INTERVIEW. 'Het is een plezier hier te mogen staan'
Anton Vanzieleghem Foto: rr

Het Belgische meubelbedrijf Durlet heeft sinds de start in 1968 nog geen enkele editie van de interieurbeurs in Kortrijk gemist. Ook huidig gedelegeerd bestuurder Anton Vanzieleghem heeft als zoon van een van de initiatiefnemers van de Biënnale geen editie meer overgeslaan sinds hij kan lopen.

Anton Vanzieleghem is de derde generatie aan de slag in het familiebedrijf Durlet, opgericht in 1966. Zijn vader in 1968 samen met enkele anderen mee aan de wieg van de eerste Interieurexpo in Kortrijk. Het Izegemse meubelbedrijf is ondertussen uitgegroeid tot een vaste waarde op de Biënnale Interieur, die ten slotte vlakbij plaatsvindt.

Durlet werkt al van bij het prille begin samen met gerenommeerde designers en kan op de 24ste editie van de Biënnale uitpakken met nieuwe ontwerpen van Anita Schmidt, Frans Schrofer, Sven Dogs, Kai Stania, Alain Monnens en voor het eerst ook een samenwerking met de Belgische ontwerper en Designer van het Jaar-alumnus Sylvain Willenz.

‘We hadden jaren geleden al eens met hem gebabbeld over een mogelijke samenwerking, maar daar is toen niets uitgekomen. Nu is Sylvain zelf naar ons toegestapt om een zetelobject te maken', vertelt Vanzieleghem. Het resultaat is Moor, een compacte fauteuil.

‘Stoelen had Sylvain al ontworpen, zetels nog niet. Dan is het uiteraard een goede match met ons om het leerproces onder de knie te krijgen. Daar stoelt onze samenwerking met externe designers op: zij zorgen voor de input en de creatieve ideeën, wij hebben de knowhow en technische kennis.’

Ondertussen is Vanzieleghem al toe aan zijn zesde Kortrijkse interieurbeurs sinds hij in 2003 zelf de fakkel als gedelegeerd bestuurder overnam. De eerste beurs die hij onder zijn hoede mocht nemen, was de editie waar de samenwerking met de Belgische topontwerper Maarten Van Severen werd voorgesteld, een jaar voor diens dood: de bekende lounge chair bestaande uit vier rechthoekige kussenblokken, zonder armsteunen, maar wel een tafeltje aan de ene kant.

Op de editie vier jaar later pakte het bedrijf uit met een collectie meubels in cognacleder. 'Dat lokte niet meteen positieve reacties uit, de meesten vond het ouderwets', herinnert Vanzieleghem zich. 'Maar kijk, enkele jaren later zie je niets anders en ook nu nog wordt het cognackleurig leder volop gebruikt.'

Niet alleen aan de nieuwe producten werd hard gewerkt, Durlet pakt op elke Biënnale ook uit met een nieuwe stand. Deze keer werd er niet samengewerkt met een creatief bureau, maar worden bezoekers ontvangen in een volledig nieuwe stand die werd ontworpen door het internationaal gelauwerde Brugse architectenbureau Govaert & Vanhoutte.

Maar dat is niet de enige plaats waar u Durlet de volgende tien dagen kunt terugvinden. De interieurbeurs is de Xpohallen in Kortrijk al lang ontgroeid en neemt geleidelijk aan de stad over. Dit jaar werd ook de verlaten Broelschool ingepalmd, onder meer door het pop-up hotel Eyes/Nights Only en daar mocht Durlet de hotellounge aankleden. Het resultaat is een spel met kleurcontrasten, waarbij ook de betontegels op de vloer in de kijker werden gezet.

‘Interieur is een belangrijke beurs: professionele klanten krijgen de nieuwe modellen te zien, maar het is ook een etalage naar iedereen toe. Nu is het nog een gekkenhuis met de voorbereiding en ook ter plaatse wordt er tien dagen hard gewerkt, maar het is ook een plezier om hier te mogen staan, in onze spreekwoordelijke achtertuin, en voor een keer ook te kunnen samenwerken met lokale mensen, wat bij internationale beurzen niet mogelijk is.'

De meubels van Durlet vindt u terug in hal 1, stand 106. Het meubelbedrijf heeft ook zijn steentje bijgedragen aan de inrichting van het pop-uphotel Eyes/Nights Only en stond in voor de aankleding van de hotellounge in de Broelschool aan het Guido Gezellepad.