Rommelige klank, maar grootse Jack White
Jack White (hier op Werchter 2012) Foto: Koen Bauters
In een lekker gevuld Vorst Nationaal gooide Jack White alle remmen los. Soms vloog hij daardoor uit de bocht, maar meestal werd de rit een echte kick.

Nooit voor een stijl te vangen, die Jack White. Voor het concert werden we getrakteerd op een rondje hiphop uit de oude doos, van EPMD. En kwam een olijke jongen er ons op wijzen dat wat zou volgen onversneden live was, en dat er foto's online zouden gezet worden, en dat het dus helemaal niet nodig was om onze E-status te pimpen door zelf aan het filmen te slaan.

Waarna de gordijnen open gingen. Jack White wilde het grote podium een theatrale sfeer meegeven en had dus een gordijn en zelfs iets als coulissen laten ophangen. Helaas had hij de klank niet zo goed gekregen dat je kon vergeten dat je in een betonnen bunker zat te luisteren.

Door de bezetting was het ook niet simpel. Drummer Daru Jones speelde nogal barok, violiste Lillie Mae Rische moest constant het gevecht aangaan met de elektrische gitaar van White, en geregeld zat er ook piano bij. Komt daarbij dat White nogal wat van zijn spel ter plekke leek te bedenken, en geen vaste setlist heeft. Een goeie klankbalans vinden was een onmogelijke opgave.

Goeie muziek spelen was geen probleem. 'Dead leaves on the dirty ground' was al meteen een dot van een aanzet, waarin White meteen tegen de viool inging, zijn gitaar halverwege op de grond liet glijden en achter de piano ging zitten. Je vroeg je soms af of hij dan de plaats innam van de onlangs overleden Ikey Owens.

Met een geestige versie van 'Hotel Yorba' liet White snel ook weten dat hij af en toe aan de countryboom zou schudden. In dat soort songs liet het publiek zich ook graag horen. 'Temporary Ground', een van de vele songs uit 's mans jongste album Lazaretto, was een mooi moment, dat meteen weer gecounterd werd door het progrockerige 'Weep themselves to sleep'. Het concert schoot echt alle richtingen uit.

Tussendoor had White niet veel te vertellen, behalve dat hij zich geamuseerd had in het mooie Brussel. Waarmee had de gitarist zich bezig gehouden? Met het bestuderen van het soort beton. Daar herkent hij aan in welke stad hij is, beweerde hij. 'In Detroit is het beton erg donker'. Wel wel.

Het concert werd daarna met de minuut beter, al kan het ermee te maken hebben dat we van het parterre naar een lage zitplaats verhuisden, waar de klank homogener overkwam. Fantastisch hoe White's gitaar soms zo één wed met zijn lichaam dat hij op zijn instrument leek te zingen. Of hoe hij het publiek achteloos hier en daar snel een zin liet invullen. Het was onversneden, absolutely live.

Met 'I'm slowly turning into you', nog zo'n White Stripes-klassieker, sloten de zes muzikanten na anderhalf uur af. Geen nood. White staat bekend om zijn lange bisrondes. Een week geleden in Oostenrijk duurde die zelfs langer dan de reguliere set. In Brussel bleef het beperkt: een gillend 'Icky Thump', een gezellig 'Steady as she goes'. Zeker in zo'n poppy song hoorde je goed hoe ongedurig, onvoorspelbaar White het bestaande patroon elke avond helemaal naar zijn grillen omtovert.

En yep, 'Seven nation army' mocht er na twee uur het voorspelbare feestje van maken. Gekomen, gezien, gewonnen. We zien Jack White liever in een club, om het allemaal beter te horen en vooral zijn oprispingen beter te zien, maar al bij al waren er in Vorst goeie momenten genoeg om de ontsporingen te vergeven.

 

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig