Fotograaf Kurt Deruyter werkt al jaren aan projecten in deze Brusselse 'aankomstwijken' en nam de voorbije maanden De Standaard-journaliste Sarah Van Kersschaever mee op tocht. Ze kwamen terug met verhalen van nieuwkomers die hun dromen in de aankomstwijken proberen waar te maken. Een indringende kijk op een 'Verborgen Stad' vlakbij, in het hart van onze hoofdstad.

De reeks verscheen de voorbije week in De Standaard en is nu volledig gebundeld op de website. Vandaag blikt Sarah Van Kersschaever  terug.

Jullie gaan toch niet alweer een bende migranten door onze strot rammen?

De eerste lezersreactie in onze mailbox op de reeks ‘Verborgen stad’ was een voltreffer. Ze vatte bondig samen wat ik en mijn compagnon de route, de fotograaf Kurt Deruyter, de komende week zouden doen: verspreid over zes artikels het pad beschrijven van nieuwkomers in ons land, van aankomen tot thuiskomen. Het leven en lot van een ‘bende migranten’ schetsen, kortom.

‘Het verhaal van de aankomstwijken is an inconvenient truth’, verwoordt Kurt het. ‘Het is een realiteit die niet in ons kraam past, een lastige waarheid.’ En van lastige waarheden weten we dat het gemakkelijker is om ze links te laten liggen. We hebben het liever over de mailbox van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie dan over het migratiebeleid zelf. We schreeuwen liever moord en brand over hoofddoeken dan ons te buigen over de vraag welke toekomst we allochtone jongeren in de aankomstwijken willen geven. ‘We zien liever de boom vallen dan het bos groeien’, om het met de woorden van Mohammed Ibrir uit ‘Verborgen stad’ te zeggen (DS 24 oktober) .

Angst

Ikzelf ben ook niet zonder zonde. Vóór ik aan deze reeks werkte, had ik nog nooit een migrant naar zijn verhaal gevraagd en evenmin een voet in een van de Belgische aankomstwijken gezet. Sterker, het heeft tot deze week geduurd voor ik spontaan de brug sloeg. In de trein zat een man tegenover me uit Kameroen. Je zag aan zijn blik dat het niet goed met hem ging. ‘You look sad’, zei ik. ‘Yes, I am very sad’, bevestigde hij. En we praatten.

Als deze reeks schrijven me iets geleerd heeft, dan dit: dat meningen te vaak gebaseerd zijn op angst in plaats van kennis, en vaak niet meer dan verbloemde oordelen. We hebben allemaal iets te zeggen over migranten, maar wie onder ons ging ooit het gesprek met hen aan? Kennen politici de mensen waarover ze beslissen? Weten we wat er gebeurt in de verborgen gemeenten van onze steden? Want wat een probleemwijk is voor de een, is een springplank naar een beter leven voor de ander. Wie een vreemdeling is voor de een, is een bekende voor de ander.

We lopen elke dag zoveel waarheid voorbij waar we niets mee doen. We beslissen om de vreemde tegenover ons niet aan te spreken, om niet in te grijpen als een situatie uit de hand loopt, om de dingen in ons leven hun gang te laten gaan zonder er zelf iets aan toe te voegen. Gemiste gesprekken, gemiste kansen.

Wat we ook denken, we hebben aan onze eigen waarheid niet genoeg. En bij wie denkt van wel, moet misschien af en toe iets door de strot geramd worden.