Feit of fictie? ‘We gebruiken slechts tien procent van onze hersenen’
Foto: rr

Was het maar waar! Wat een glorieuze toekomst ligt er dan niet voor de mensheid in het verschiet eenmaal we dat potentieel leren aanboren. Maar wees gerust, zelfs als u gewoon op de sofa ligt te suffen, zijn er nog overal in uw hersenen activiteiten gaande. Dat is al te merken aan hun elektrische activiteit, zoals u die met elektroden op uw hoofdhuid kunt meten, en onder de scanner is het nog duidelijker.

Alleen al logisch denken maakt het tien-procentverhaal hoogst onwaarschijnlijk. Het leven is een strijd, en een organisme dat ruim twintig procent van zijn energieverbruik steekt in een orgaan dat het vervolgens niet gebruikt, maakt echt geen kans in de evolutie. Het wordt genadeloos van het toneel gespeeld door organismen die wel hun verstand gebruiken.

Wanneer chirurgen een of ander punt in uw hersenen stimuleren met een elektrode – dat kan terwijl u gewoon wakker bent, omdat uw hersenen zelf geen pijn voelen – dan leidt dat altijd tot een gevolg: een emotie, gedachte, beeld, beweging, herinnering. En waar uw hersenen ook beschadigd worden, door een beroerte of een ongeval bijvoorbeeld, altijd heeft dat gevolgen.

Waar de mythe van die tien procent vandaan komt, is niet echt duidelijk. Misschien bij de Amerikaanse psycholoog William James, die begin vorige eeuw in populariserende artikelen vertelde dat mensen zelden hun vol potentieel bereiken. Maar dat was volgens hem omdat ze niet bereid waren om veel te oefenen en hard te werken, niet omdat ze een deel van hun anatomie niet gebruikten.

Maar mensen horen nu eenmaal liever dat er een eenvoudig trucje bestaat om hun doel te bereiken, dan dat oefening kunst baart, en arbeid adelt. Kijk maar naar de advertenties die je beloven dat je twintig kilo kunt afslanken in twee weken, gewoon met een pilletje, een thee of een toestelletje. Op dezelfde manier zijn er ook altijd klanten voor cursussen, trainingen, zelfhulpboeken en meditatietechnieken die je een rechte weg naar succes en de top beloven.

De aanbieders van gemakkelijk succes nemen het verhaaltje van de tien procent nog steeds met graagte van elkaar over. Dat was in de eerste decennia van vorige eeuw al zo, waardoor Einstein ooit al gekscherend gezegd heeft dat zijn geheim was dat hij wél meer dan tien procent van zijn hersenen gebruikte. Had hij beter niet gedaan, want tot vandaag wordt hij nog steeds geciteerd als gezagsvol argument ten voordele van hersentrainingen.