‘De begroting is fundamenteel oneerlijk en zal diepe sporen nalaten bij de werknemers. Er wordt bespaard in gezondheidszorg en pensioenen, de werkloosheidsregelingen worden enorm verstrengd, vervroegd pensioen en brugpensioen worden moeilijker. De werkgevers ontspringen de dans en zullen er zelfs op vooruit gaan. Er wordt veel minder werk gemaakt van fraudebestrijding. De regering heft onvoldoende belasting op kapitaalinkomsten.’

Dit is een bloemlezing uit de reactie van het ABVV destijds op het regeerakkoord van… Di Rupo I. De gelijkenis met de commentaren vandaag is treffend. Met veel bombarie wordt verkondigd dat de Zweedse coalitie een breuk vormt met het verleden, een ruk naar rechts, maar waarnemers hebben zich laten overdonderen. Ik zeg niet dat het een goed of sociaal regeerakkoord is, maar het zou evengoed het programma van Di Rupo II kunnen zijn. De communicatie en verpakking zijn veranderd, niet de knikkers die worden uitgedeeld. Ik geef enkele voorbeelden.

De indexsprong van de PS

Michel I pakt expliciet uit met een indexsprong om bedrijven zuurstof te geven. Maar door te morrelen aan de index heeft de vorige regering evengoed een indexsprong doorgevoerd. Di Rupo I heeft de leeftijd van het vervroegd pensioen met twee jaar opgetrokken. De huidige coalitie doet er gewoon een jaartje bij. De opgetrokken wettelijke pensioenleeftijd trekt alle aandacht, maar die gaan we ten vroegste over drie bestuursperiodes voelen.

De voorgenomen sanering van de overheidsfinanciën bedraagt jaarlijks de helft van de besparingen die in het regeerakkoord van Di Rupo I stonden. Achteraf is weliswaar gebleken dat er structureel weinig is bespaard, maar ook de huidige regering zal nog moeten tonen dat ze in een woelig economisch klimaat de klus kan klaren, en geen toevlucht zal nemen tot artificiële boekhoudtechnieken. Dat er vervroegd belastingen geïnd worden op pensioensparen, zoals het regeerakkoord aankondigt, is alvast niet veelbelovend. Het is een klassieke begrotingstruc waarbij de factuur wordt doorgeschoven naar de volgende generatie. Business as usual dus.

De broodnodige fiscale hervorming is op een sisser uitgedraaid. De beperkte verhoging van de aftrek voor beroepskosten in de persoonsbelastingen wordt deels gefinancierd met een vermindering van andere aftrekposten. Dit is niet de tax shift naar consumptie en vermogen waar economen en internationale organisaties voor pleiten, en zal geen jobs opleveren. Als je door de creatieve boekhoudtechnieken heen kijkt (een verhoging van de uitkeringen en pensioenen wordt bijvoorbeeld begroot als een fiscale korting), dan komt er geen tax shift, maar een tax lift: de belastingdruk zal op het einde van de regeerperiode de facto hoger zijn dan vandaag. Dit is allerminst de trendbreuk die met tromgeroffel wordt afgekondigd.

Kris Peeters zegt in De Standaard dat CD&V deze sociaal-economische hervormingen misschien ook met de socialisten had onderhandeld. Als we de verkiezingsprogramma’s ernstig nemen, dan heeft hij gelijk. Volgens Rekening14 wilden de N-VA en Open VLD netto meer dan 13 miljard besparen op de overheidsuitgaven. Het is uiteindelijk 8 miljard geworden, wat netjes in het midden ligt van het programma van CD&V (9,6 miljard) en de SP.A (6 miljard).

Spek, bonen en posten

Als je het regeerakkoord naast de verkiezingsbeloftes legt, heb je de indruk dat de rechtse partijen voor spek, bonen en ministerposten bij de onderhandelingen hebben gezeten. De automatische loonindexatie blijft behouden, er komt geen beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, en al helemaal geen staatshervorming. Open VLD beloofde de persoonsbelastingen te verlagen met 5,8 miljard, de N-VA met 3,6 miljard en CD&V met 4,2 miljard. De onderhandelaars zijn geland op 0,9 miljard, een bedrag dat het dichtst aanleunt bij het SP.A-voorstel van 1,4 miljard.

Behalve een indexsprong (die slechts tijdelijk een effect heeft op de loonkosten) en de engagementen van de vorige regering, beloofde de N-VA een bijkomende lastenverlaging voor de bedrijven van 3 miljard. Open VLD en CD&V mikten op respectievelijk 3,7 en 1,6 miljard extra. SP.A hield het bij een bescheiden 1,1 miljard. De onderhandelaars van de ‘herstelregering’ hebben uiteindelijk beslist om alleen de engagementen van Di Rupo I na te komen, zonder extra lastenverlaging.

Het Vlaamse regeerakkoord? Van hetzelfde laken een pak. Alle partijen zouden het tekort integraal wegwerken met besparingen op de uitgaven (SP.A en Open VLD mikten zelfs op een overschot). De belangrijkste besparingsmaatregel is het afbouwen van de woonbonus geworden, wat in essentie een vermogensbelasting is. De socialisten zeggen dat ze vermogens meer willen belasten, de Zweedse coalitie doet het in praktijk.

Tenzij alle partijen met hun programma’s de kiezers zand in de ogen hebben gestrooid, hebben de socialisten blijkbaar op magistrale wijze op het regeerakkoord gewogen. En het frappante is: terwijl de Zweedse coalitie zich uit de naad zal moeten werken om het akkoord uit te voeren, kunnen de socialistische kopstukken de komende legislatuur rustig gaan zeilen of zandkastelen bouwen op het Noordzeestrand.