‘Kans zeer klein dat trekvogels vogelgriep verspreiden’
Foto: ap
Bij de recente uitbraak van vogelgriep van het type H5N8 wordt gekeken naar trekvogels voor de verspreiding van het virus. Volgens Natuurpunt is de kans echter bijzonder klein dat vogels het virus op pluimvee overbrengen. 'Alles is mogelijk, maar de kans is zeer zeer klein', zegt Walter Roggeman van Natuurpunt.

‘In het het geval van Nederland is het zelfs uitgesloten, omdat het ging om kippen die binnen worden gehouden’, verduidelijkt Walter Roggeman van Natuurpunt. ‘Bovendien zijn er talloze pluimveetransporten waarvan het patroon moeilijk te achterhalen is, waardoor de kans dat een besmetting zich verspreidt zonder dat daar wilde vogels aan te pas komen, veel groter is.’

Natuurpunt wijst erop dat in België nog nooit hoog pathogene vogelgriep werd vastgesteld bij pluimvee of wilde vogels. Bovendien is ons land één van de weinige landen waar een zeer uitgebreide monitoring van vogels gebeurt, dankzij het netwerk van ‘ringers’ van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Onschuldig voor de mens

‘Sinds de grote crisis in 2005 worden jaarlijks ruim 3.000 vogels getest, waarvan nog geen enkele positief testte voor de voor de mens gevaarlijke variant’, aldus Roggeman. ‘Wel werden af en toe, minder dan tien per jaar, laag pathogene, ongevaarlijke varianten aangetroffen. De kans dat een besmette vogel een drekprop laat vallen en dat die prop toevallig door een kip of tamme eend wordt opgenomen, is dus heel klein, maar nooit gelijk aan nul.’ 

Zo is in het noordoosten van Duitsland een wilde eend gevonden die drager blijkt te zijn van het besmettelijke H5N8-virus.

De H5N8-variant van het virus, dat ook in Nederland en Yorkshire werd aangetroffen, is volgens Roggeman een typisch pluimveevirus dat onschuldig is voor de mens. ‘Het werd begin 2014 voor het eerst aangetroffen op een pluimveekwekerij in Zuid-Korea en recent ook in Duitsland. In Rusland zijn tot nog toe geen gevallen gesignaleerd, wat opnieuw pleit tegen een verspreiding door wilde vogels. Rechtstreekse trekbewegingen tussen Korea en West-Europa zijn immers niet bekend.’

Natuurpunt merkt tot slot op dat het niet verwonderlijk is dat de meeste uitbraken zich voordoen in pluimveekwekerijen. ‘Ondanks de goede hygiënische omstandigheden, zeker in België, zijn concentraties van vaak tienduizenden kippen, die geselecteerd worden op vlees- of eiproductie en niet op natuurlijke weerstand tegen ziekten, een ideale voedingsbodem als een virus erin slaagt daar binnen te dringen.’