Michel vertelt over grootvader om collaboratie te veroordelen
Foto: REUTERS

‘Een onvergeeflijke misdaad’ noemde eerste minister Charles Michel de collaboratie in naam van de hele regering tijdens het Kamerdebat. Een duidelijk signaal na de controverse over enkele uitspraken van verschillende N-VA-leden in zijn regering.

‘De regering veroordeelt ondubbelzinnig de collaboratie. Het is een misdaad, en een niet te rechtvaardigen misdaad’, zei premier Charles Michel (MR) letterlijk. ‘De voltallige regering deelt deze overtuiging’, voegde hij daar uitdrukkelijk aan toe.

Ook de N-VA dus, die kwam in het oog van de storm nadat minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon in een interview over de collaboratie had gezegd ‘die mensen hadden hun redenen’. Nauwelijks was die storm geluwd, of staatssecretaris Theo Francken (ook N-VA) werd, samen met Vlaams minister Ben Weyts, gesignaleerd op het verjaardagsfeest van VMO-stichter Bob Maes, die na de oorlog veroordeeld werd voor collaboratie.

De oppositie vroeg zowel gisteren tijdens de regeerverklaring, als vandaag tijdens het kamerdebat het ontslag van Jambon en Francken.

Michel vertelt over grootouders

Michel zei dat er uitspraken zijn gedaan die op de grens van het beledigende zaten. Zijn twee grootvaders maakten de Tweede Wereldoorlog mee. Eén van hen kwam ziek terug van de kampen en overleed niet zo lang nadien, voerde Michel aan. Wat de aanwezigheid van Francken op het verjaardagsfeestje van VMO-oprichter Bob Maes betreft, stelde Michel dat Maes voor de Volksunie in de Senaat zetelde toen die partij driemaal in de meerderheid zat met PS, SP, PSC en FDF.

FDF’er Olivier Maingain bracht daar echter tegen in dat Maes geen van de drie keren het vertrouwen aan de regering heeft geschonken 'en dus buiten de meerderheid zat'. Bij het cdH merkte voorzitter Benoît Lutgen op dat Michel met geen woord had gerept over de uitgelekte mails waarin Francken 'homofobe' uitspraken doet. 'Zijn ontslag zou de eer van België redden, maar u kiest uw eigen vel te redden', sprak Lutgen.

Op Twitter verdedigde Vlaams parlementslid Piet De Bruyn (N-VA) meteen zijn partijgenoot. 'Theo Francken homofoob? Loze beschuldiging en klinkklare onzin. Zegt meer over het niveau van de oppositie dan over Theo', zo tweette hij.

N-VA-fractieleider Hendrik Vuye, die tijdens zijn eerste tussenkomst niet naar Jambon en Francken refereerde, liet duidelijk zijn ongenoegen blijken over het feit dat zijn partij 'bij herhaling door sommige leden van het cdH wordt uitgemaakt voor racisten'. 'Denken jullie echt dat ik fractievoorzitter ben van 33 racisten'.

Zijn fractiegenote Sophie De Wit verweet de PS en het cdH 'vanalles uit de context te halen voor politieke recuperatie'. Ze liet daarbij horen dat ze kleindochter is van een Waal - 'ik ben fier op mijn afkomst' - en dat haar grootvader vijf jaar krijgsgevangene is geweest. Mocht N-VA ondemocratisch of racistisch zijn, dan zou ze er niet voor in de Kamer zetelen, verzekerde ze.