. Dat hun huwelijk kinderloos bleef, motiveerde hen om de zin van hun huwelijk haast geheel te laten samenvallen met Boudewijns koningschap. Met het sombere, van schuld en dood doortrokken katholicisme waarin ze was opgevoed, gaf Fabiola een erg gelovige, moreel conservatieve kleur aan het wereldbeeld van het Belgische koningshuis.

Als Boudewijn tot aan zijn dood een voluntaristische invulling gaf aan zijn koningschap, dan was Fabiola daarin altijd zijn steun en morele referentie. Het bracht politici die geregeld met het staatshoofd contact hadden tot de conclusie dat 'le roi, c'est la reine', en dat was niets overdreven.