Rudy De Leeuw: ‘Regering zet ons op kaduke stoel’
ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw. Foto: BELGA

De vakbonden zijn nog steeds bereid te praten, al blijft het water tussen de bonden en de regering erg diep. De vakbonden willen over inhoud praten, maar krijgt alleen ‘een lege hand’ aangereikt. Dat zegt ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw.

De vakbondsleiders zouden vorige week aan premier Charles Michel (MR) hebben laten weten dat ze de vicepremiers van N-VA en Open VLD, Jan Jambon en Alexander De Croo, liever niet mee aan tafel zien schuiven bij het sociaal overleg over het regeerakkoord.

Kaduuk stoeltje

In het VRT-journaal ontkende ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw zondagmiddag dat hij weigert met de ministers aan tafel te zitten. Al gelooft hij niet veel van de goodwill bij de federale regering en heeft de uitgestoken hand voor sociaal overleg voor de vakbonden voorlopig weinig betekenis.

‘Het is een lege hand’, zegt De Leeuw aan VRT-radio. ‘We moeten de indexsprong kunnen heronderhandelen, de pensioensleeftijd op 67 jaar... In het regeerakkoord staan maatregelen die voor ons totaal niet kunnen. Anderzijds heeft men de werkgevers in een zetel gezet, terwijl wij op een kaduuk stoeltje zitten waarvan men de poten probeert af te zagen.’

In een interview met De Standaard klaagde federaal ABVV-secretaris Miranda Ulens dit weekend nog het gebrek aan ervaring van de regering-Michel aan. ‘De nieuwe ministers hebben veel te weinig kennis over de dossiers waarin ze radicale beslissingen nemen. En ze vergissen zich door dat zonder de bonden te willen doen. Want wat is het gevolg? Ze hebben al moeten beloven om de afbouw van het brugpensioen in de bouw aan te passen omdat hun regeling alleen maar chaos veroorzaakte.’

Mobilisatie

De vakbonden mobiliseren hun achterban intussen volop voor de nationale betoging van donderdag. Hoeveel volk de bonden in Brussel verwachten, wilde De Leeuw niet zeggen. ‘Er vooraf een getal op plakken, doen we nooit. Maar onze stem zal luid genoeg zijn.’

Ook Ulens spreekt dezelfde taal. ‘De betoging van donderdag is nog maar het begin. We voelen dat de onrust en de onvrede groot zijn. Niet alleen bij de werknemers, ook bij de gepensioneerden, of bij wie leeft van een ziekte-uitkering.’