'Wandelen is verticaal luieren'
Luc De Vos met zijn vrouw Sandra Heylen Foto: jimmy kets
De zanger van Gorki, Luc De Vos, was een man die in interviews gewoon zei wat hij dacht. Een garantie op snedige zelfrelativering met humor: een verademing voor Vlaanderen. Een eerbetoon aan de overleden Luc De Vos, in vijf interviews met De Standaard.

Luc De Vos gaf vaak, misschien onbedoeld, rake levenslessen. In onze wekelijkse rubriek 'De levenslessen van' vroegen we hem specifiek naar zijn tips voor een goed leven. Hij zei dat mensen uit rijkere milieus interessanter waren, bijvoorbeeld omdat ze van jongsaf meer in contact komen met cultuur. Wat als je daar zelf niet in geboren bent, zoals De Vos zelf? Een tip: 'als je zelf niet bij welgestelde ouders geboren bent, probeer je dan te omringen met mensen door wie je je kunt laten verrijken.'

'Het leven is keimakkelijk als je een mooie, jonge vrouw bent', zei De Vos nog. 'De meeste mensen zijn echter oud en/of mannelijk. Dus ik zou zeggen: als je geen jonge vrouw bent, probeer er dan op zijn minst vrolijk en fris voor te komen: dat maakt de wereld aangenamer.'

Wachten tot het komt

In een artikel over de voordelen van 'luiheid' etaleerde De Vos zijn het-kan-me-niet-schelen-wat-anderen-denken-houding: 'Ik heb van mijn 18de tot mijn 28ste bij mijn moeder zitten nietsdoen, wachtend tot de wereld mijn ongelooflijk talent zou ontdekken. Zonder schuldgevoelen, want diep in mijzelf was ik ervan overtuigd dat ik muzikant zou worden. Maar ook zonder haast, want ik geloof in het recht op luiheid. Die lacune in mijn leven was een gezonde leegte. Ze heeft zich omgezet in een plotse dadendrang. Zoals Jezus, die ook pas op zijn dertigste in de openbaarheid is getreden.'

Luc De Vos koesterde de luiheid ook later. Elke namiddag bracht hij door met wandelen door Gent of kranten lezen op café. Bij momenten vielen dan flarden songtekst in zijn hoofd. Maar hij koesterde ook de arbeid: opstaan om halfacht, de zoon naar school brengen en dan drie uur musiceren, schrijven of nadenken in zijn werkkamer. ‘De chaos in mijn hoofd vraagt om structuur in de dag. Maar drie uur werken is genoeg.'

De Vos pleitte voor een zekere aisance in het leven. Hij had geen gsm en had het niet begrepen op mensen die gestresseerd door het leven hollen omdat ze van alles willen bewijzen. ‘Ik ben het type dat wacht tot het komt.'

Een beetje New York

Over dat leven van hem in Gent was De Vos bij momenten lyrisch, zoals stadsmensen soms verliefd lijken op hun bruisende omgeving. Was het een muze, een overeenkomst in levensvisie? Dit zei hij er zelf over:

'Iedereen die hier komt wonen, is Gentenaar. Zonder pretentieus te zijn, maar Gent is toch een beetje zoals New York: it's a state of mind. Met geografie of afkomst heeft het niets te maken: als je in New York komt en je ding doet, ben je New Yorker. In Gent is dat net hetzelfde: I'm in a Ghent state of mind, baby! Verstaat ge?'

Over de Gentse Feesten zei hij nog: 'De Feesten, dat is een transcendente, bijna religieuze ervaring die tien dagen duurt: je treedt buiten jezelf, begint tegen jezelf te preken.'

Wandelen is verticaal luieren

Gevraagd naar zijn favoriete vakantie, antwoordde Luc De Vos zoals alleen hij dat kon. 'Eigenlijk reis ik niet zo graag', zei hij. Maar als hij dan toch andere oorden opzocht, dan wandelde hij vooral veel. 'Ga ik naar Parijs, dan vind ik niks zo leuk als van de Gare du Nord naar het Bois de Boulogne lopen. Dat is ver, hoor. Mijn record is twintig kilometer. Dan ben ik wel moe. Maar eigenlijk is wandelen verticaal luieren, terwijl je in die straten toch telkens weer verrast wordt. Ik denk dat het fantastisch is om een reismicrobe te hebben, maar zo zit ik nu eenmaal niet in elkaar.'

Relativeren, dat deed De Vos voortdurend. En dan vooral zichzelf. Wat hem zo sympathiek én grappig maakte. In een interview over zijn studies zei hij bijvoorbeeld: 'Dat tweede jaar vertaler-tolk ging mijn petje te boven. Ik volgde Engels-Spaans, maar ik kon geen Spaans.' En het ging zo maar door:' In de geschiedenis (De Vos heeft eerst een jaar geschiedenis gestudeerd, red.) kregen we al in de eerste weken een boek van 1.100 pagina's dik. In het Frans."Lezen en bespreken", luidde de opdracht. Dat kun je niet als je nog maar zeventien bent. Onmogelijk! Ik was echt niet van plan dat te doen. Daar was ik te lui voor.'

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig