De Chinese autoriteiten hebben zaterdag met succes een onbemande ruimtesonde opnieuw aan de grond gezet nadat het naar de maan en terug was gevlogen. Na de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie is China nog maar het derde land dat daarin slaagt.

De onbemande sonde landde vanmorgen in de woestijn aan de grens met Mongolië. Het ging om een testvlucht van de Chinese ruimtevaartorganisatie die mogelijk ook astronauten naar de maan wil brengen. De test moest nagaan of het ruimtetuig bestand is tegen de enorme hitte die vrijkomt wanneer het door de dampkring naar de aarde terugkeert.

Het was de eerste missie naar de maan in veertig jaar. De testvlucht moet een nieuwe vlucht naar de maan in 2017 voorbereiden, waarbij het de bedoeling is dat een toestel op het maanoppervlak landt, stalen neemt en naar de aarde terugkeert. In december slaagde China erin een robotjeep op de Maan te zetten en die onderzoek te laten doen.

Het toestel, dat officieel geen naam kreeg maar op Chinese sociale netwerken 'Kleine Vlucht' genoemd wordt, heeft in acht dagen tijd 840.000 kilometer afgelegd en vloog daarbij met succes rond de maan. Het verste punt van de sonde tot onze planeet bedroeg zowat 413.000 km.

Gisteren liep een test van de commerciële ruimtevaartorganisatie Virgin Galactic nog mis in Californië. Bij een testvlucht stortte ruimtevaartuig SpaceShip Two neer in de woestijn. Er vielen een dode en een zwaargewonde.